Frontaal
Naakt
14 mei 2008

Salaam!

Kariem

nude3bew (408k image)

Ik ken ze nog van vroeger, de bebaarde ‘broeders’ die mijn vrienden en mij op straat aanspraken in het Arabisch en ons onder lichte dwang naar de moskee probeerden te sleuren. We dienden te bidden in plaats van over straat te slenteren. En was dat een sigaret tussen onze lippen? Wisten wij dan niet dat roken haram is omdat het de gezondheid schaadt?

‘Kom’, zeiden ze dan, en legden hun handen op onze schouders. ‘Kom mee naar de moskee voordat het te laat is, broeders’. Op onze tegenwerping dat we geen tijd voor een moskeebezoek hadden, dreunden zij dreigende korancitaten op waarin hel en verdoemenis werd uitgesproken over iedereen die te lichtzinnig over het gebed dacht.

Gelukkig verstond ik er weinig van. Kalm blijven en niet met ze in discussie gaan, dat was elke keer weer de truc om zonder al te veel gedoe van ze af te komen. Verveeld om je heen kijken terwijl zij aan het woord waren, deed ook wonderen. Zolang we maar geen strobreed toegaven en hun vermaningen onaangedaan aanhoorden, dan gaven ze het op een gegeven moment wel op. Moedeloos het hoofd schuddend over zoveel koppigheid vervolgden ze hun zoektocht naar andere ‘dwalende broeders’ in de buurt.

We lachten smakelijk om die islamitische Jehovagetuigen die dachten je een plezier te doen als ze je lastig vielen met hun geloofsijver. Wisten ze dan niet dat er veel meer te beleven valt in de hedonistische binnenstad van Amsterdam dan in de naar zweet stinkende moskeeën waar onze vaders de dag roddelend en handelend doorbrachten (geen betere plek om een puike tweedehands auto op de kop te tikken dan in de moskee)? De sukkels.

Zo’n tien a vijftien jaar geleden waren deze persistente zedenpredikers nog een zeldzaamheid in het straatbeeld. In mijn omgeving werd er altijd lacherig gedaan over deze ikhwaan el moeslimien (islamitische broeders). Men had wel degelijk een zeker respect voor hun volledige overgave aan Allah en de moskee, maar curieuze snuiters bleven het wel.

Thuis stampte mijn vader er elke dag bij ons in dat elke vrije minuut benut moet worden om zoveel mogelijk geld binnen te halen, niet om mensen op straat lastig te vallen met de verschrikkingen die je in het hiernamaals ten deel vallen als je je baard afscheert of als je een gebed overslaat. Een oom die ettelijke malen zakelijke averij had opgelopen en uiteindelijk verbitterd al zijn tijd in Allah stak (die maakt je tenminste niet duizenden euro’s afhandig), kon bij elk bezoek aan ons op de snijdende sarcastische opmerkingen van mijn vader rekenen. Hij beschikte over een onuitputtelijk reservoir aan grappen over het pluizige vlasbaardje dat aan mijn oom’s kin bungelde.

De ikhwaan el moeslimien waren toentertijd een relatief onschuldig fenomeen waar je je niet al te druk over hoefde te maken. De culturele islam, sterk gevormd door de plaats van oorsprong overheerste in vele islamitische huishoudens.

Daarmee is niet gezegd dat de culturele islam in de meeste Berbergezinnen minder rigide was, het was alleen een ander soort islam, wat minder dogmatisch en koranvast. Er kwamen geen Koranteksten aan te pas om de dochters van de buren in de gaten te houden. Meisjes, bijvoorbeeld, vreesden niet de toorn Allah‘s, maar de vuisten van broer- en vaderlief. Wee hun gebeente als hun jointjesrokende, cokesnuivende, tasjesrovende broers hun in de binnenstad betrapten met een jongen! Die waren almachtiger en wraakzuchtiger dan Allah, en op hun straf hoefde je niet te wachten tot in het hiernamaals. Die namen je al tijdens het aards bestaan te grazen.

Desondanks raakte ik er de laatste jaren meer en meer van overtuigd dat bij de komende generaties moslims het bewustzijn, dat vrijheid altijd te verkiezen valt boven geloofsdictatuur, aan terrein zal winnen. De meeste islamitische jongeren zijn beter opgeleid dan hun ouders en zien beter in dat de verstikkende islamitische cultuur een juk is dat ze zo snel mogelijk van zich af moeten werpen, willen ze niet de ene gefrustreerde generatie na de andere voortbrengen.

Inmiddels begint dit optimisme beetje bij beetje te slinken. Oorzaak hiervan is, jawel, die klote-‘broeders’ van vroeger, die de laatste jaren in aantal groeien en steeds invloedrijker worden. Laatst liep ik door mijn oude buurt (ik ben inmiddels een yup) en zag dat het bankje voor de snackbar waar vroeger het tuig uit de buurt hing, nu bezet werd door een viertal jongeren met volle baarden. Ook de hijaabdraagsters waren talrijker geworden in de buurt. Jonge mensen waren het, hooguit een paar jaar jonger dan ik, maar nu al overtuigd dat het leven slechts in het teken staat van aanbidding van Allah.

Salafisten schijnen ze heten. Islamitische scherpslijpers die alle vreugde uit het leven knijpen omdat het bestaan niet meer dan een examen is. Allah dienen, zich aan zijn regels houden, en al het wereldse verzaken, dat is in het kort gezegd hun plan de campagne om de hemel te bereiken.
Nu staat het iedereen vrij om zijn of haar leven in te richten zoals hem/haar goeddunkt. Wees een salafist of voor mijn part een sadomasochist die alleen door zelfmutilatie aan zijn gerief kan komen. I don’t give a shit. Zolang ik er maar geen last van heb en geen oeverloos gepreek hoef aan te horen.

