‘Vrouwen, met hun arme zieke hersenen’
Peter Breedveld

Illustratie: Kyoko Okazaki.
Over de schandalige dagboeken van de 19e-eeuwse broers Edmond en Jules de Goncourt hoorde ik voor het eerst toen ik striptekenaar Hanco Kolk bij hem thuis interviewde. Dat is bijna dertig jaar geleden. Zijn assistent Michiel de Jong was er ook en ze hadden het over die dagboeken, dat de broers daarin ongefilterd schreven over het liederlijke leven van legendarische schrijvers als Guy de Maupassant en Gustave Flaubert. Dat er werd gehoerd en gesnoerd in de Parijse literaire kringen dat het een aard had. Die dagboeken moest ik beslist lezen, besloot ik.
Het is er nooit van gekomen. Het is niet zo dat je ze in elke boekwinkel tegenkomt en ik vergat ze steeds, totdat ik er weer ergens over las en dan vergat ik ze opnieuw, maar een maand of zo geleden heb ik die boeken opgesnord op het internet, wat moeilijker is dan ik dacht. In elk stuk dat ik erover lees, wordt beweerd dat de broers alleen nog bekend zijn vanwege die dagboeken en dat hun officiële literaire werk totaal is vergeten, maar boeken van Edmond de Goncourt worden nog steeds herdrukt en voor de dagboeken moest ik de antiquariaten af. Uiteindelijk vond ik een slipcase met de complete dagboeken in het Frans, zo’n 5000 pagina’s in totaal, en een herdruk uit 20214 van een naar het Nederlandse vertaalde selectie uit die dagboeken, 500 pagina’s, in 1985 uitgegeven door de Arbeiderspers. Ik kocht ze allebei en die bloemlezing heb ik nu uit.
Lelijkste hoer
En ik moet zeggen, het viel me toch een beetje tegen, dat scabreuze scandaleuze. De meeste uitzinnige anekdotes uit die dagboeken kende ik al van de verhalen erover. Guy de Maupassant die zijn lid beschilderde zodat het leek alsof hij syfilis had en toen zijn maîtresse verkrachtte, die daarna in doodsangst heeft geleefd. Gustave Flaubert die in het bordeel de lelijkste hoer koos die hij kon vinden en haar onder het oog van iedereen naaide ‘zonder zijn sigaar uit zijn mond te nemen’.
De broers en alle schrijvers en kunstenaars in hun kennissenkring zijn uitzonderlijk misogyn. Hoe er over vrouwen wordt gepraat, dat zou zelfs Johan Derksen nog te gortig vinden en ik vond het heel snel heel vermoeiend worden. Over een bepaalde vrouw schrijft Jules dat ze het bewustzijn heeft van een koe, maar dat ze met een beetje werk wel een aapje zou kunnen worden. ‘Ach vrouwen, en zelfs de beste!’ schrijft Edmond, ‘Wat brengen ze met hun zenuwen, hun arme zieke hersenen, toch een kwellingen in het leven van een man!’
En check deze: ‘Het huidige systeem van onderwijs-voor-allen zou de maatschappij van de toekomst kunnen beroven van de ontwikkelde man en daarvoor in de plaats de ontwikkelde vrouw kunnen stellen: geen geruststellend vooruitzicht voor de echtgenoten van de toekomst.’
Bloederige ontmaagding
Als Edmund in een koets langs een bepaald huis rijdt, denkt hij terug aan een meisje van 16 of 17 dat hij daar als twintiger verkrachtte, waarbij opvalt dat de copulatie niet lukte toen het met wederzijdse instemming was, maar pas de volgende dag, toen ze zich opmaakte de kamer te verlaten en hij haar op een stoel smeet en bruut en bloederig ontmaagde. Hij herinnert zich daarbij het geluid van een scheurend vlies, als een trommelvlies.
Ze is vervolgens zijn maîtresse, want zo schijnt dat te zijn gegaan in die dagen, je verkrachtte een vrouw en ze was de jouwe. Edmond is heel verontwaardigd als ze hem dumpt voor een goede vriend van hem.
Nu moet gezegd worden dat de vrouwen, die van de elite in elk geval, op seksueel vlak niet veel minder grenzeloos waren dan de mannen. Ook zij hielden er meerdere minaars op na en wekken niet de indruk erg preuts te zijn geweest.
