Frontaal
Naakt
2 februari 2008

Bedriegers

Peter Breedveld

Tang24 (17k image)
Tang Jiali

De Amsterdamse uitgeverij Sherpa doet in strips met literaire pretenties. Meestal in zwart-wit ook nog, en daarom heeft Sherpa aan mij nooit een grote afnemer gehad. Literaire strips, dan krijg je bijvoorbeeld Lorenzo Matotti, een over het paard getilde ‘grafisch artiest’ die zijn leegheid en beperkingen probeert te verbergen achter een hoop interessantdoenerij. Bewierookt door de discriminerende stripfan, uiteraard, want die krijgt een stijve van alles dat maar een klein beetje intelligenter is dan de Smurfen. Alleen Baudoin is een auteur in het fonds van Sherpa die ik erg kon waarderen, maar ja, die lees ik dan toch liever in zijn eigen taal, het Frans.

Twee jaar geleden begon Sherpa echter met het heruitgeven van Arman & Ilva, de flower power science fictionstrip van Lo Hartog van Banda en Thé Tjong-Khing. Arman & Ilva is onderhoudend, maar het is vooral tekenaar Khings sierlijke elegantie die haar hoog boven de middenmoot uittilt en in de onberispelijk uitgegeven boeken van Sherpa komt zijn werk volledig tot zijn recht. Haarscherp afgedrukt (geen vanzelfsprekendheid in de stripwereld) en in een mooi groot oblongformaat, met harde kaft (Nederlandse stripliefhebbers hebben liever een zachte kaft, is goedkoper), op mooi papier – helemaal goed.

Ilva0 (52k image)
Scène uit Arman & Ilva

De sympathieke Mat Schifferstein, oprichter van Sherpa, belde me een tijdje terug om te vragen of hij mijn interview met Lo Hartog van Banda mocht gebruiken in één van de delen van Arman & Ilva, ik zei ja, het interview is uiteindelijk niet gebruikt, maar sindsdien krijg ik van Sherpa regelmatig haar nieuwe uitgaven toegestuurd. Gratis strips! Wie wil dat nou niet?

Laatst arriveerde er een enorm pakket van Sherpa met drie kloeke boeken in A3-formaat (heet dat, geloof ik). Het gaat om alweer keurig verzorgde heruitgaven van echte klassiekers, te weten Cromwell Stone van de door stripfans bewierookte Duitse Fransman Andreas, Rode Spijkers van de aanbeden Barry Windsor Smith en De Legers van de Veroveraar, van het mij onbekende Franse duo Gal en Dionnet. Elk boek voorzien van een fraaie kleurenprent op dik, glanzend papier en informatieve achtergrondartikelen

Andreas was één van mijn voorbeelden in de tijd (toen ik op de middelbare school zat) dat ik nog droomde van een carrière als striptekenaar. In het weekblad Kuifje las ik zijn strip Rork, waar ik geen reet van snapte, maar die me intrigeerde door de fraaie arceringen, de gekke perspectieven en de ongebruikelijke lay-out van Andreas strippagina’s. Een conventionele strip bestaat uit vier horizontale rijen (soms drie) plaatjes die je van links naar rechts leest, maar Andreas experimenteert er lustig op los met over de hele pagina uitgerekte, verticale kolommen, overlappingen, inzetten, kantelende plaatjes die dwarrelend papier of brekend glas suggereren en mozaïekachtige constructies. Dat gaat bij veel tekenaars fout omdat de boel onleesbaar wordt (vaak is het onduidelijk wat de goede leesvolgorde is), maar Andreas beheerst de kunst perfect. Zijn maffe pagina-indelingen zijn ook altijd functioneel, want hij weet er allerlei effecten mee te bereiken: claustrofobie, hoogtevrees, disoriëntatie, filmische effecten en snelheid.

Cromwell (125k image)
Scène uit Cromwell Stone

Dat is het goede nieuws. Het slechte nieuws is dat ik er, na lezing van de integrale Cromwell Stone, eerder uitgebracht in drie afzonderlijke delen (waar Andreas in totaal bijna vijfentwintig jaar over heeft gedaan), achter ben waarom ik indertijd niks van de strips van Andreas begreep. Dat is omdat er niks te begrijpen valt. Schifferstein suggereert in zijn voorwoord dat Cromwell Stone een soort geheim bevat: ‘de lezer wordt uitgenodigd aandachtig te lezen, met oog voor alle details, en de achterliggende geschiedenis zelf te reconstrueren aan de hand van alle informatie die Andreas geeft in teksten en tekeningen’.

