Waarom we niet meer voor onze vrijheid willen vechten
Peter Breedveld

Illustratie: Mame.
Eén van mijn favoriete manga is de politieke misdaadthriller Sanctuary van Sho Fumimura en Ryoichi Ikegami, over twee jeugdvrienden, Akira en Chiaki, die als kinderen de Cambodjaanse Killing Fields hebben overleefd. Als volwassenen proberen ze Japan van binnenuit te veranderen, de ene in de politiek en de andere als yakuza. Hoe twee Japanners als kind in die Killing Fields verzeild raken, moet je me verder niet vragen.
Ik moet vaak denken aan een scène waarin één van de mannen in zijn auto voor een stoplicht wacht en de stroom overstekende voetgangers aan zich voorbij ziet trekken. Geprivilegieerde, verwende, gezapige Japanners die nooit enige tegenslag hebben gehad – dit speelt zich af in de jaren 80, het hoogtepunt van de Japanse economische hegemonie – en daardoor week zijn verweekt tot slappelingen zonder enige strijdlust, die zijn minachting verdienen. Mede omdat de scène zo goed is “geregisseerd”, maar vooral ook omdat ik besefte dat ik en iedereen die ik kende tot die voetgangers behoorden, trof me die zo.
Amerikaanse invasie
En ik moest er ook weer aan denken bij het lezen van Caroline de Gruyters nieuwe boek Zondagskinderen, over de bedreigingen waarvoor Europa zich gesteld ziet maar waar het niet goed mee om weet te gaan omdat het al 80 jaar geen oorlog meer heeft meegemaakt. Het wist zich altijd beschermd door de Amerikaanse militaire paraplu, maar sinds Trump aan zijn tweede termijn als president begon, is het duidelijk dat we op de Amerikanen niet meer moeten rekenen en zelfs rekening moeten houden met een Amerikaanse invasie van Europees grondgebied.
Aan de andere kant dreigt Poetin Europa onder de voet te lopen en begint langzaam maar zeker het besef door te dringen dat Europa op zichzelf is aangewezen wat zijn defensie betreft en dat we ons niet meer de luxe kunnen veroorloven om de integratie van de afzonderlijke legers van elk EU-lid maar voor ons uit te blijven schuiven. Er moet een centraal aangestuurd, Europees leger komen en een nucleaire macht die groot genoeg is om de James Bond-schurken der aarde af te schrikken.
Om meteen maar de conclusie van Zondagskinderen te verklappen: De Gruyter is positief gestemd, Europa weet zich uiteindelijk altijd uit elke benarde situatie te redden, maar wel altijd na veel gedraal. Er moet nog veel water door de Rijn. Nog lang niet iedereen is doordrongen van de noodzaak om de eigen militaire broek op te houden.
Sterven voor onze vrijheid
Om te beginnen is er het militante pacifisme, het antimilitarisme waar de Europese collectieve geest van is doordesemd. Een leger is hooguit nodig voor het bewaren of herstellen van de vrede in andere landen. Oorlog is iets waar andere landen zich mee onledig houden, schrijft De Gruyter ergens (ik parafraseer). Maar sterven voor onze eigen vrijheid? Daar zijn niet veel mensen meer toe bereid. Niet alleen sterven, trouwens, maar iemand anders doodschieten, daar moet je ook niet aan denken.
De Gruyter illustreert dat met een anekdote uit de tijd dat ze als 27-jarige correspondent voor Elsevier Weekblad het begin van de Balkanoorlog versloeg. Er werden VN-troepen naar de eerste brandhaard gestuurd, ik geloof Slovenië, en die werden in compounds ondergebracht waar van alles was om te stelen. De Gruyter beschrijft hoe soldaten in een Brits compound een inbreker doodschoten terwijl hij probeerde met zijn gestolen waar over het hek naar buiten te klimmen. Als afschrikwekkend voorbeeld lieten ze hem daar twee dagen in het prikkeldraad hangen.
De Nederlandse VN’ers kregen ook dieven op bezoek, maar lieten hen wegkomen met de buit, omdat ze vol empathie en begrip waren voor de arme plaatselijke bevolking die niks had, terwijl het de VN-soldaten aan niets ontbrak.
Voor De Gruyter laat dit zien hoezeer de militairen van het Europese vasteland zijn gepacificiceerd, tegenover de Britten die nog wel weten hoe ze een varkentje moeten wassen.
Oorlog meegemaakt
Ik volg De Gruyter al een tijdje via haar NRC-columns, altijd positief gestemd over de potentie van de EU, als tegengif voor het defaitisme waarmee veel mensen naar Europa kijken. Maar de manier waarop ze die anekdote duidt, dat is een kant die ik nog niet van haar kende. Ze is een keiharde en vooralsnog ben ik team Dutchbat, althans het Dutchbat dat mededogen toont voor een dief, niet het Dutchbat dat later in Srebrenica tienduizenden moslimmannen hielp af te voeren naar hun massagraf.
Maar De Gruyter heeft dan ook meer oorlog van dichtbij meegemaakt dan ik (nul oorlog). Ze was in voormalig Joegoslavië, daarna heeft ze in Gaza gewoond – haar auto werd uit voorzorg opgeblazen door de Israëliërs – en is gaandeweg het pacifisme verloren dat ook zij in haar jeugdjaren beleed.
Grensoverschrijdend gedrag
In Zondagskinderen beschrijft ze tal van dingen die ze meemaakte met Europeanen, van Oostenrijkers die in hun maag zitten met een familielid dat in de oorlog Joden hielp onderduiken tot Finnen die de hete Russische adem bijna letterlijk in hun nek voelen, om de verschillende maten van bereidheid tot oorlog in Europa te duiden. Ze vertelt over gesprekken met politici en diplomaten, informele bijeenkomsten waar zulke types hun ware aard lieten zien en over het gedrag van mensen in een feitelijke oorlog, over “ventielzeden”, grensoverschrijdend gedrag waaraan mensen zich in vredestijd niet zo snel zouden bezondigen, maar die tijdens een oorlog helpen de spanning te verminderen.
Het gaat vooral over de psychologie rondom en tijdens een oorlog. Het boek staat ramvol ankedotes en feiten en duidingen om te verklaren waarom wij en andere Europeanen over oorlog denken zoals we doen en waarom het nodig is dat denken om te buigen. Daar doorheen krijgen we ook nog tal van geschiedenislessen over de vorming van de EU.
Rete-interessant allemaal, maar ook heel erg veel. Als je Zondagskinderen in je hand hebt, lijkt het een boekje dat je in twee, drie dagen uithebt, maar het is een knoepert van 300 pagina’s waar ik best een kluif aan had, maar dat ik met rooie oortjes heb gelezen.
Volwaardige Europeanen
Toch is er één aspect dat er ontbreekt in dit boek, maar dat ook eigenlijk een eigen boek verdient: Een groot deel van de Europeanen, die met een niet-westerse migratieachtergrond, zijn niet bereid te vechten voor Europa, of hun kinderen te laten vechten, omdat hen elke dag wordt ingewreven dat ze geen volwaardige Europeanen zijn. Dat is een kwestie die je niet kunt negeren bij het mobiliseren van de bevolking bij het beschermen van je landsgrenzen.





RSS