Syrië
Frans Smeets

In 2001 ben ik met mijn vriendin vanuit Nederland om de Middellandse Zee heen naar Alexandrië (Egypte) gefietst. Een tocht van zo’n achtduizend kilometer. Vlak voordat we de Arabische wereld, waar ik voor het gemak ook maar even Turkije tot reken, door trokken, werden de Twin Towers door vliegtuigen doorboord. Iedereen waarschuwde ons, vanwege de veiligheid, terug te keren. We gingen door. Achteraf was alleen de oostkust van Italië voor ons een probleem wat betreft de veiligheid.
Van het land Syrië wisten we helemaal niets. We hadden niet eens een visum gehaald op de plek waar dat eigenlijk moest. Omdat we inmiddels ‘uit’ Turkije waren en ze het zielig voor ons vonden dat we anders tweehonderd kilometer terug moesten fietsen naar de officiële plek, kregen we er toch eentje. Dat zijn de voordeeltjes die je kunt pakken als je op de fiets bent en van een land waar blijkbaar regels niet altijd regels zijn.
Vergeleken met de goed in het pak zittende jonge Turkse militairen met hun moderne wapens, zagen de Syrische militairen er uit als een zootje ongeregeld. Ze waren van alle leeftijden, hadden oude uniformen, waren ongewassen en hadden verouderde wapens.
Na een paar dagen vol allerlei hachelijke avonturen richting Jordanië gefietst te hebben, besloten we in Idlib uit te rusten. Een plaats met zo’n vijftigduizend inwoners, niet ver van Hama waar het leger nu huis houdt.
We werden opgewacht door een agent met een verboden snor en met een toupet die hij iedere minuut haastig moest recht zetten. Hij bracht bij mij een geurervaring naar boven die ik als kind niet meer beleefd had, namelijk van oude mannen die zich in geurwater hebben ondergedompeld.
Hij wilde ons naar een of ander hip Lonely Planet-hotel brengen. We stonden erop om in een doorsnee Syrisch hotel te overnachten. Uiteindelijk bracht hij ons met politie-escorte naar een klein en ranzig hotel-pension, versierd met plakplaatjes op de muren, zonder douche of bad. Hij begreep er werkelijk niets van.
Baden deden de Idlibbers bijna allemaal in de hamam. Ik ben er zelf ook enkele keren geweest om te schrobben, maar werd met regelmaat vergezeld door veiligheidsmensen. Altijd herkenbaar, omdat ze zo onopvallend mogelijk proberen te zijn. Zodra je je buiten de Lonely Planet– of zakenhotels bevond, had je dit soort types achter je aan.
Mijn vriendin had het op dat punt een stuk beter. Was de mannenhaman een vrij bedompte toestand, bij de vrouwen ging het er wild aan toe. Vleeskeuringen, henna, gebakjes, kinderen (ook jongetjes) verzorgen, wiet roken, kletsen over kleine piemels van echtgenotes en modeshows met waanzinnige lingerie. Dit tafereel werd door een robuuste madam bij de ingang afgeschermd van de mannelijke buitenwereld. Dat veel westerse ideeën in opmars waren, vonden ze heerlijk. Maar van één westers gebruik baalden ze behoorlijk, de thuisdouche. Een thuisdouche gaf conservatieve mannen een argument hun vrouwen binnen te houden.
In het Internetcafé zag je weer een heel andere wereld. Jonge, moderne mensen, goed Engels sprekend, die zich via het wereldwijde web op de wereld oriënteerden. Zij wisten eigenlijk meer van onze wereld dan wij van de hunne. Yahoo was in Syrië verboden, maar met enkele trucjes wisten ze binnen de kortste keren een buitenlijn te ritselen. Een van de jongens, van beroep verkeersagent, was duidelijk homoseksueel en daar was, voor zover ik dat kon beoordelen, iedereen in zijn vriendenkring van op de hoogte.
Er zat bij de jeugd veel onderhuidse spanning en angst. Dat merkte je vooral als er oudere mannen het café binnen kwamen. Iedereen was plotseling stil of er werd gefluisterd. Een persoon kon zo een van de veiligheidstroepen zijn. De aanslagen op de WTC hadden de autoriteiten nerveus gemaakt en de jongeren voelden dat verandering mogelijk was. Er hing een rebelse gespannenheid.
Het was duidelijk dat deze jongeren zich niet langer in het keurslijf van conservatieve dogma’s, sociale conventies en dictatoriaal zwijgen wilden laten drukken. Deze jongeren wisten wat in de wereld te koop was en wilden feesten, verliefd worden, reizen en geld verdienen. Ze wilden niet wachten tot hun ouders een geschikte partij hadden gevonden. Ze wilden gewoon een vrij leven waarin ze eigen keuzes konden maken.
Toen we Idlib verlieten, gaf ik de homo een tekening met hem als een evenwichtskunstenaar op een koord. Hij moest huilen.
Terug in Nederland werden we in een beeld van de Islamitische wereld gedompeld die wij niet herkenden.
Ik heb nooit geloofd in die zogenaamde ‘islamisering’. Grote delen van de Arabische wereld waren ten tijde van de aanslagen al grotendeels verwesterd. De dictaturen scheten peentjes na de aanslagen. Het is echter juist onze reactie op de aanslagen en de oorlog in Irak geweest die de dictaturen in de kaart heeft gespeeld en versterkt heeft. Zolang de extremisten maar niet aan de macht kwamen, vonden wij het wel prima. Als hoeders van de westerse waarden konden we het martelen uitbesteden aan louche regimes. Zèlfs een mafketel als Ghadaffi werd salonfähig.
De revoltes die nu plaatsvinden in de Arabische wereld, komen niet uit de moskee of van extremistische islamieten, maar uit het internetcafé, de satellietschotel en het mobieltje. Overheden kunnen niet langer hun onderdanen van informatie afschermen. Het enige wat rest is keiharde repressie. De angst voor organisaties als de Moslimbroederschap na de revolutie is in Egypte daarom ook ongegrond.
De revoltes zeggen iets over hoe we zelf blind waren voor wat er zich in het dagelijks bestaan werkelijk afspeelde in veel Arabische landen. We zagen het beeld dat we wilden zien. Bij elke scheet van een extremistische malloot kwamen weer dezelfde terrorisme-‘deskundigen’ hun grammofoonplaat afdraaien over gehergroepeerde cellen en Al Quada-structuren en werd er gewezen naar mensen en groepen met vreemd klinkende namen die daarom alleen al gevaarlijk moesten zijn. De angst moest gevoed, al was het maar voor het eigen inkomen.
In al die jaren heb ik nauwelijks iemand gehoord over de veranderingen die wij daar op microniveau tegen kwamen.
De Arabische lente toont niet alleen het falen van de inlichtingendiensten, maar die van de media en journalistiek. “Niemand heeft het zien aankomen”, terwijl de informatie gewoon op straat lag.
Deze informatie was gewoon te saai. Daar vul je geen avondprogramma mee. Wij willen bommen en granaten.
De generatie van toen is nu in de dertig en heeft in Syrië niets zien veranderen. Het is waarschijnlijk ook de generatie die nu in opstand komt samen met jongere lotgenoten. Ik heb daar heel veel respect voor en hoop dat ze het er heelhuids van af brengen.



Uit veiligheidsoverwegingen heeft Frans Smeets besloten om geen foto’s van mensen uit Idlib bij deze column te plaatsen.





RSS