Stripbeurs
Peter Breedveld

Illustratie: Peter Fendi?
Ik schrijf al jaren af en toe een stukje over strips en heb zodoende veel vijanden gemaakt in de Nederlandse stripwereld. Henk Schouten, bijvoorbeeld, opperhoofd van de website Stripster, waarover ik zes jaar geleden dit kritische stukje in de Haagsche Courant schreef. Schouten ging apestront en bleef de hoofdredactie van de HC wekenlang bestoken met verongelijkte jammermails, en vanaf Stripster werd ik door Schouten en zijn gevolg nog jarenlang uitgescholden en belasterd, ondanks het feit dat Schouten nog nooit de eer van een persoonlijke kennismaking met mij had gehad.
Ik dacht dat het stof inmiddels wel weer was gaan liggen, maar het voorwoord dat ik heb geschreven in de cartoonbundel van Ad Kolkman heeft kennelijk oude wonden opengereten, want afgelopen zaterdag, de eerste dag van de Stripbeurs van Breda, kwam Schouten mijn lieve vrienden Esther Gasseling en Ger van Wulften, de mensen achter Kolkmans uitgeverij Xtra, aan hun kop zeuren met klachten over mijn persoontje. Je moet Peter Breedveld geen voorwoorden in je boeken laten schrijven, luidde Schoutens advies.
Ik bezocht de beurs de volgende dag en besloot dat dit een mooie aanleiding was om eens nader met Schouten kennis te maken.
Hé, Henk!
Huh?!
Hallo, Henk, ik hoor dat je erg te spreken bent over mijn voorwoord in Kolkmans nieuwe bundel.
Huh? O, ben jij Peter Breedveld? Leuk om eindelijk eens kennis te maken!
Schouten begon nu geweldig te beven. Ik dacht dat hij zou flauwvallen. Ik weet bijna zeker dat-ie in zijn broek plaste. Ik hoorde dat je mijn voorwoord zo goed vindt, zei ik. Nou ja, zei hij met trillende stem, jij schrijft altijd voor reactionaire cartoonisten. Zoals Ad Kolkman? vroeg ik. Nee, piepte hij, Nou ja, het is een vooroordeel van mij, dat jij voor reactionaire cartoonisten schrijft. Schouten refereerde uiteraard naar mijn nawoord voor Gregorius Nekschots eerste bundel. Ik begrijp het, zei ik. Ik bezorg cartoonisten een stigma door een voorwoord voor ze te schrijven. Daar raken ze door besmet. Hij knikte van ja. Maar nogmaals, dat is mijn vooroordeel, voegde hij er haastig en met een verontschuldigend gezicht aan toe.
Nou, bedankt voor het compliment, Henk, zei ik. En hij weer: Ik zou graag eens wat uitgebreider met je spreken. Ik sta hier tot je beschikking, Henk, antwoordde ik. Maar Henk zei dat-ie afgepeigerd was en zoefde richting uitgang.
Henk is een typisch voorbeeld van de laffe schijtluizen die het Nederlandse stripwereldje domineren. NRC-redacteur Dik Rondeltap (tevens Stripschrift) is er nog één. Jaren geleden betrapte ik hem erop een stukje van mij te hebben overgeschreven en sindsdien is hij voortdurend actief bezig mij overal in diskrediet te brengen. Zelfs collega’s van hem, die samenwerken met mensen die mij weer kennen, valt hij lastig met zijn gezanik over mij. Allemaal stiekem, uiteraard. Als hij tegenover me staat, speelt meneer Rondeltap mooi weer, de flapdrol.
