Walghaar
Thamar

Van alle verschrikkelijke lelijke en enge dingen die een lijf van nature kan hebben, vind ik schaamhaar toch wel het ergst.
Thamar

De eerste keer dat ik schaamhaar zag, was ik, denk ik, tien. In een boek. Mijn ouders waren niet zo’n vrijgevochten stel die vonden dat kinderen met alles in aanraking mochten komen, inclusief hun naaktheid. Ik heb zelf pas geleerd dat schaamhaar iets normaals is. Al ervoer ik dat anders.
Ik was totaal afgesloten van het fenomeen schaamhaar. En seks. Al waren er wel van die Duitse pornofilms op televisie die ik niet kon kijken omdat ik geen televisie op mijn slaapkamer had. Gelukkig kon ik seks nog wel lezen. De Actueel was mijn voornaamste bron van seksverhaaltjes. Die zat in de wekelijkse leesmap. In de Actueel stonden altijd korte verhaaltjes over wat de buurjongen met het buurmeisje had gedaan. Zover als ik me kan herinneren waren de verhalen retegeil en wist ik altijd goed te visualiseren wat er allemaal gebeurde tussen de buurjongen en het buurmeisje.
Zover als ik terug kan denken, waren in de Actueel alle verhaaltjes vrij van schaamhaar. Of er werd gesproken over stoppeltjes. Zo’n driedagenbaardje op de poes. Maar echte jaren’70-beharing kan ik me nergens herinneren. Niet in tekst in ieder geval.
Ik weet wel dat mijn moeder een boek had. Waarin allerlei standjes werden uitgelegd en alle onderdelen van de vagina en de penis. Interessant. Iedere avond voor het slapen gaan las ik dat boek. Met plaatjes erbij. Zwart-witplaatjes. Maar die plaatjes konden mij niet zo bekoren. Het haar, dat de vrouwen hadden op hun venusheuvel, liet mijn maag een rondje draaien. In de verkeerde richting. Ik vond het geen gezicht. Heel lelijk en vies. Het klopte niet. Het hoorde niet. Zou ik er ook zo uit zien als ik volwassen zou worden? Mijn eerste indruk van schaamhaar was geboren en het was geen goede indruk.
Op het moment dat ik ook maar het idee had dat er één haartje tevoorschijn kwam tussen mijn benen, stond ik al in de aanslag met een scheermes. Weg moest het. Dat plaatje uit het boek ben ik nooit meer vergeten. Het staat op mijn netvlies gegrift.
Dat schaamhaar natuurlijk is en er zit voor de geur, zodat we signalen af kunnen geven aan het andere geslacht, maakt het verhaal al helemaal niet beter. Lekker fris idee. Zo’n geur verspreiden met je schaamhaar. Zo’n gigantische, flinke fluffy toef die ook nog eens geurtjes verspreidt.
Vrouwen die schaamhaar eren en er niet aan moeten denken dat er ook maar één plukje eraf wordt gehaald. Mannen die niet beter weten dan te snuffelen in een bosje stug krullend haar. Ik moet er niet aan denken. Ook snuffelen bij mannen met een bosje stug krullend haar vind ik geen fantastische bezigheid.
Natuurlijk zal ik hem niet weigeren als hij in mijn bed stapt en er knalt een bos schaamhaar tevoorschijn waar je u tegen zegt, maar of ik het leuk vind en van geniet? Nee. Een man hoeft niet kaal, schaamhaar is toch wel een beetje mannelijkheid, maar overbeharing? Schaamhaar dat doorloopt tot aan je enkels en stopt bij je schouders moet ik ook niet hebben. Trim het. Hou het bij. Zorg voor je zelf. Maak het mooi. En een pluspuntje? Je lul lijkt groter. Sommigen zouden het daarom juist allemaal weg moeten halen. Optisch bedrog zou wel eens voordelig uit kunnen pakken.
Schaamhaar, het woord alleen al. Misselijkmakend en zo prehistorisch. Of mijn aversie te maken heeft met hygiëne, de eerste indruk op mijn tiende of de jaren ’90, weet ik niet zo goed. Ik denk dat alles met elkaar te maken heeft. Ook al is schaamhaar niet vies, vind ik het wel vies. Smerig. Ranzig.
Schaamhaar en ik, nee. Van alle verschrikkelijke lelijke en enge dingen die een lijf van nature kan hebben, vind ik schaamhaar toch wel het ergst. Met stip op één. Superklapper van de week. Trés verschrikkelijk.
Thamar is een vrouw alleen in Rotterdam, ‘die geniet van al het moois wat de straten, terrassen, clubs en cafés te bieden hebben’. Check zeker ook haar blog.





RSS