Frontaal
Naakt
9 februari 2012

Huidskleur

Bart Swanenvleugel


Illustratie: John Gabriël Stedman

Vorige week in het nieuws: minister Gerd ‘hardleers’ Leers wil het woord ‘allochtoon’ afschaffen. Dit ontlokte natuurlijk weer vele reacties op Twitter. Opnieuw wordt de Nederlandse obsessie met ‘vreemdelingen’, ‘anderen’, ‘allochtonen’ of hoe je ze noemen wilt, weer pijnlijk duidelijk. We slagen er in dit land niet meer in om dingen gewoon te laten zijn wat ze zijn, zonder etiketten te plakken of er iets van te vinden.

Of het kwam door de door Gerd aangezwengelde discussie, of dat het toeval was, ik weet het niet. In elk geval kwam ik ook verschillende blogs tegen over racisme in Nederland, al dan niet verhuld of bewust. Het liet me niet meer los.

Persoonlijk heb ik nooit met racisme te maken gehad. Als witte in een witte omgeving kan dat zomaar gebeuren. Ja, ik had vuurrood haar en werd daarmee geplaagd. En als er gevoetbald werd – de Limburgers tegen de Hollanders – dan moest ik meedoen bij de Hollanders, ondanks mijn 100 procent Limburgse afkomst. Omdat ik de pech of het voorrecht had, om als één van de weinige ‘autochtonen’ in een buurt te wonen met geïmporteerde Hollanders, ‘die hier de goeie baantjes kwamen wegpikken’.

Maar aan een Turkentafel heb ik nooit hoeven zitten. Zelfs toen ik een tijdje in India woonde, aan de rand van een immense sloppenwijk, ervoer ik als enige blanke in een straal van misschien vijftien kilometer geen discriminatie. Goed, ik viel op omdat ik overal, waar ik kwam, boven de mensen uit stak en omdat ik rood haar en een intens witte huidskleur heb. Desondanks was ik overal even welkom als mijn Indiase collega’s.

Kortom, ik was me nooit bewust van diep in de maatschappij gewortelde, racistische gevoelens. Dat was iets voor Jacobse en Van Es en voor de echt bestaande figuren die daarvan waren afgeleid. Figuren waar je eens hartelijk om kon lachen. Het lachen verging mij voor het eerst toen mijn studiegenoot, met een iets bruinere huidskleur dan gemiddeld, geweigerd werd bij een discotheek. Hij lachte daar toen om, dus ik ook. Als een boer met kiespijn.

Jaren later kregen wij ons derde kind. Hij komt uit Ethiopië en is dus bruin. Als trotse vader kan ik stellen dat hij toen, als baby – en nu nog steeds – één van de mooiste creaties van de natuur is, die op deze aarde rondlopen. Overigens ben ik niet de enige die dat vindt, regelmatig worden wij benaderd door reclamebureaus. Of ze hem even kunnen lenen voor een foto-shoot. We gaan daar niet op in, maar het geeft even een goed gevoel.

Je kind mag er zijn, het is gewild. Helaas leert de ervaring dat onder de oppervlakte heel andere gevoelens schuil gaan. Zo gaf een vroegere buurvrouw ons een wijze les mee, toen ze onze zoon voor het eerst zag: “Nu zijn ze nog leuk. Maar straks, als hij groot is?” Wie ‘ze’ waren heb ik haar niet kunnen vragen, ik was te zeer overdonderd.

Later, toen hij net op school zat, viel me op dat als hij wilde afspreken met sommige kinderen, het de ouders van die kinderen nooit uitkwam. Totdat zijn witte vader en moeder het vroegen, dan bleek het ineens wel
te kunnen.

In het dorp waar wij wonen, kent nu iedereen hem. En ons, zijn ouders. Ik word herkend omdat dat leuke bruine jongetje naast me loopt. De omgeving is hier nog steeds wit, hij is de uitzondering. De gewaardeerde uitzondering. Maar wat als hij straks groot is? Lopen die mensen, die hem nu zo aardig over zijn krullen aaien, dan in een boog om hem heen als hij met vrienden op straat staat? En die vrienden, krijgt hij de ruimte om die zelf te kunnen kiezen? Moet hij zich dan druk maken over discussies over ‘allochtoon’ en ‘autochtoon’, of welke woorden er tegen die tijd voor worden gebruikt?

Het zal een harde leerschool worden, in het Nederland zoals het nu is. Maar voorlopig, als er gevoetbald wordt, zal hij bij de Limburgers mee moeten doen. Hij beheerst immers het dialect en de Hollanders zijn hier inmiddels in de meerderheid. Hoe zou Gerd zo iemand als mijn zoon noemen?

Bart Swanenvleugel is een exponent van wat tegenwoordig de linkse kerk wordt genoemd, met als bijbehorende hobby’s literatuur en muziek. Hij schrijft fictieverhalen en af en toe een non-fictieblog op Elke Week één Verhaal.

Gastschrijver
Reageren? Mail de redactie.