Frontaal
Naakt
1 november 2013

Sletvrees

Peter Breedveld

hal10

Twee jaar geleden maakte ik me druk om de documentaire Sunny Side of Sex van Sunny Bergman. Ik was geen fan en schreef er dit stukje over. In maart liep ik Bergman tegen het lijf op het Boekenbal en ze zei: “Ben jij Peter Breedveld? Je hebt me helemaal afgebrand!” Toen bood ze me een bitterbal aan. Ik was zó gecharmeerd, dat ik besloot nooit meer iets lelijks over haar te schrijven.

Het werd me moeilijk gemaakt toen ik door Bergmans researcher Roos van Ees werd uitgenodigd voor de voorvertoning van haar nieuwe docu Sletvrees. Bergman is een grappig en sympathiek mens, maar ik heb veel kritiek op haar aanpak in Sunny Side of Sex en het project daarvóór, Beperkt Houdbaar. Mijn voornaamste bezwaar is dat ze daarin haar persoonlijke ervaringen tot kwesties van universeel belang opblaast en de kijker op prekerige wijze haar boodschap opdringt, daarbij elk onwelgevallige feit onder het tapijt vegend.

Heel erg grappig

Ik ging ervan uit dat het met Sletvrees niet anders zou zijn, maar omdat ik Bergman zo aardig vind, had ik geen zin om dat dan te zeggen, terwijl ik ook niet wil huichelen. Ik kon niet naar de voorvertoning en dacht dat ik er vanaf was, maar Van Ees stuurde me een geheime link, zodat ik de film online zou kunnen zien. ‘Ik ben echt heel benieuwd wat je ervan vindt!’ schreef ze.

Nou, ik vind Sletvrees geweldig! Bergman houdt het nog steeds persoonlijk, maar ze is niet meer zo opdringerig aanwezig, ze heeft een duidelijke boodschap (het is hypocriet om een vrouw met veel bedpartners een slet te noemen en een man met veel bedpartners stoer te vinden), maar stelt vooral veel vragen en ze laat wetenschappers en deskundigen (onder andere een seksuoloog en een neuroloog) aan het woord om aan de hand van hun bevindingen tot een bepaalde conclusie te komen. O, en Sletvrees is ook heel erg grappig.

Niet altijd een orgasme

Maar eerst en vooral is het een onderhoudende, afwisselende film. Die is gelardeerd met interviews die zijn opgenomen in een koepeltent op plekken in Londen, Berlijn, San Francisco, Las Vegas en Amsterdam, waar de geïnterviewden, stellen en alleenstaande vrouwen en mannen, op een opblaasmatras liggen en vertellen over hun seksleven.

Blijkbaar werkt de baarmoederachtige geborgenheid van die tent stimulerend voor de openhartigheid, want de vrouwen vertellen dingen die ze kennelijk nooit hebben toevertrouwd aan de man die naast hen ligt. Dat zie je aan de reacties van die mannen als ze vertellen dat ze lang niet altijd een orgasme hebben, of dat ze soms tegen hun zin vrijen, om eventueel gezeur te voorkomen. Een jonge vrouw, een meisje nog, die dat bekent, drukt haar gezicht meteen daarna tegen de borst van haar vriend en trekt een gezicht van: “Oh boy, hoe gaat hij hier op reageren?”

Die interviews bewijzen op zich natuurlijk niks, maar het is boeiend om naar die mensen te kijken en te luisteren. Als dit elke week een halfuur op televisie was, gewone mensen die over seks praten, zonder effectbejag, zonder sensatie, zou ik een trouw kijker zijn. En het het zijn mooie illustraties bij de feiten die Bergman in de rest van de film presenteert.

Gewone mensen die over seks praten

Daarvoor kijkt ze rond op een pornobeurs in Duitsland en interviewt ze een pornoproducent die – hilarisch – aanvankelijk beledigd is dat Bergman kennelijk zijn films nooit heeft gezien, waarop ze hem verzekert dat ze zijn ‘oeuvre’ zeer goed kent, maar dat dit misschien niet voor de kijkers geldt en of hij daarom toch wil uitleggen waar zijn films over gaan. Ze spreekt met jonge vrouwen, met een jeugdvriendin van haar, een automonteur, die een lijst bijhoudt met alle mannen met wie ze naar bed is geweest (“Staat mijn broer daar ook op?” vraagt Bergman) en die zelf actief op mannenjacht gaat, ze doet mee aan een workshop van sekstherapeute Annie Sprinkle, spreekt met de schrijver van de best-seller Mannen komen van Mars, Vrouwen van Venus, met strippers en pornoactrices en ontdekt gaandeweg dat er geen bewijs is dat vrouwelijke seksualiteit van nature anders is dan mannelijke seksualiteit. Dat mannen continu geile jagers zijn en vrouwen moeten worden verleid, is allemaal cultureel bepaald. Het begint al bij de speelgoedkeuze voor kleine meisjes en jongens. Meestal onbewust worden ze in een bepaalde rol gemasseerd, die past bij hun sekse.

Afschuwelijk hypocriet

Er zullen veel mensen zijn voor wie dit gesneden koek is, maar ik vond het wel een eye-opener, en ik vond het opwindend hoe Bergman gaandeweg de film steeds wat meer puzzelstukjes prijsgeeft, als in een detective. Ik vond het ergens ook wel confronterend. Een jongeman die opsnijdt over een astronomische hoeveelheid bedpartners, geeft toe dat het ‘afschuwelijk hypocriet’ van hem is, maar dat hij het van zijn vrouw niet zou accepteren als ze met zoveel mannen naar bed is geweest.

En in alle openhartige eerlijkheid: ik begrijp wel wat hij zegt. Ik zie seks als iets zeer intiems, dat je alleen deelt met mensen die voor jou heel speciaal zijn, en als je dat dus kennelijk makkelijk ‘weggeeft’ aan honderdveertig man, gaat er wel wat van het speciale af. Ik zei dat tegen Hassnae, met wie ik de film bekeek, en ze verweet me terecht mijn hypocrisie.

Hard to get

Er was nog iets dat me verraste: in het begin van de film onthult een drietal jonge vrouwen dat het moeilijk is om een jonge vrouw te zijn, omdat je tegelijkertijd gewild en ‘hard to get‘ moet zijn. Eén van hen zegt ook dat ze zich sexy kleedt omdat ze gewild wil zijn. Tegen mij houden vrouwen altijd vol dat ze zich sexy kleden voor zichzelf, en zeker niet voor mannen. Ik vond dat ontroerend.

Mij heeft Bergman met deze film overtuigd: er moet een omslag komen in het denken over vrouwelijke seksualiteit. Ik denk dat vrouwen én mannen daar veel gelukkiger van zouden worden. Bergman moet hier alle middelbare scholen mee af.

Sletvrees is op 14 november vanaf 20.55 op Nederland 3 te zien.

Peter Breedveld