Bali (7)
Peter Breedveld

Illustratie: Ida Bagus Rai
Bali is één van de mooiste plekken waar ik ooit geweest ben. Helaas is het ook erg vervuild. Het milieu is niet iets waar de übersympathieke Balinezen zich erg druk om maken. Overal ligt plastic afval. Overal drijven petflessen en plastic zakken. Loop je over een brug in Ubud, zie je beneden een riviertje stromen waar een naakte vrouw zich staat te wassen alsof je vanuit 2014 in de hoogte zo de negentiende eeuw in kijkt. Heb je eindelijk uitgevonden hoe je daar komt, daal je af, zwetend en struikelend, sta je bij die rivier praktisch op een vuilnisbelt, terwijl vijf meter van je vandaan een man net zijn sarong heeft afgedaan en in het water is gaan zitten poepen.
Ik weet nog steeds niet zeker of hij daar echt zat te poepen, want hij zat gehurkt in dat water met zijn handpalmen tegen elkaar als in een gebed of bij een ceremonie. Maar hij was in zijn blote kont, dus ik neem aan dat de rivier – dezelfde plek waar ik een vrouw zich zag wassen – door de omwonenden wordt gebruikt als toilet, badkamer én afvaldepot.
Loszittende stoeptegels
Zo jammer. De trottoirs in Ubud zijn levensgevaarlijk. Hier in Nederland klagen mensen vaak bij hun gemeente over loszittende stoeptegels. In Ubud zitten er gaten in het trottoir waar hele families kunnen wonen. De Ubudezen zien die gaten als een mooie kans om van hun huisvuil af te komen. Overal die plastic verpakkingen, zakken en petflessen.






Ik vind het zo contrasteren, die elegante, mooie Balinezen en dan die vieze tyfuszooi overal. Het ligt tot aan de voordeur van hun huizen: verpakkingen maar ook kleding en kapotte gebruiksvoorwerpen en matrassen. Niemand die zich geroepen voelt om tenminste zijn eigen stoepje schoon te houden. Blijkbaar ook geen overheid die mensen erop wijst dat het leven een stuk prettiger is als je in het park gewoon in het gras kunt gaan liggen, in plaats van op een tapijt van vertrapte plastic en blikjes en wat niet al. Ik zag geüniformeerde schoolkinderen in het park iets nationalistisch doen, keurig opgesteld in militaire rijen, één of ander lied scanderend, midden tussen het vuilnis. Het deprimeerde me.
Toeristische steenpuist
Het wordt minder als je de stad verlaat en het achterland in trekt. De vorige keer dat we op Bali waren – tot mijn eigen schok alweer vijf jaar geleden – hebben we voornamelijk dát gedaan en toen viel het me niet op. Deze keer brachten we veel tijd door in Ubud en zag ik overal die rotzooi. In Seminyak, aan de zuidkust, zijn de trottoirs beter onderhouden en is het ook schoner. Ik vermoed dat dit komt doordat Seminyak is gekoloniseerd door buitenlandse ondernemers, detailhandelaars en mode-ontwerpers met hun eigen boetiekjes en door de surfende toeristen. Als ondernemer maak je je zaak graag toegankelijk voor je klanten, dus zorg je voor een veilige stoep.
Maar in Seminyak zijn de mensen weer erg onaardig. Niet de Balinezen, maar diezelfde buitenlanders die hun stoepje zo goed onderhouden. Arrogant en onvriendelijk, zakelijk. Seminyak is helemaal gericht op de luxe toeristen. Dat betekent dat het een soort Benidorm voor de rijken is, een toeristische steenpuist waar desalniettemin veel juweeltjes zijn verborgen. Er zijn een paar goede restaurants; we hebben fantastisch gegeten in het hippe restaurant Sarong, iets té hip naar mijn smaak, en heel erg lawaaiig, met van die aangeschoten schreeuw-Australiërs, maar verrukkelijk eten. Fusion op z’n Balinees, zeer smaakvol.










Balinese danseressen
Voordat we naar Sarong gingen, hebben we iets gedronken in de tuin, grenzend aan het strand, van het fantastische en peperdure hotel Oberoi, waar toevallig net een Legong-opvoering was. We konden alleen de welkomstdans bijwonen vanwege onze afspraak. Het was een dans ter verwelkoming van de goden, waarbij aan het eind bloemblaadjes over het publiek werden gegooid. Prachtige Balinese danseressen op gamelanmuziek waar ik steevast tranen van in mijn ogen krijg. Zó mooi, zó gracieus.
We hebben ook nog een stukje van de oorlogsdans gezien die daarna kwam, opgevoerd door een man. Ik zou een metalband willen beginnen, die Lemah Lembut noemen en dan in zo’n uitdossing optreden. Wat zou dat cool zijn.
Met mijn telefoon heb ik foto’s gemaakt. Niet de mooiste foto’s ooit, maar zo krijgt u een indruk.









Lees over onze eerdere avonturen op Bali (inclusief een verdwaling in de jungle) in 2010 hier, hier, hier, hier, hier en hier. Lees ook Gruwen op Bali op Aicha Qandisha.





RSS