Levenslust
Josje

En daar was je dan. Je wuifde naar mij, toen ik even opzij van de gebarentolk keek. Groot en breed kwam je op mij af. Het eerste wat ik voelde, toen ik je zag, was blijdschap. Eindelijk kon ik je zien. In levende lijve.
Wij omhelsden elkaar en gaven elkaar een kus op de wangen. Ik voelde je warmte. Het voelde eindelijk heel echt aan.
Naast elkaar gingen wij zitten. Nog een beetje schuchter. Wij praatten wat met elkaar over de omgeving waar wij waren. Toen gingen wij luisteren naar de man die de lezing gaf. Hoewel ik naar de gebarentolk keek, luisterde ik niet echt. Ik vond de lezing niet zo interessant. Fijner vond ik het om jouw aanwezigheid te voelen. Ik had de neiging om tegen je aan te kruipen. Mijn wang op jouw arm te leggen en stil te zitten. Jou te voelen.
Na de lezing gingen wij ieder ons weegs, waarna wij weer bij elkaar kwamen om ergens wat te gaan drinken. Wij gingen schuin tegenover elkaar zitten. Wij keuvelden eerst wat, maar raakten al dieper in gesprek. Dat ging helemaal vanzelf.
Ik keek steeds heel goed naar jou. Ik zag jouw ogen, ik zag de pijn, maar ook de tederheid. En daar brak ineens een prachtige glimlach door om jouw mond nadat ik iets zei. Toen wist ik dat het goed was. Soms moest ik mij bedwingen om niet mijn handen om jouw wangen heen te leggen en een kus op jouw ogen en jouw mond te geven.
Na een uurtje liepen wij samen naar het station, waar jij iets at en ik naast jou zat. Gewoon samen. “Ik voel mij zo op mijn gemak bij jou.”, zei ik. Je legde even je arm om mij heen. Bij het afscheid knuffelden wij elkaar weer even en kusten wij elkaar op de wangen.
Blij rende ik naar de trein. Blij omdat ik naar huis, naar mijn man ging. Ik voelde mij zo vol liefde en tederheid, en ik wist opnieuw weer waarom ik zoveel van mijn man houd. Hij is mijn Grote Liefde, mijn redder, mijn zielsmaatje, de vader van mijn kinderen. Met hem wil ik oud worden, met hem wil ik onze kleinkinderen krijgen, met hem wil ik de wereld laten zien wat pure liefde is.
Maar jij hebt mijn levenslust wakker geschud bij de intensieve gesprekken op de chat, waarin jij mij zoveel liet zien en voelen waar het in het leven daadwerkelijk om gaat. Ik kan nu bij mijn hart.
Ik houd niet van jou, zoals ik van mijn man houd, maar ik voel wel een diepe genegenheid voor jou. Ik zal jou nooit en te nimmer voor mijzelf willen hebben, maar ik wil wel soms in jouw ogen kijken, jouw glimlach zien, jouw warmte voelen. Dankjewel dat je in mijn leven bent gekomen.
Josje is doof. Zij heeft het niet, zij is het met haar hart en ziel. Zij weet weer wie zij is en wil zijn. Met roodgestifte lippen, hooggehakt en inmiddels ook met roodgelakte nagels.





RSS