Frontaal
Naakt
20 juli 2009

Wildersproleten

Frans Smeets

Aangezien ik nogal afgelegen woon, probeer ik bezoeken aan mensen te combineren. Laatst had ik het voordeel twee feesten in een weekend af te kunnen werken. Ik had twee uitnodigingen gekregen van oude schoolvrienden uit Limburg en op zich leek het me wel leuk om eens te kijken hoe het geheel erbij stond. En zoals meestal bij dit soort dingen, strompel je aan het eind van zo’n weekend met een nooit-meer-gevoel naar huis.

Het eerste feestje vond plaats in zo’n typisch vrijstaand proletenhuis in de betere wijk van een middelgrote plaats waar er zo veel van zijn. Symmetrie in de vensterbank, tentje in de tuin, barbecue, grote serredeur met een directe verbinding met de inbouwkeuken, bovenal veel drank èn natuurlijk de hele buurt uitgenodigd.

Al snel ging het in de groep over Wilders en een opmerking van mij dat ‘de knieschijf toch een grens te ver was’, kreeg repliek van: “Ze moeten gewoon hoger mikken, waarom hebben we anders helikopters, afschieten dat tuig.”

Het tweede feestje vond plaats bij iemand die HET gemaakt had. Sterrenrestaurant voor de hele avond en nacht afgehuurd met een hele zaal vol “ondernemersbloed”. Maar ook hier ging het, na een inleiding van een moppentapper, over Marokkanen en Wilders. Alleen werd hier het wapenassortiment uitgebreid met de mitrailleur en straaljager. Altijd inventief, die ondernemers.

Opvallend was dat het extremistische gedachtegoed vooral door mannen werd aangehangen en dat de vrouwen veel genuanceerder waren of zich als domme schapen op de achtergrond bezighielden met de laatste aankopen. Dit verklaart misschien ook de vrouwonvriendelijkheid van Domrechts die zo graag de islamitische onderdrukte vrouw wil redden, en het stuitende domrechtse gebrek aan empathisch vermogen.

Bij de Wildersstemmer wordt meestal naar de in-het-nauw-gedreven-lageropgeleide-autochtoon-in-de-Vogelaarwijken verwezen.

Dit beeld klopt niet. Het grote Wilderselectoraal bestaat uit gefrustreerde mannen in blanke wijken door alle klassen van de samenleving heen. In christelijk Urk was Wilders de grote winnaar. In de voormalige linkse bolwerken in Oost-Groningen werd ook Wilders de grootste en in het katholieke bolwerk waar ikzelf vandaan kom was Wilders de Messias geworden. De verlosser. Maar van wat eigenlijk?

Rationeel gezien is de keuze voor Wilders verbazingwekkend, omdat zijn kiezers alles wat ze hebben, door Wilders juist kunnen kwijtraken. Maar misschien willen ze dat wel.

Want wat drijft hen nou? Van het paartje dat het eerste feest hield, was de man timmerman en de vrouw verpleegster. Ze gaan drie keer per jaar op vakantie, twee kinderen, een bult van een huis onder de kont, geen allochtoon in hun omgeving en toch de hele fucking avond mopperen over allochtonen die hen leed aandoen.

En ook dat tweede feest. Ze reizen de hele wereld over, consumeren zich helemaal suf, er is werkelijk geen allochtoon in een straal van tien kilometer te vinden en dan willen ze gaan moorden!

Godwinmannetje Filantroop beweert op de site van Stan de Jong dat hij “met een gerust hart kan stellen dat hij binnen is en niet afhankelijk van bijverdiensten.” Nu weet je natuurlijk nooit of zo’n opmerking kleine-piemel-gedrag is, maar van al zijn simplistische verhalen druipt de ellende af die links (alles buiten ter linkerzijde van de PVV), Christenen en de Islam hebben aangericht. En dan het onrecht dat hij al die jaren heeft moeten ondergaan! Hij zal toch niet van dit verschrikkelijke linkse systeem hebben geprofiteerd en al die jaren de fiscale voordeeltjes voor gepensioneerden meegepikt hebben? Nee, toch? Toch geen gevalletje rechts lullen, links vullen?

Waar zit die onvrede en frustratie toch? Zijn ze gewoon ongelukkig van de welvaart geworden, ingekakt, is er te weinig spanning, een alles-behalve-dit-gevoel? Waarom zijn mannen als Filantroop verworden tot mopperaars op een systeem dat hen een welvaart heeft gebracht en waar negentig procent van de wereldbevolking een moord voor zou doen? Waarom wil hij zo graag het systeem afbreken dat hem in die welvarende positie gebracht heeft (al zal hij dit laatste zeker ontkennen)?

Waarom zijn een timmerman en een verpleegster die honderd jaar geleden nauwelijks brood voor hun werk konden kopen, nu in al hun rijkdom zo verschrikkelijk bang voor een paar draaioorjochies? Waarom zijn die ondernemers achter hun alarmsystemen die zo ontzettend geprofiteerd hebben van de globalisering en het schuiven van arbeid zo bekrompen en destructief in hun leven?

Want als je met wat historische afstand kijkt naar dit soort Wildersstemmers, kun je toch echt niet zeggen, dat ze een persoonlijk en financieel belang hebben bij een stem op de Blonde God. Ondanks het gekloot met falende overheden, multiculti en bureaucratie is het namelijk nog nooit zo veilig en welvarend voor hen geweest en in Wildersland zou dit snel afgelopen zijn. Een potje pindakaas bestaat immers uit continenten.

Er heerst bij de Wildersstemmers een vroeger-was-het-beter-gevoel. Een soort geïdealiseerde romantiek van een periode voor het heden die in werkelijkheid bestond uit burgerlijke truttigheden, dwang en bovenal lijden.

Maar misschien is de welvaart en veiligheid ook het probleem voor hen en heeft dezelfde welvaart hen geen greintje gelukkiger gemaakt, maar slechts banger voor verandering, globalisering en om alles te verliezen aan de boze buitenwereld. Misschien is diezelfde veiligheid en welvaart een gouden kooi geworden van saaiheid en verveling waarmee ze zelf niet in staat blijken te kunnen breken. Een proteststem tegen hun eigen leven.

Want al zou de Blonde God de straten in Nederland “moslimvrij” maken, het zou helemaal niets uitmaken voor de onverzadigbare honger van de ontevredenheid. De opruimbrigade zou direct door moeten stomen naar Antillianen, Turken, links, liberalen (die heten dan links), zelfislamiseerders (die zijn per definitie links) en niet rechtsgenoeggers (ook die heten dan links). Ook de homo’s zouden nog raar kunnen opkijken hoe de “voorvechters” van hun vrijheden 180 graden kunnen draaien als vijanden schaars beginnen te worden.

Het is de tragiek van de sociaal-democratie om te denken dat de verheffing van de arbeider en de emancipatie van de burger tot weldenkende en tolerante mensen leidt. Niet is minder waar.

En om Godwin eens een keer toe te laten, wil ik ook wel een domme vergelijking met een oorlogje maken. Alleen een oorlogje van 1914-1918, toen de voormalige boeren, adel en middenklasse in de industrialisatiegolf niet hun nieuwe welvaart koesterden, laat staan voor internationale solidariteit kozen, maar met de nationale feestmuts de oorlog ingingen op zoek naar de nieuwe oude tijden die nooit zouden komen en nooit hadden bestaan.

Knutselaar Frans Smeets denkt dat in de toekomst de kogel van domrechts komt.

Frans Smeets