Noa, Dante en Peters heksensabbath
Peter Breedveld

We zitten weer op La Jenny, al zei ik vorig jaar dat ik het er wel gezien had na zoveel jaren. Ik wilde naar Spanje, maar de kinderen wilden La Jenny. En het ís hun vakantie, dus.
We hebben wel een paar uitstapjes naar Spanje gemaakt. Het eerste naar San Sebastian, één van mijn favoriete Spaanse steden. We waren er vorig jaar ook al, werden overrompeld door de Spaanse hartelijkheid, de goedlachse barmannen en – vrouwen die zich op mijn kinderen stortten, ze achter de bar haalden, met ze op de foto wilden. De rumoerige gezelligheid, de superieure tapas, die hier pintxos heten, want we zijn in Baskenland.


Platgereden vogeltje
Dit jaar gingen we via een omweg. De eerste tweeënhalf uur over Franse tolwegen, wat dodelijk saai is, maar eenmaal over de Spaanse grens slingert de weg zich langs dichtbeboste bergen en wordt het mooi. We stopten in het dorp Bera, zo’n typisch Baskisch bergdorp met van die witte huizen met zichtbare bruine dwarsbalken in de muren en houten balkonnetjes met bloembakken op de balustrades, vol rode bloemen. Een riviertje waar stenen bruggetjes overheen zijn gebouwd, kronkelt door het dorp heen.
Er was niet veel te doen, en dat voor een zaterdag. Niet eens een markt. Op het marktplein stond een leeg podium, dus misschien zou het dorp ’s avonds tot leven komen. We zagen een platgereden pad en een platgereden vogeltje.
Het was bloedheet en we liepen zoveel mogelijk in de schaduw van perenbomen en huizen naar de dorpskern, waar een café was met een terras. Er zaten wat Spaanse families te tetteren. We bekeken de kaart, bestelden cola’s, witte wijn, een langoustinesalade en hamburgers met alles erop en gingen op het terras zitten.




Slaperige dorpjes
De salade was oké, de hamburger de lekkerste die ik in tijden had gegeten. Er zat bacon op en ui en kaas en een gebakken ei, waarvan de dooier langs mijn vingers droop. Een nachtmerrie voor een cardioloog, een openbaring voor wie met MacDonald’s is opgegroeid.
Opeens naderde een kleine optocht het terras. Het waren een stuk of vijf mannen en vrouwen met trekharminoca’s en hun gevolg. Ze speelden vrolijke muziek en gingen het café binnen. Daar begon iedereen te dansen. Het leek me een folkloristische dans te zijn. Het was erg leuk. Een scène die je in een 19e-eeuwse reisroman van Washington Irving verwacht.
Dít, dacht ik, is Spanje. Slaperige dorpjes waar het meteen feest is als er meer dan twee mensen bijelkaar komen.

Naakte vrouwen
We reden verder. Ik ging op zoek naar het dorp Etxalar, waar Rik Zaal ons Baskisch-Keltische grafzerken had beloofd. Ik kon het dorp niet vinden, zelfs niet met de hulp van de supersonische boordcomputer van mijn huurauto, die me zelfs waarschuwt als de bandenspanning niet op peil is. We kwamen terecht in Zugarramurdi, de onheilspellend klinkende naam van een dorp waar heksengrotten zijn.
Ik was jaren geleden al eens in Zugarramurdi geweest. De grotten zijn een enorme prehistorische grot waar een ondiepe rivier doorheen stroomt, van waaruit je tal van kleinere grotten in kunt. In de zestiende en zeventiende eeuw werden er heksensabbaths gehouden. Ik weet niet of dat bijeenkomsten waren van vrouwen die hun eigen menstruatiebloed vereerden en vegetarische recepten uitwisselden of sabbaths zoals Goya die heeft afgebeeld op zijn ‘Zwarte Schilderijen’, met naakte vrouwen die de Duivel vereerden en kinderen offerden. De Spaanse Inquisitie zal het laatste hebben gedacht, want in 1610 werden er veertig heksen opgepakt, waarvan er twaalf op de brandstapel eindigden.
Kinderen offeren
De grot wordt bereikt, nadat je bij de ingang een kaartje hebt gekocht, na het afdalen van een lange trap door een bos, langs hellende weilanden met paarden en rammen. Het zweet gutste langs mijn lijf en hoofd toen we eenmaal beneden waren, bij de luidruchtig stromende rivier waarlangs een smal, moeilijk begaanbaar pad loopt. Deze plek is totaal ongeschikt voor wie slecht ter been is. Het pad is een oude smokkelroute voor illegale waar naar of van Frankrijk.
In de grote grot was het niet moeilijk ons zo’n heksensabbath voor te stellen. De ruimte is ook zeer geschikt voor rave-party’s. Er stond een enorme afgeplatte rots die, vertelde ik mijn jongste zoon, diende als altaar om kinderen te offeren. Er stonden zelfs twee reusachtige ovens. We vonden zowaar een stuk bot dat heel goed van een kind kon zijn. We kropen de kleine grotten in, zover als we konden. Ik voorop, het gekrijs van kwaadaardige heksen imiterend. Verderop hoorde ik andere vaders hetzelfde doen.