Japanse kunst
Van de emancipatie waren de broers in elke geval niet, ook niet die van de arbeiders. Er wordt in het dagboek wat gefoeterd over de arbeidersbeweging die opkwam, het gajes dat het voor het zeggen krijgt, over politici die zich inspanden voor hun rechten, voor hoger loon, waardoor alles onbetaalbaar wordt. Verder grossierden zij en hun kennissen in antisemitische complottheorieën (De Rothschilds!) en leken ze homo’s als een soort psychopaten te zien.
De broers waren overtuigd lid van de elite. Ze erfden hun fortuin van hun ouders en wijdden hun leven – onafscheidelijk van elkaar – aan de kunst en de literatuur. Ze waren zeer invloedrijk. Door hen werd het verzamelen van Japanse kunst populair en ze introduceerden sushi in Parijs: ‘Kleine rolletjes rijst in het geroosterde blad van een waterplant, zoiets als een stukje blanke worst in een omhulsel van bloedworst.’ Edmond werd op latere leeftijd door de Japanse overheid geëerd vanwege het promoten van de Japanse kunst en cultuur.
Jules was toen allang dood, gestorven aan syfilis, op 39-jarige leeftijd. Zijn laatste dagen worden in de dagboeken dramatisch beschreven door zijn broer, die daarna nog jaren in diepe rouw was gedompeld.
Oorlog en revolutie
Ik schreef hierboven dat die dagboeken, althans de bloemlezing van de Arbeiderspers, me een beetje tegenvielen qua schandaligheid, maar dat betekent niet dat ze oninteressant zijn. Ik dacht dat ik wel wat wist van de Franse geschiedenis en literatuur, maar ik moest toch nog aardig wat googelen. Ik heb me ook nooit gerealiseerd dat tijdens de oorlog tegen Pruisen, de opstand van de Communards, verschillende machtswisselingen plaatsvonden in het Frankrijk van al die beroemde schrijvers en kunstenaars. Edmund hoorde tijdens de oorlog tegen Pruisen de granaten vanuit zijn Parijse huis ontploffen en beschrijft dodelijke slachtoffers en een vrouw die haar voet verliest. Er heersten angst en voedseltekorten en er werden recepten uitgewisseld voor maaltijden met het weinige dat er nog was.
Benepen mannetje
De beschrijvingen van veel kunstenaars en schrijvers spreken tot de verbeelding. Beeldhouwer Rodin, toen nog onbekend, komt door de ogen van Edmond, die zijn talent bewonderde maar niet zijn verbeelding, helemaal tot leven.
Absolute minachting legden de broers aan de dag voor Émile Zola, bekend van zijn pamflet J’Accuse, waarmee hij de Dreyfuss-affaire een nieuwe wending gaf. De Goncourts vonden hem een benepen zeikerd en voor zijn werk hadden ze ook weinig waardering. Zola, daarentegen, gaf openlijk toe dat met name het werk van Edmond van grote invloed was op zijn eigen oeuvre.
Nederlandse fans
Edmond had aan het einde van zijn leven ook bewonderaars in Nederland. Een niet bij naam genoemde bloemenkweker in Haarlem wilde een hyacint naar hem vernoemen en Lodewijk van Deyssel schreef een essay waarin hij de loftrompet over hem afstak. Edmond hoorde over dit essay van de Nederlandse schrijver/kunstenaar Philip Zilcken, die naar Parijs was gekomen om zijn beeltenis te etsen. Volgens Edmond kon Van Deyssels essay onmogelijk in het Frans worden vertaald, ‘omdat het Hollands veel rijker is dan het Frans en vijf of zes uitdrukkingen heeft om iets weer te geven dat bij ons maar op één manier gezegd kan worden.’

Is het Vrije Woord u écht lief? Steun me dan met een financiële bijdrage. Doneer aan de enige dwarsdenkende, onafhankelijke (maar echt) site van Nederland. Rekeningnummer NL24 ASNB 8832 6749 39 (N.P. Breedveld, ASBN Rijswijk), BIC ASNB NL21.





RSS