Vergane glorie
Hassnae Bouazza

Totaal radeloos omdat ik mijn plek van bestemming niet kon vinden, besloot ik de wat sjofel uitziende man om de weg te vragen.
“Wat? Ben je Arabisch?” klonk er vanachter zijn rotte tanden en vanonder zijn vettige, niet gewassen haar. De in een zwart leren jasje gehulde man ging mij niet helpen, werd me al heel snel duidelijk. “Laat maar”, verzuchtte ik en versnelde mijn pas. Ik moest naar een presentatieklus, was veel te laat en kon tot overmaat van ramp de locatie niet vinden. In de hitte zette ik het op een rennen.
“Mooi meisje!”, hoorde ik de man met de rotte tanden en het ongewassen haar roepen. “Kom, waar ga je heen? Mooi meisje!” Ik kreunde getergd, want had echt geen zin in een achtervolging door een meneer met vliegen om zijn hoofd. “Lekker kontje!”, riep hij me tenslotte na.
Aha! De leugenaar! Er is niks ’tje’ aan mijn kont.
Tegenwoordig heb ik sjans met halve daklozen. En met mijn Marokkaanse slager, niet te vergeten. Die zet altijd zijn yeux doux op als ik de winkel binnen kom. Hij praat graag met me en aanvankelijk was ik ietsje achterdochtig, maar ik maande mezelf normaal te doen en er niks achter te zoeken. Hij was gewoon aardig. En toen moest ik betalen en gebeurde het: hij streek met zijn vingers tegen de mijne. Altijd jammer als mijn achterdocht niet onterecht blijkt.
Een haveloze Mocro in het park en mijn Marokkaanse slager zijn dus wat ik tegenwoordig nog weet aan te trekken. Voorbij zijn de slanke jaren, waarin ik zoveel mannelijke aandacht kreeg dat ik dacht dat het iets te maken had met een al te naïeve uitstraling. Voorbij zijn de dagen van strak en kort gekleed door de PC Hoofstraat winkelen en door Gooise kakkers toegefluisterd krijgen dat het “veel te warm is om er zo bij te lopen.” Jaja, zelfs blanke corpsballen. Maar nu niet meer.
Tegenwoordig kijkt mijn geliefde naar foto’s van een paar jaar terug en concludeert dat ik veranderd ben. “In een homp vet”, antwoord ik naar waarheid. “In een voluptueuze vrouw”, protesteert hij charmant. “In een homp vet”, concludeer ik.
Ik kijk ook wel eens naar die foto’s. En naar mijn huidige zelf. Naar mijn ooit compacte, maar geprononceerde billen, die inmiddels mythische proporties hebben aangenomen. Naar mijn eens zo platte buik en slanke bovenarmen. En dan begrijp ik heel goed dat ik echt niet wat beters aantrek dan een slecht gebit en een vleeshouwer. Gelukkig heb ik de foto’s nog. En mijn geliefde. Ik ben zijn kat in de zak. Maar hij is dol op me.
Hassnae Bouazza (حسناء بوعزة) schrijft voor Vrij Nederland, De Volkskrant, NRC Handelsblad, en de Arabische site van de Wereldomroep. Vorig jaar was ze te bewonderen in Vrouw & Paard. Dat ze nog tijd heeft om in het geheim voorbereidingen te treffen voor de vestiging van het kalifaat in Nederland, mag een wonder heten. Volg haar op Twitter.





RSS