Welnee, Cromwell Stone is gewoon een hoop pseudofilosofische onzin die nergens naartoe leidt. Het is een aanschakeling van situaties die Andreas kennelijk zin had om te tekenen: rennende en vallende mensen, angstig om zich heen kijken mensen waarbij dan wordt ingezoomd op een oog, slagschaduwen, mensen die van onder worden belicht, dingen die van grote hoogte op mensen vallen, gapende afgronden, kilometershoge torens, gigantische bloedzuigers, obsessief gedetailleerde, Frankensteinachtige laboratoria vol rare instrumenten, erlenmeyers en vreemde wezens op sterk water, Escherachtige vormenspellen enzovoort, enzovoort. Maar het gaat dus he-le-maal nergens over. Schifferstein is heel erg onder de indruk van het feit dat Andreas een schip ‘Leviticus’ heeft genoemd en die naam, heeft een oplettende lezer op een internetforum ontdekt, is een verwijzing naar de bijbel! Zo dan! Daar moet natuurlijk wel een heleboel diepzinnigheid achtersteken, NOT!

En dan zien Andreas pagina’s er op het eerste gezicht heel imponerend uit, maar wie goed kijkt, ziet dat Andreas gewoon heel knap zijn beperkingen weet te maskeren met al die arceringen, schaduwen en duizelingwekkende camerastandpunten. Mensen tekenen kan hij eigenlijk niet, maar in kikvorsperspectief lijkt het heel wat. Zijn personages lijken soms zoveel op elkaar dat ik ze met elkaar verwarde en het is me ook vaak gebeurd dat ik er maar niet achterkwam waar ik nou eigenlijk naar zat te kijken, hoe lang ik ook naar een tekening staarde. Ik heb een katerig gevoel overgehouden aan Cromwell Stone, als een slechte wijn waarvan ik tegen beter weten in ben blijven doordrinken.

Hetzelfde geldt voor Rode Spijkers van Barry Windsor-Smith, een man die grote cultstatus onder stripliefhebbers geniet, maar ook hij houdt zijn lezers voor de gek met zijn overvloedig gedetailleerde tekeningen. Dat zie je goed in deze verstripping uit Smiths jonge jaren (begin jaren zeventig) van een verhaal van Conan de Barbaar van pulpschrijver Robert E. Howard. Smith kan, net als Andreas, geen mensen tekenen. Zijn personages hebben allemaal dezelfde koppen, een standaardhoofd voor mannen en een standaardhoofd voor vrouwen. Van anatomie heeft hij geen kaas gegeten. Ik zag een hand die eruitzag alsof die in Conans dikke pols was geschroefd, en een oog ziet er bij Smith van de zijkant precies zo uit als van voren. Over het verhaal kan ik kort zijn: ik heb het net uit, maar ik weet nu al niet meer waar het over gaat. Irritante onzin, dat weet ik nog wel. Een volstrekte verspilling van mijn tijd.

Conan (97k image)
Scène uit Rode Spijkers

Aan De Legers van de Veroveraar van Gal en Dionnet ben ik na Cromwell en Conan met tegenzin begonnen, maar dat album was een aangename verrassing. Mooi, sfeervol tekenwerk en heel aardige verhalen met soms verrassende ontknopingen. In de jaren zeventig verschenen ze in het Franse stripblad Métal Hurlant waarin ook werk verscheen van levende striplegendes als Moebius en Richard Corben. Het zijn verhalen in het fantasy-genre, over een Romeinsachtig leger dat weliswaar weinig gewapende tegenstand ondervindt, maar dat uiteindelijk toch steeds verliest omdat het als het ware wordt ‘opgeslokt’ door de landen die het verovert. Ziekte, ontberingen en de ‘stille kracht’ van de plaatselijke bevolking eisen hun tol.

Behalve de verhalen rond dat leger zijn er in het album ook twee andere korte verhalen van Gal en Dionnet opgenomen. Eén speelt zich af in een Middeleeuws dorpje in Auvergne, prachtig sfeervol getekend, met oog voor detail (huizen uit natuurstenen die blaken in het Zuid-Franse zonlicht, en je hoort de krekels als het ware tsjirpen) en het andere verhaal (dat zich eveneens afspeelt in de Middeleeuwen) gaat over een architect die een kathedraal moet bouwen voor een despotische bisschop. Verrassende ontknoping, bijzonder goed getekend.

De verhalen van Gal en Dionnet zijn nogal moralistisch, maar dat stoorde me geen moment. De moraal (betracht nederigheid, hoogmoed komt voor de val, gedenk te sterven, ‘wat u niet wilt dat u geschiedt..’) past goed bij hun onderwerpkeuze. Goed getekend, goed geschreven, ik heb er twee zeer aangename uren mee doorgebracht.

Legers2 (69k image)
Scène uit De Legers van de Veroveraar

Peter Breedveld leest thans ’n net Meisje

Algemeen, Peter Breedveld, strips