Frontaal
Naakt
30 januari 2012

Persvrijheid in Suriname

MNb


Illustratie: Heinrich Kley

Reporters Sans Frontières (RSF), in Montpellier gevestigd, is in 1985 opgericht om ongebonden en onafhankelijk wereldwijd de persvrijheid in de gaten te houden. Daartoe zoekt de organisatie in elk land contactpersonen, die vragenlijsten beantwoorden. Misschien herinneren sommigen zich het spandoek dat zich bij het vertrek van de Olympische fakkel op 30 maart 2008 ontvouwde achter de Chinese afgevaardigde. Dat werd vastgehouden door RSF-president Robert Ménard.

Het is niet nodig om het in herinnering te brengen: Bouterse, Fort Zeelandia, Moiwana, drugs. Iedereen in Nederland kent de combinatie. Nu is de man inmiddels anderhalf jaar president. Zal wel beroerd gaan met vrijheid van meningsuiting en zo, nietwaar? Inderdaad, niet waar.

Plaats 23 op de Press Freedom Index. Op gelijke hoogte met Japan. Vóór het Verenigd Koninkrijk, Australië en de Verenigde Staten van Amerika.

Let ook op de dubbele pijl achter Suriname. Sinds 2010 is Suriname flink geklommen. Dat betekent dus dat Baas Bouta en zijn regering de persvrijheid meer respecteren dan zijn voorganger Venetiaan. Die blokkeerde dan ook een paar jaar geleden een onwelvallige TV-reportage.

Een voormalige dictator enzovoort als kampioen van de persvrijheid, wie had dat nou gedacht? Daar lees ik nou niets over in de Nederlandse kranten – althans niet in Trouw.

De reacties in Suriname laten zien dat het land een waardige ex-kolonie van Nederland is. Het is niet goed of het deugt niet en te kankeren valt er altijd wel wat. Dus was de voorzitter van de Surinaamse Vereniging voor Journalisten Wilfred Leeuwin “verbaasd”, want volgens hem is “persvrijheid het afgelopen jaar wel degelijk onder druk is komen te staan.” Hij heeft een brief geschreven naar RSF en als beloning mag hij volgend jaar ook een vragenlijst insturen.

Natuurlijk speelt ook een rol dat collega Ivan Cairo, die volgens mij een paar eeuwen geleden voor de Volkskrant schreef, alle aandacht kreeg. Anonieme enquetes zijn in het dorpse Suriname onmogelijk.

Anderen, zoals radiojournalist Steven van Frederikslust, zijn gewoon blij. Baas Bouta reageerde met heuse presidentiële waardigheid: “We hebben geen enkele behoefte om media te muilkorven zoals sommigen proberen te beweren.”

MNb leeft toch liever onder het juk van een voormalige dictator die de persvrijheid respecteert dan in een vrij land waarin draagsters van hoofddoekjes (of van baretten van Viktor & Rolf) met schele ogen worden aangekeken.

Gastschrijver