Ramen in Tokio
Peter Breedveld

Toen Hassnae en ik in Kyoto vier jaar geleden voor het eerst in een traditioneel ramen-restaurant aten, was ik geschokt door het luidruchtige geslurp van de Japanse gasten. Nu slurp ik lustig mee. Het is nog een hele kunst om luid te slurpen, minstens zo luid als een Japanner, maar ik doe echt mijn best. Hassnae is nog te beschaafd om zich over te geven aan de Japanse tafelmanieren en heeft gisteren dan ook haar tong verbrand (hahaha!).
Gisteren was in Harukiya, één van de beroemdste ramenbars in Tokio, in een wijk die de bakermat van de Tokiose ramen zou zijn, Ogikubo. Ik had me er al sinds april op verheugd Hassnae mee te nemen naar een piepklein ramenbarretje dat ik had ontdekt en waarover ik op Aicha Qandisha heb geschreven. Heerlijke, beetgare pasta in een rijk gevulde, dikke misosoep serveren ze daar.
Varkensbotten
Dus ik heb Hassnae ermee naartoe genomen (ik weet nu dat de bar ‘Kururi’ heet, al staat dat nergens op de gevel), we hoefden niet eens in de rij te wachten, maar wat een teleurstelling: de bouillon van alle gerechten is getrokken van varkensbotten. Dus heb ik een kom ramen weggeslurpt terwijl Hassnae met hongerige ogen naar me zat te kijken, maar ja, moet je je maar niet door je denkbeeldige vriend laten voorschrijven wat je wel en niet mag eten. Ik zeg nog tegen Hassnae, ik zeg: “Neem toch gewoon een kom ramen, dat varkensvleesverbod slaat alleen ergens op als je in de woestijn zit en de koelkast nog niet is uitgevonden”. Maar Hassnae is daar heel principiëel in.
Echte Tokiose ramen is echter gemaakt op basis van visbouillon en daar schijnen ze bij Harukiya het beste in te zijn. We hebben er een lange reis voor ondernomen, want Ogikubo ligt aan het einde van de Marunouchi-metrolijn. Daarna moesten we zoeken naar de bar, wat in Tokyo altijd een bezoeking is. Hadden we ook nog een routebeschrijving waarin ons werd bevolen ‘oostwaarts’ te lopen en aangezien we geen postduiven zijn en ook geen kompas bij ons dragen, hadden we daar dus niets aan.
Slurpwedstrijdje
Maar de beste restaurants zijn bekend bij elke Tokionees en nadat we eerst in de verkeerde Harukiya waren gaan zitten, waar alleen een heel onsmakelijk ogend varkensvleesgerecht wordt geserveerd, kwamen we na twee keer vragen bij de juiste Harukiya aan. Daar nog voor de zekerheid gevraagd of er echt geen molecuul varken in de soep zat (een hele toer, omdat Tokionezen overal een uitgebreide uitleg bij hebben en dat in heel rap Japans doen) en toen kon het feest beginnen.
Ik had een soep met alles erin, voor Hassnae lieten ze er het varkensvlees uit (her loss). Slurpwedstrijdje gedaan met het stel dat naast ons zat (en dat ik verloor, uiteraard) en na een kwartier of zo was het alweer over. Ramen (in Harukiya noemen ze het trouwens soba – ik ben er nog steeds niet helemaal uit wat nou precies het verschil is) moet je snel eten, anders verliezen de noedels in de kokend hete soep hun beetgare kwaliteit.
Moslima
Het was heerlijk, maar de ramen van Kururi blijft wat mij betreft de beste. Jammer dat ik daar niet samen met mijn moslima heen kan. In april had ik in de wijk Harajuku nog een ander geweldig restaurant ontdekt, Agaru sagaru nishi iru higashi iru, waar je voor een zeer schappelijke prijs innovatieve en heerlijke kaiseki-gerechtjes krijgt, maar daar bleken ze ook al niet in staat Hassnae een varkensvrij menu voor te zetten.
Niet dat Hassnae honger heeft moeten lijden. We hebben spectaculair gegeten, daar ga ik de komende weken nog over schrijven. Helaas is vandaag alweer onze laatste dag in Tokio. Vannacht moeten we weer terug naar de hardvochtige dwergendictatuur.
Asiel aanvragen
Lieve mensen, wat ga ik de Japanners weer missen. Zo lief en beleefd, zo gretig om je te helpen. Eergisteren stonden we in een metrostation op de kaart te kijken, werden we meteen aangesproken door twee lieve meisjes, die ons de juiste weg wezen. Vraag je de weg aan een politieman, roept-ie met zijn walkie-talkie een collega die met een kaart komt aansnellen. We zochten naar een bepaalde patissier (ja, het draait altijd om vreten tijdens onze vakanties) en vroegen de weg in een postkantoor, waar de filiaalchef een medewerkster opdracht gaf ons tot aan de deur van die patissier te brengen. Helaas was die de hele maand gesloten wegens vakantie. De vrouw stond ons een beetje bedremmeld aan te kijken. Ze vond het echt heel erg voor ons.
De metro is rond middernacht nog net zo brandschoon als ’s morgens vroeg. Als je op de trap de dame, die naast je loopt, laat voorgaan, maakt ze eerst een hoffelijke buiging, voordat ze doorloopt. Als je per ongeluk tegen iemand aanloopt omdat je niet oplet, zegt het slachtoffer altijd dat het zijn of haar schuld is.
O man, als Nederland maar een fractie van die beschaving zou hebben, wat zou het daar leefbaarder van worden. Nu zie ik er als een berg tegenop om me weer tussen de agressieve, opgefokte horken te begeven. Misschien moet ik hier asiel aanvragen.
















RSS