Frontaal
Naakt
13 maart 2026

Robots kunnen niet huilen

Peter Breedveld

Osamu Tezuka (1928 – 1989) is de godfather van de moderne manga, maar ik heb zijn werk lange tijd niet op waarde geschat. Tientallen jaren geleden heb ik het eerste deel van zijn serie over het leven van Buddha gelezen, maar ik werd er niet echt door gegrepen. Zijn cartooneske tekenstijl – die zou zijn geïnspireerd door de vroege Disney, maar mij doet die meer denken aan Fleischers Popeye – stootte me af.

Maar ik kom hem altijd overal tegen en ben verkikkerd op zijn personage Astroboy, waar ik nooit een verhaal van heb gelezen maar waar ik een aardige verzameling van poppetjes, T-shirts en zelfs limited edition Onitsuka Tiger-schoenen van heb. Als ik in een Astroboy-T-shirt door Tokio loop, roepen oude vrouwen en mannen altijd “Atom!” naar me, zo heet Astroboy daar. Maar ook in Europa zijn veel mensen dol op Astroboy. Een bekende Britse chef – ik vergeet zijn naam – wilde een keer mijn favoriete Astroboy-T-shirt van me kopen.

En ik weet een schrijn in Tokio die is gewijd aan de kappa, een soort riviergod, waarvan het plafond is beschilderd door Tezuka. Bijna niemand kent het.

Maar wat me echt bekeerde tot het Tezuka-fandom was een tentoonstelling, vorig jaar, rond zijn onvoltooide serie Hi no Tori (Feniks), in de Mori Tower in Roppongi Hills. Daar zag ik zijn originele pagina’s en ontdekte ik pas wat een diepte zijn tekenwerk heeft, en hoe subliem zijn zwart-witcomposities zijn. In de museumwinkel was een zeer betaalbare box met de complete, Japanstalige Hi no Tori-serie te koop, maar ik vond de box te groot om mee te sjouwen en besloot terug in Nederland een vertaalde versie te kopen. Ik dacht dat zo’n iconisch werk wel regelmatig herdrukt zou worden, maar dat is dus niet zo. De vertaalde delen kosten een fortuin en ik heb dus nog steeds Hi no Tori niet gelezen.

Cyberpunk

Wel heb ik Tezuka’s Dororo inmiddels gelezen, een betaalbare kloostermop van een boek, 885 pagina’s dik, maar dat komt doordat ik eerst Search and Destroy las, een hervertelling van Dororo door cyberpunkmangaka Atsushi Kaneko, uitgegeven door Fantagraphics, drie delen van zo’n 225 pagina’s dik.

Dororo speelt zich af in de Japanse middeleeuwen en gaat over een jongeman, Hyakkimaru, die als baby door zijn vader is geofferd aan 48 demonen in ruil voor macht. De demonen stelen elk een lichaamsdeel van de jongen; zijn ledematen, ogen, oren, organen, totdat er niet veel meer over is dan een romp en een hoofd met lege kassen. Zijn moeder stopt hem in een mand en zet hem stroomafwaarts in de rivier (Mozes!), waaruit hij dagen later wordt gevist door een Geppetto-achtige figuur die hem kunstmatige ledematen, ogen, oren enzovoort geeft, met als bonus dat in zijn armen zwaarden en andere geheime wapens verstopt zitten. Hyakkimaru kan niet echt horen en zien maar neemt de wereld door middel van zijn helderziendheid. Vervolgens wordt hij getraind tot een uitzonderlijk dodelijke vechtersbaas.

Hij redt een jongen uit de problemen die Dororo heet en dus de titelgever van Tezuka’s verhaal is. Dororo is een lawaaiige druktemaker die zichzelf erop beroemt de beste dief van Japan te zijn en wordt Hyakkimaru’s sidekick. Samen gaan ze op zoek naar de 48 demonen die Hyakkimari’s missende lichaamsdelen hebben geheeld en ook naar een schat die door Dororo’s vermoorde piratenouders is verstopt, om die aan de armen te schenken.

Zwangere vrouw

Ik heb volgens mij nog nooit zo’n kinetisch en hypergewelddadig epos gelezen als Dororo en ik vond Search and Destroy al het meest kinetische en hypergewelddadige epos dat ik ooit had gelezen. Tezuka’s groteneuzenstijl (behalve aan Popeye moest ik ook vaak denken aan Asterix) is bedrieglijk, want er wordt gemassamoord dat het een aard heeft. Door wrede krijgsheren en soldaten, maar ook door Hyakkimaru, wiens vechtmeesterschap wordt geëvenaard door zijn agressieve woestheid.

