Frontaal
Naakt
11 april 2012

Afbraak

Henri van de Kraats

Met een meedogenloze frequentie werd en word ik er nog steeds op gewezen dat het land zo’n progressieve traditie heeft, dat het land aan kop ligt op het gebied van vermindering van sociale misstanden en dat de vreemdelingen zich er zo thuis voelen.

Doet me denken aan de vakbond in de kazernes in de jaren zeventig, het haarnetje onder de helm. Alsof dat ook maar een greintje verandering bracht in het diepe wezen van de militaire hilariteit. Tsja, maar jullie mogen lang haar hebben. Wat klagen jullie nog. Het argument verbrijzelde iedere vorm van weerstand.

Ook stelde ik voortdurend dat het ontbreken van gordijnen in des lands huiskamers een algemeen veinzen van vrijheid was. Want dat vonden mijn buitenlandse vrienden zo open. Niks te verbergen. De uitstalling van het land en de bewoners. Achter die raampjes, met die lieve driezitsbanken en de donkergroene kamerplanten, spelen zich dezelfde taferelen af als in jullie land, beste Fransen. Dat opperde ik regelmatig. En misschien nog wel hevigere. Het kneuterige gezellige biedt wel degelijk ruimte voor geweld en zwarte kousen, om maar eens twee dwarsstraten te noemen.

Mijn christelijke opvoeding heeft me het één en ander bijgebracht over huichelaars en farizeeërs. Het doen alsof, verheven tot een kunst. Faken, dat laaide op uit mijn opvoeding.

Wanneer ik nu af en toe een blik werp in de achteruitkijkspiegel van het real life van de vorige eeuw en de geboorte van de huidige, dan schrik ik. Mea culpa, lieve Franse vrienden, Belgische vrienden, Duitse bekenden, Engelse collega’s. Jullie hadden gelijk.

De decadentiestroom waar het land in terecht is gekomen, is van fel geweld. Een dagelijkse aanval op burger en overheid drijft traag door het rivierenlandschap. Samenwerken en ontwikkelen zijn al als twee vijanden uitgeroepen.

De polonaise in het Catshuis roept zelfs geen irritatie op. Het land slaapt, geeuwt, verveelt zich. Het land, het kliniekdode land, draagt geen emotie naar buiten, noch naar buitenland. Het land heeft naar alle dodelijke waarschijnlijkheid de politieke leiders die het verdient. Het land heeft een premier die ooit over Belgische toestanden riep, dat wilde hij niet. Ga er maar vanuit dat men binnenkort de toestand des lands als voorbeeld zal aanhalen, voorbeeld van een verloedering die zijn gelijke niet kent in Europa.

Een Oostenrijkse artiest zei eens : ‘Ich schäme mich ein Österreicher zu sein’. Zelfs mijn moeder, gereformeerd tot op het bot, zou een zekere schaamte gevoeld hebben bij de accute afbraak van alles waar het land voor stond. Het land stinkt, vormen van verrotting vreten aan de maatschappelijke waarden.

Das weiße Band, film van Michael Haneke, toont flarden van een voedingsbodem die donkere tijden aankondigt.

Eén van mijn zonen trouwde onlangs met een Marokkaanse vrouw. De cultuur van dat land overschaduwt Nederland op een zodanige manier dat het hier voortdurend nacht lijkt. En nevelachtig. Het land is gesluierd, ironisch genoeg. Politieke moed ontbreekt.

Het land lijdt, het land bloedt.

Tijd voor een grote schoonmaak. Lente. Pasen. Hosanna.

Henri van de Kraats is geboren en getogen blauwvinger, het land ontvlucht op zoek naar ruimte en revoluties in de jaren zeventig, in Frankrijk blijven steken en 25 jaar later bijna terug. Bijna, want het is zo goed vertoeven in België.


Reacties gesloten. Mail de redactie.

« home