Hoe Japan wordt verziekt door de barbaren

Illustratie: Taiyo Matsumoto.
Jaren geleden al waarschuwde ik voor de Thailandisering van Japan, dat overspoeld wordt door het soort toeristen dat eerst en vooral geïnteresseerd is in zichzelf en zijn selfies. Japan is, net als Thailand, voor deze toeristen niet een land met een rijke cultuur om te ontdekken en te respecteren, maar de achtergrond voor de perfecte Instagramfoto, het decor voor een delirische Derwish-dans van psychotische eigenliefde. Alles en iedereen moet wijken voor dat lawaaiige egocentrisme, een nieuwe vorm van kolonialisme. Kijk hoe kawaii ik ben in mijn Hello Kitty-yukata, kijk mij midden op het kruispunt van Shibuya staan, kijk mij lak hebben aan andere verkeersdeelnemers, metropassagiers, toeristen en de lokale bevolking. Het draait om mij, mij, mij.
Japan ligt al duizenden jaren een prachtig land te wezen, maar sinds een paar jaar terug gaat iedereen en zijn mottige hond er naartoe. Het lijkt een soort narcistische bedevaart. Het heeft hevige “Most photographed barn“-vibes. Het gaat niet meer om Japan, maar om in Japan geweest zijn. Na zichzelf drie weken lang te hebben gefotografeerd voor alle bezienswaardigheden in Japan en dagelijks bij de Japanse Starbucks, de Japanse MacDonald’s, de Japanse Pizzahut, enzovoort gedronken en gegeten te hebben en dagen te hebben doorgebracht in de Japanse 7-Eleven, waant de Japan-ganger zich een expert op het gebied van alles wat Japans is en dat is dan de meetlat waarlangs alles thuis wordt gelegd, waarmee ons land weer een pedante vervelio rijker is geworden.
Een onhebbelijkheid die opvalt en irriteert, maar waarmee ik wel kan leven. Dat tijdens die Japan-vakantie alles massaal onder de voet wordt gelopen, overal wordt aangezeten, alles vies en kapot wordt gemaakt, is onverkwikkelijk. Dat Japan ingrijpend verandert door dit rücksichtsloze massatoerisme is evident. Niet zo heel lang geleden liepen Hassnae en ik in vrijwel lege straten in Kyoto, een prachtige stad. Je kon je er in alle rust vergapen aan de straatjes en tempels en contact leggen met Japanners. Dat is nu totaal onmogelijk. Elke straat is gevuld met drommen lawaaiige en opdringerige toeristen die een grote kermis maken van elke historische bezienswaardigheid. Het Kyoto van pakweg vijftien jaar geleden is totaal verdwenen.
Opkrassen
Ik ben net weer terug van twee weken Japan, waarvan ik de taal en de cultuur al 37 jaar bestudeer. Elk jaar zwerf ik door Tokio, niet per se om mijn kennis te verrijken, vooral omdat ik me er fijn en veilig voel. Omdat ik zo geestelijk tot rust kom. Op veel van mijn favoriete plekken is dat onmogelijk geworden en onbevangen naar mijn favoriete restaurants kan ik ook niet meer. Vroeger ging ik elk jaar sushi eten bij Kyubei, mijn favoriete sushi-restaurant. Ik liep er gewoon naartoe en als alle plekken die avond bezet waren, sprak ik met één van de gastvrouwen af voor de volgende dag of de dag daarna.
Kan niet meer. Ik moet nu een Japanner vinden om een plek te reserveren, want toeristen schijnen de gewoonte te hebben om te reserveren en dan gewoon niet op te komen dagen. Daarbij is de sfeer in Kyubei ook totaal veranderd. Vroeger werd ik er persoonlijk behandeld, met belangstelling en nieuwsgierigheid, er was twee uur lang een persoonlijke band tussen mij en de chef en ook met de andere gasten. Kwam een gastvrouw een jonge leerling aan me voorstellen, een verlegen meisje dat de witte gast met zijn blauwe ogen kennelijk van dichtbij wilde bekijken. Nu krijg je in een sneltreinvaart je 20 (nog steeds onberispelijke) sushi en bijgerechtjes voorgezet en wordt je na een uur duidelijk gemaakt dat je weer op moet krassen door middel van een briefje met de inmiddels verdriedubbelde prijs van de omakase erop.