Scherpe haarspeldbochten
Toen we elke hoek van elke grot hadden verkend, klommen we weer naar boven. Ons toegangskaartje was ook geldig voor het heksenmuseum, verderop in het dorp, maar we waren te verhit en bezweet voor museumbezoek. We hebben een verfrissing gedronken op een terras voor de kerk en reden verder, want ik had een bord ontdekt dat in de richting van Etxalar wees.
De weg werd steeds smaller en kronkeliger, met steeds scherpere haarspeldbochten. We klommen en klommen, het werd best eng af en toe, maar na elke bocht volgde weer een nieuw spectaculair uitzicht. Ik hoopte vurig dat we geen tegenliggers zouden ontmoeten, maar we bleven alleen. Totdat een groep koeien ons de weg versperde. Ze gingen netjes, maar op hun dooie gemak, voor ons aan de kant. Een kalf keek me emotieloos aan.


We kwamen in Etxalar. De Keltische grafzerken stelden niet heel veel voor. De kerk waarvoor ze stonden, was dicht. Maar Etxalar is een mooi dorp met Middeleeuwse gebouwen, een rivier die onder die gebouwen doorstroomt en bewoners die je zonder uitzondering groeten.

Vanuit Etxalar zijn we naar San Sebastian gereden. Daar is veel te doen. Naast de geweldige tapasbars is er een fraaie kathedraal, een nog veel mooiere kerk, een reusachtig Jezusbeeld bovenop een fort op een heuvel, waarin een (niet overdreven interessant) museum is gevestigd en vanwaar je uitkijkt op de mooie baai van San Sebastian, met een zandstrand en bootjes en restaurantjes er omheen.







San Sebastian is vooral übergezellig. Toen we aankwamen, zagen we meteen al een optocht van trommelaars in traditionele kledij. Mannen met alpino’s en vrouwen in lange rokken, mannen en vrouwen met die kenmerkende rode halsdoek. Hun getrommel was opzwepend en imponerend, hun vrolijkheid aanstekelijk.


Er was kennelijk een feest gaande, want dergelijke optochten waren overal en het was poepiedruk in de stad. Op een plein stond een tent waar honderden trommelaars stonden, maar er hingen spandoeken met uitsluitend Baskische teksten waar ik niks van begreep. Er speelde ergens een hardrockband op een dak. Voor ik het wist, was het al tien uur geweest en moesten we ons haasten naar de auto, met drie uur terugrijden voor de boeg.
Aangehouden door de politie
In Frankrijk werd ik bij een tolpoort aangehouden door de politie. Die vroeg me het hemd van het lijf. Waar ik geweest was, waar ik naartoe ging, wat ik in San Sebastian had gedaan, wat ik in Le Porge ging doen, of die auto van mij was, waar ik ‘m had gehuurd. Mijn ondervrager loerde naar binnen, naar mijn kinderen. Ik beantwoordde als een dociel burgertje alle vragen, maar ik vond het eigenlijk een behoorlijk inbreuk op mijn privacy. Ik werd toch nergens van verdacht?
Een week later, toen we terugkwamen van Pamplona, werden we weer aangehouden. Toen stond er groot ‘Douane’ op het gele vest van mijn ondervraagster. Dit zal dus een maatregel zijn tegen de smokkel van vluchtelingen.
Is het Vrije Woord u écht lief? Steun dan het jubilerende (tien jaar!) Frontaal Naakt. Doneer aan de enige dwarsdenkende, onafhankelijke site van Nederland. Stort wat u missen kunt op rekeningnummer NL59 RABO 0393 4449 61 (N.P. Breedveld, Rabobank Rijswijk), SWIFT BIC RABONL2U o.v.v. ‘Frontaal Naakt’. Lees hier waarom dat niet met PayPal kan. Nog liever heb ik dat u op Frontaal Naakt adverteert of mij inhuurt. Mail mij.





RSS