Een tolerante karaktereigenschap, vind ik zelf, die iedereen zou moeten bezitten. Maar niet de salafist. Die heeft niet zoveel op met andermans grenzen. Niet alleen zullen ze Allah dienen door gebed en verzaking van wereldse zaken, ze zullen hem ook dienen door hun invloedssfeer zoveel mogelijk uit te breiden. Het is zogezegd de core business van deze stroming.

Dat leerde ik uit het boek Salaam! van de journalist Patrick Pouw. Een jaar lang volgde hij lessen aan het Instituut voor Opvoeding en Educatie in Utrecht. Daar kreeg hij les in de ware islam van de jonge salafist Suhayb Salaam, zoon van de BI’ er (Beroemde Imam) Ahmed Salaam. De opleiding heet zowaar een ‘academische studie’ te zijn en duurt niet korter dan drie jaar.

Wie deze opleiding afrondt mag zichzelf een ware moslim noemen en is klaar om de belangrijkste taak van een salafist te verrichten, namelijk dawah doen. Dawah is zoveel als prediking, of in simpel Nederlands: zieltjes winnen. De zieltjes moeten overal gewonnen worden; op straat, in winkels, in de familie, op vakantie etc. Een ware moslim, zo leert men op die opleiding, kent geen vakantie. Hij moet al zijn tijd in dienst stellen van de goede zaak. Hij moet dwalende moslims op het rechte pad brengen, en iedereen deelgenoot maken van de blijde islamitische boodschap.

Elke tijd kent zijn zeloten. De meeste blijken redelijk ongevaarlijk te zijn, sommige zijn weer een niet te onderschatten gevaar. Suhaayb Salaam en zijn gelijken en de leerlingen die hij onderwijst, behoren tot de laatste categorie. Niet alleen voedt de bolle Syriër zijn leerlingen op tot voorbeeldige predikers, hij stampt ze op de koop toe ook nog eens vol met een nietsontziende haat voor andersgelovigen en ongelovigen. “Je hart moet overlopen van haat voor ongelovigen, omwille van Allah” prent hij zijn studenten herhaaldelijk in. In bedompte klaslokaaltjes onderwijst hij ze vijf dagen per week in een leer die tot niets anders dan een definitieve breuk kan leiden tussen moslims en niet-moslims.

Volgens Suhayb Salaam ben je pas een ware moslim als je je leven tot in de kleinste details op islamitische wijze invult. Geen gemarchandeer met soorten hoofddoekjes of de lengte van je baard; alleen de leefregels zoals die opgetekend zijn in de Koran en de vele hadieths bezitten geldigheid. Een moslim die het hier niet zo nauw mee neemt, is geen moslim. Sterker, hij is geen haar beter dan een ongelovige.

Terwijl ik het boek las, drong het tot mij door dat Suhayb Salaam een erg sterke troef in handen heeft. De koran en de hadieths gelden als de absolute waarheid. Nuancering is nauwelijks mogelijk omdat de woorden letterlijk dienen te worden opgevat. Iedere moslim die zijn logisch verstand probeert te gebruiken en kritiek durft te leveren op de woorden van Salaam, zal om de oren worden geslagen met korancitaten en hadieths die geen enkele ruimte laten voor een eigen interpretatie.

Het rigide karakter ligt in de leer besloten. De rekkelijken zullen het op dit vlak altijd van de preciezen verliezen omdat elke vorm van twijfel of kritiek een aanval betekent op de alwetendheid van Allah en zijn profeet Mohammed. En omdat een moslim geen grotere belediging kent dan hem een nep-moslim te noemen, zal hij altijd de meerdere moeten erkennen in types als Suhayb Salaam. Hij beschikt immers over meer kennis van de hadieths en de koran en zoals gezegd valt daar niet mee te marchanderen.

Salaam! is een beangstigend boek. Er blijkt uit dat er steeds meer van zulke opleidingscentra in Nederland worden gesticht. Wat zal er gebeuren als deze honderden leerlingen hun opleiding hebben voltooid en de straat opgaan om jonge moslims te corrigeren en ‘ware moslims’ van ze te maken? De haat voor ongelovigen en andersgelovigen omwille van Allah, zoals Suhayb Salaam die onderwijst, moet letterlijk worden geïnterpreteerd. Hij roept weliswaar niet op tot geweld, maar elke kleuter kan je inmiddels wel uitleggen dat de stap van haat naar geweld geen grote is. Als zijn leerlingen de straat op gaan en de duizenden labiele jonge Marokkaantjes met deze leer indoctrineren, dan is de vrees gerechtvaardigd dat we over een jaar of tien met een heleboel kleine Suhayb Salaampjes opgescheept zitten. Daarvan zijn slechts een paar nodig die zich niets gelegen laten aan het diffuse onderscheid tussen haat en geweld om voor een pandemonische escalatie te zorgen.

Ik ben een democraat in hart en nieren en koester een onwrikbaar geloof in het gezonde verstand. Maar soms, heel soms, zou ik mij wel eens als een Machiavelliaanse despoot willen gedragen. Het eerste wat ik dan zou doen, is Suhayb en alle andere salafisten naar het Midden-oosten verschepen. Niet omwille van Allah, maar omwille van de islamitische jongeren die beter verdienen.

Kariem (1980) woont alweer vijf jaar samen met het liefste meisje van de wereld. Hij zou samen met haar graag drie kleine kafirs op de wereld willen brengen (meisje, jongen, meisje). Hij hoopt nog heel oud te worden.

Algemeen
Reageren? Mail de redactie.