Het schokkendst is het geweld dat de krijgsheren de bevolking aandoet. Mannen, vrouwen, schattige baby’tjes, ze gaan er allemaal aan. In één van de schokkendste scènes vertrappelt een tiran met zijn paard een vrouw die op het punt staat te bevallen. Het is van hetzelfde kaliber als de wreedheden in de marxistische samuraimanga Kamui, die ik pas geleden besprak, maar Kamui is getekend in de gruizige stijl die bij zulk geweld past. In Dororo zijn het kawaii-figuurtjes die het elkaar aandoen. Wat het nog bevreemdender maakt, is dat Tezuka af en toe de vierde muur doorbreekt om zijn personages tegen de lezer te laten praten en visuele grapjes maakt, waarbij Dororo bijvoorbeeld door de kaders van de plaatjes naar de onderkant van een pagina dondert.

De gevechtscènes zijn waanzinnig gechoreografeerd. De strip is zeer filmisch met spectaculaire acties tegen vaak hyperrealistische decors. Een fenomenaal boek dat nu tot één van mijn favorieten behoort.

Feministische boodschap

Dat geldt ook voor Search and Destroy. Dat mag dan een remake van Dororo zijn, Atsushi Kaneko heeft er een compleet eigen draai aan gegeven, zijn eigen invalshoek. De premisse is hetzelfde: Een woeste krijger gaat samen met een straatdief op zoek naar diens gestolen ledematen, maar de setting is een dystopische samenleving waar zelfbewuste robots de orde handhaven en er een klassenstrijd plaatsvindt tussen mensen, cyborgs en robots. Kaneko heeft bovendien Hyakkimaru’s geslacht veranderd: zij is een vrouw en dat maakt zijn boodschap (onder andere) een feministische. Hyakkimaru’s lichaam is immers letterlijk geobjectificeerd en in delen verkocht aan de elite van robots, die menselijke lichaamsdelen begeren omdat die ze, in al hun gebrekkige kwetsbaarheid, in staat stellen pijn te voelen en emoties te ervaren. Robots zijn in alles superieur aan mensen: sneller, sterker, onkwetsbaar, beter zicht, beter gehoor, maar ze kunnen niet huilen.

Eén psychopatische robot doet grote moeite om mensen te laten lijden, niet omdat hij zo graag pijn veroorzaakt, maar om ze te zien huilen. Hij is jaloers op hun “prachtige tranen.” Hij ruilt zijn robotogen voor mensenogen omdat hij daarmee schoonheid kan zien, “schoonheid zo groot dat ze mijn synaptische verbindingen kortsluiten.”

En dat vind ik een prachtige draai door Kaneko aan Tezuka’s verhaal, pure poëzie. Robots die jaloers zijn op mensen vanwege hun sterfelijkheid, het is precies omgekeerd aan Blade Runner, die Search and Destroy onmiskenbaar heeft beïnvloed. Hyakkimaru, wier gestolen lichaamsdelen door een engineer zijn vervangen door robotdelen, is ook liever weer een sterfelijk mens dan een onoverwinnelijke machine en gaat achter de delen aan die haar weer kou en pijn en poëzie kunnen laten voelen.

Search and Destroy is hypergewelddadig, maar omdat het geweld past bij de stijl van deze manga, vind ik dat minder schokkend dan in Dororo. Er worden verschrikkelijke dingen gedaan, maar geen schattige baby’tje met pijlen doorboord en zwangere vrouwen doodgetrapt. De actie is ook hier waanzinnig mooi gechoreografeerd, maar heel af en toe moeilijk te volgen. Daar heeft Tezuka nooit last van.

Hazetanden

Kaneko’s tekenstijl is donker en grimmig, de tekeningen lijken met een penseel te zijn gemaakt maar zijn digitaal. Kaneko’s penseel is een iPad. De stijl doet denken aan die van Paul Pope maar ook aan Will Eisner’s Spirit-verhalen uit de jaren 40. Dat wordt nog versterkt door Kaneko’s versie van Dororo, die er hier uitziet als één van de straatschoffies die de Spirit altijd hielpen en die sterk contrasteerden met Eisners noirachtige weergave van de New Yorkse onderwereld: cartoonachtig met bolle wangen, gigantische ogen en hazetanden. Dororo ziet er in Search and Destroy precies zo uit.

Maar goed, ik heb aan Dororo en Search and Destroy dus buitengewoon veel plezier beleefd. Soms vind ik strips lezen nog leuker dan films kijken.

 

 

Is het Vrije Woord u écht lief? Steun me dan met een financiële bijdrage. Doneer aan de enige dwarsdenkende, onafhankelijke (maar echt) site van Nederland. Rekeningnummer NL24 ASNB 8832 6749 39 (N.P. Breedveld, ASBN Rijswijk), BIC ASNB NL21.

boeken, Peter Breedveld, Strips
Reageren? Mail de redactie.