De gevaarlijke kitsch van Hafid Bouazza
Tim Crutzen

Zijn reportage in Nieuwsuur over ‘gewone’ moslims in Nederland leverde Jan Eikelboom nogal wat kritiek op, onder andere van schrijver Hafid Bouazza. In een column op The Post Online rekent hij af met de reportage, die volgens hem kritiekloos, banaal, gaapverwekkend en zelfs gevaarlijk is.
Bouazza’s column is geestig en lijkt op het eerste gezicht scherpzinnig, maar wanneer je beter leest, blijkt ze vooral misleidend te zijn. Bouazza verliest zichzelf in een poging het ironische van de reportage aan te tonen en raakt verstrikt in slechte interpretaties en onwaarheden.
Mag niet godwinnen
Om aan te tonen hoe kritiekloos Jan Eikelboom te werk is gegaan geeft Bouazza een aantal voorbeelden. Allereerst de ‘Godwin’, die volgens Bouazza in de reportage zit. Hij verwijt Jan Eikelboom kritiekloosheid toen een jonge moslim uit de reportage een vergelijking maakte tussen de situatie van de Joden in Duitsland voor de Tweede Wereldoorlog en de positie van Nederlandse moslims nu.
Een dergelijke vergelijking is volgens Bouazza ‘debiel’ en een ‘Godwin’ omdat Joden in Duitsland als Jood herkenbaar moesten zijn terwijl moslims baarden hebben en sluiers dragen en er daarmee zelf voor kiezen om herkenbaar te zijn. Kennelijk is een vergelijking voor Bouazza alleen toegestaan als alles, maar dan ook alles, een perfecte kopie van de geschiedenis is. Bouazza verwijt het Eikelboom dat hij niet iets dergelijks tegenwerpt. Foei, Jan Eikelboom, dat je hier zelf niet opgekomen was!
In de bres voor mormonen
Een tweede tekortkoming is volgens Bouazza dat Eikelboom niet voor de mormonen in de bres sprong toen die door een bekeerde moslima werden beschuldigd van het doen van ‘bepaalde dingen’. De moslima bracht in dat christenen nooit verantwoording voor de slechte daden van de mormonen hebben hoeven afleggen, terwijl zij als moslima voor de daden van IS wel regelmatig verantwoording moet afleggen.
Het voorbeeld van de redelijk vredelievende mormonen was natuurlijk onhandig gekozen, maar het voorbeeld van christenen die geen verantwoording hoeven af te leggen voor de daden van de Ku Klux Klan, een voorbeeld dat óók door de vrouw werd gebruikt, was volkomen valide. Door zijn pijlen op het voorbeeld van de mormonen te richten, miste Bouazza’s kritiek zijn doel. De mormonen waren overduidelijk een onhandigheid van iemand die niet gewend was aan camera’s. Wanneer de kritiek op de reportage van Eikelboom voor een deel bestaat uit kritiek op een onhandigheid, dan dringt de vraag zich op of Bouazza überhaupt de moeite had moeten nemen om de reportage van kritiek te voorzien.
Misdadige organisaties
De Godwin was volgens Bouazza nog een ‘onschuldig voorbeeld’. Vergelijkingen die in de reportage gemaakt werden tussen IS en andere misdadige organisaties zijn volgens hem ernstiger. Door een vergelijking tussen IS en een Colombiaanse drugsorganisatie stelde een andere moslima volgens Bouazza ‘haar geloof op één lijn met genadeloze en criminele organisaties’.
Pardon? Volgens mij en hopelijk alle andere kijkers van de reportage stelden beide moslima’s misdadige organisaties (Ku Klux Klan, drugsbendes) op gelijke hoogte met een andere misdadige organisatie (IS) en werd de islam niet op gelijke hoogte gesteld met IS of een drugsbende, maar met het christendom.
Hoe kan het in wat voor godesnaam dan ook dat Bouazza beweert de islam gelijkgesteld werd aan misdadige organisaties? Tenzij de christelijke kerk een misdadige organisatie is. Zitten de vrouwen uit de reportage hier echt fout of begrijpt Bouazza het gewoon niet? Of wil hij dat zijn lezers niet begrijpen wat de vrouwen zeggen?
Gevaarlijke kitsch
Dit soort reportages is volgens Bouazza vergelijkbaar met reportages over immigranten uit de jaren zeventig. Hij noemt dergelijke reportages, die van toen en die van Eikelboom, ‘gevaarlijke kitsch’.
Hier ontpopt zich, in mijn ogen, een geslepen demagoog; een enkele suggestie zonder verduidelijking. Waarom waren de reportages uit de jaren zeventig gevaarlijk? Omdat we nu, dankzij die reportages, in gevaar zijn? Als iets gevaarlijk genoemd wordt, dan mag veertig jaar na dato wel blijken waar dat gevaar uit bestond. Door de reportages zonder enige argumentatie gevaarlijk te noemen, nodigt Bouazza zijn lezers uit een eigen interpretatie van het suggestieve ‘gevaarlijk’ te geven. Bouazza voedt zo de aasgieren van het internet met dode woorden.
Mond snoeren
Het enige écht gevaarlijke dat de reportage lijkt op te leveren, is de column van Hafid Bouazza, omdat de columnist bewust misleidt en er alleen op gericht lijkt om de moslims uit de reportage via kritiek op Eikelboom in een beklaagdenbank te duwen. Bouazza verdraait woorden en suggereert dat de reportage gevaarlijk is, zonder uit te leggen waarom de reportage gevaarlijk zou zijn. Zijn kritiek, dat Eikelboom niet kritisch genoeg is, wordt slecht onderbouwd.
En waarom zouden vergelijkingen met de Tweede Wereldoorlog per definitie niet zijn toegestaan? Het verwijt dat een vergelijking een Godwin zou zijn, is een middel om mensen de mond te snoeren. Was de Wet van Godwin ooit een simplistisch theorietje over reageerdersgedrag, inmiddels is het verworden tot een ijzingwekkend dogma: ‘vergelijk nooit met de Tweede Wereldoorlog’. Het past een schrijver als Bouazza niet om dit dogma aan anderen op te leggen.
Scherpe geest
Het stemt droevig dat een scherpe geest als Bouazza zoveel ongein weet te produceren, vooral omdat zijn ongein bijdraagt aan polarisatie, iets dat wél gevaarlijk is, waarmee zijn belangrijkste kritiek op de reportage iets van een self fulfilling prophecy krijgt.
Tim Crutzen is economiedocent aan een Nederlandse universiteit. Hij kiest graag voor de underdog, behalve als iedereen dat doet.





RSS