Terwijl ik zondag over de beurs liep, werd ik door allerlei mensen schichtig vanuit hun ooghoeken beloerd. De meeste ken ik niet eens, of ik kan me ze niet herinneren. Een dame in een soort circusdirecteurspak keek met rollende ogen naar me alsof ik de Grote Boze Wolf was. Toen ik haar later op een podium iets zag doen, realiseerde ik me dat het Margreet de Heer was, die tijdens een interview honderduit babbelde over haar relatie met moordenaar Richard Klinkhamer, daarover ook een strip op haar website had gepubliceerd, en daarna hysterisch uit haar dak ging omdat ik er in het uiteindelijke artikel een alinea aan had gewijd.
Ergens was het wel lachen. Mensen die vanachter hun computertje praatjes voor tien over mij hebben, veranderen in lillende puddinkjes zodra ze oog in oog met me staan. Nooit komt er eens iemand naar me toe om zijn grieven te uiten. Dat durft iedereen pas weer als ik weg ben.
Het is vanwege deze mensen dat er op stripgebied zo weinig spannends gebeurt. Op de beurs zag ik overwegend laffe, oninteressante producten op een laffe, oninteressante manier uitgewerkt. Het gaat vooral om de goede bedoeling. De nieuwe Eppo bijvoorbeeld, daar hoor je alleen maar aardige dingen over te zeggen, omdat het zo’n sympathiek initiatief is.
In het Nederlandse taalgebied zijn maar drie uitgeverijen actief die er echt toe doen: het Belgische Bries, al jaren verantwoordelijk voor vernieuwende beeldpoëzie, Oog & Blik, gerund door ietwat conservatieve connaisseurs op het gebied van literaire strips en Xtra, de enige uitgeverij met een fijn gevoel voor maatschappelijk relevant werk. Maar stripliefhebbers zijn verstokte escapisten, en die maatschappelijke relevantie wordt Ger van Wulften en zijn mooie vrouw Esther niet in dank afgenomen. Door hun samenwerking met oproerkraaiers als Theo van Gogh en Gregorius Nekschot worden ze als paria’s beschouwd.
Ik heb er ook een nieuwe vriend bij, Daniël Rosseels, een fantastische Vlaamse tekenaar die net een nieuw boekje uit heeft, Front, vol pentekeningen van Duitse soldaten. Rosseels is een wandelende encyclopedie van de Tweede Wereldoorlog, gespeend van politieke correctheid, behept met een aanstekelijk gevoel voor humor.
Geert de Weyer is een Vlaamse stripjournalist voor dagblad De Morgen, die al menige stripbobo in zijn hemd heeft gezet en fel ageert tegen het gênante amateurisme in de Vlaamse stripwereld. Zijn mooie boek 100 Stripklassiekers werd in de VPRO-gids afgebrand door Gert Jan Pos, in een artikel vol feitelijke onjuistheden en kinderachtige argumenten als De Weyer heeft mijn favoriete strip Jimmy Corrigan niet genoemd’. Afgelopen weekend kreeg De Weyer de Publieksprijs van Breda voor zijn boek.
Pos heeft het wel vaker mis. Hij vroeg eens aan mijn geliefde of zij Ebru Umar was, of anders haar zus. De man weet niks van strips, en toch kom ik altijd overal zijn naam tegen, als het over strips gaat. Twee jaar geleden mocht hij iets rond strips organiseren op het literaire festival Manuscripta en dat werd een gênante vertoning met een vent met een doos op zijn hoofd, die uit de Donald Duck voorlas en een diavoorstelling van striptekenares Barbara Stok. Desondanks gaat Pos, zo hoorde ik, de Nederlandse vertegenwoordiging organiseren op een of andere beurs in Barcelona.
Ik sta daar steeds weer van te kijken, hoe de grootste nontalenten altijd weer de leukste opdrachten in de wacht weten te slepen. Misschien moet ik me ook maar eens achterbakser gaan opstellen en me overal een weg naar binnen likken. Ik ben het zat om steeds de bad guy te zijn. Het levert nauwelijks iets op.
Peter Breedveld verheugt zich op de rolberoerte die Dik Rondeltap ongetwijfeld weer krijgt, als hij dit stukje leest.





RSS