Frontaal
Naakt
30 september 2011

Zelfverdediging

Frans Smeets


Illustratie: Mihály Zichy

De tijd dat journalistiek een afgebakend beroep met een beschaafde methodiek was, is met de opkomst van Internet en de mobiele telefoon definitief voorbij. Elke pauper met een mobiel is journalist of noemt zich journalist. Ik vind het allemaal prima. Maar verwacht dan niet dat het publiek het vak respecteert of meewerkt aan het perverse voyeurisme.

Iemand onverwacht een microfoon onder zijn mik douwen heeft niets te maken met nieuwsgaring. De truc is heel eenvoudig. Het camerateam gaat zelf volledig voorbereid op haar niet voorbereide doel af, duwt dat een camera onder de neus en krijgt na wat knip -en plakwerk het beeld dat ze van tevoren had bedacht. Het liefst iets met geweld en burgers die zich teweerstellen tegen de intimidatie van de hufterjournalistiek.

Op het moment dat mensen zich verzetten, doen de ‘journalisten’ een beroep op de principes van de persvrijheid en de vrije nieuwsgaring. Verontwaardigd briesen ze hoe erg het allemaal niet gesteld is, dat ze haar werk niet gewoon kan doen. Terwijl dit laatste vaak het doel van de ‘reportage’ was. Zo maak je van Ghandi nog een oorlogshitser.

Je wordt als toevallig toeschouwer gedwongen deel te nemen aan een toneelstuk zonder dat je op de hoogte bent gebracht van de rol, die je geacht wordt te spelen of de gevolgen, die dat voor je leven zal hebben. Deze vorm van journalistiek heeft een sfeer in Nederland gecreëerd waarin de gefilmde bijna gedwongen is om mee te werken. Als je weigert, sta je als weigeraar op beeld en dat betekent in ieder geval altijd schuldig.

Aan de onderkant van dit riool zitten de hufters die ook nog menen elk willekeurig opgestuurd filmpje van een miskleunende puber of een willekeurige seksuele uitspatting te moeten exploiteren. Iedereen die afwijkt of zich gedraagt op een manier die niet past binnen de burgerlijke truttigheden van de bier -en tietenmoraal, moet over zijn schouder kijken. Een gezonde coïtus in de natuur is een gevaarlijke bezigheid geworden.

De slachtoffers – ja, ik noem ze slachtoffers – worden voor de rest van hun leven met hun daden achtervolgd. Menig slachtoffer zou liever door een paar Marokkaanse pubers van zijn fiets beroofd zijn, was liever zijn inboedel kwijtgeraakt aan de plaatselijke junk, of door een doorgesnoven hooligan in elkaar zijn gebeukt. De claim van dit soort media op geweldloosheid is dan ook een gotspe. Het is keihard geweld.

Maar waarom zou je, met alle risico’s van dien, in godsnaam moeten toelaten om gefilmd te worden? Omdat het kan? Omdat anders brulaap Bert Brussen begint te krijsen dat de vrijheid van meningsuiting in gevaar is? Voor de reclame-inkomsten? Voor de ego’s van wat programmamakers? Voor het domme voyeurisme van Henk en Ingrid?

Ik kan me werkelijk geen legitieme reden indenken waarom er een inbreuk op de persoonlijke levenssfeer gemaakt zou mogen worden, zonder dat je in verweer mag komen. Voor iemand die zonder toestemming in de publieke ruimte gefilmd wordt, zou eigenlijk hetzelfde van toepassing moeten zijn als voor iemand in wiens huis ingebroken wordt. Om het in de terminologie van de nieuwe tijdsgeest van Mark Rutte uit te drukken: “Een paar ferme tikken zouden op zijn plaats zijn.” En dat vervolgens niet de gefilmde, maar de filmer gearresteerd wordt. Gewoon een kwestie van zelfverdediging.

Frans Smeets ziet, buiten zijn vrouw, domrechts als het grootste risico op vroegtijdig overlijden.