Kattentempel
Ik ontdekte in een wat verder van het stadscentrum verwijderde wijk in Tokio een aantal historische gebouwen en resten daarvan die ik nog nooit eerder had gezien. Eén van die gebouwen was de Gotokuji-tempel, een fraai complex, dat kennelijk de geboorteplek is van de wereldberoemde Maneki-neko, de ‘Beckoning cat‘. En terwijl ik bij al die andere historische monumenten helemaal alleen was, krioelde het bij die Gotokuji van de door selfies geobsedeerde toeristen die overal op en aanzaten, elke plek bezetten om zichzelf te fotograferen en niet zomaar een kiekje, nee, een hele sessie is dat.
Deze mensen zijn niet geïnteresseerd in de historische waarde, in kunst, cultuur, de sociaal-religieuze context, in schoonheid. Nee, het draait hen alleen maar om zichzelf, om die kut-selfie. Ik walg ervan. Ik wist niet hoe snel ik me uit de voeten moest maken.
Influencers
Ik ben er niet zo’n fan van om sociale media overal de schuld van te geven, maar dit komt overduidelijk door Instagram en door die afschuwelijke influencers, die fenomenaal domme, onmogelijk ijdele leeghoofden die intimiderend veel macht hebben. Die erin slagen om tientallen duizenden schapen naar één enkele plek te drijven. Gehoorzaam belegeren ze alle cafés, parkbankjes, tempels, zebrapaden en winkelcentra die volgens een verwende Instagram-narcist de must-visits zijn. Ik heb de proef op de som genomen, gevraagd waarom er ergens een meters lange rij voor stond. Bijvoorbeeld voor een huisgemaakte cola, wat in Japan al wat jaren een dingetje is. “It was on Instagram”, is het antwoord dan. Je weet het al als je ergens alleen maar witte mensen (en een enkele van kleur) ziet staan: Instagram was here. Die van die cola kende ik al, heb ik jaren geleden aleens geprobeerd. Kon je uit de automaat halen, was geen hond in geïnteresseerd. Toen kwam er een influencer langs en boem, nu moet het verkeer worden omgeleid.
Er zit een voordeel aan dat schapengedrag: Je ziet deze zombies alleen maar op bepaalde plekken. Bij de Senso-ji, rond de Tokyo Tower, in Ginza, de sjieke winkelwijk die nu een een soort grote PC Hooftstraat is geworden, een paradijs voor patjepeeërs. Harajuku natuurlijk, en Akihabara, want anime en kawaii en al die shit die ze van thuis kennen, de Japanse clichés. Shinjuku is krankzinnig druk. Eén van mijn favoriete ramenbars is daar, maar verder probeer ik er weg te blijven.
Maar je loopt een paar straten en je bent weer nagenoeg alleen. De historische wijken met houten gebouwtjes, zo uit de vroege Showa-tijd, daar zie ik bijna niemand. Mijn kappa-schrijn hebben de influencers ook nog niet ontdekt en daarbij, ze zullen er niet in zijn geïnteresseerd. Wat me opvalt op die Instagram-filmpjes is dat toeristen vooral zijn geïnteresseerd in achtergronden voor hun selfies en in kroegentochten. De omgeving van de Sumida-rivier, echt tien minuten bij de Senso-ji vandaan, daar kan ik nog in alle rust genieten.
Het gevaar is natuurlijk dat er maar één influencer hoeft te zijn die een plek ontdekt waardoor ze “obsessed” is en het is gedaan met de rust, de schoonheid en de gemoedelijkheid van de omwonenden, die steeds vijandiger worden jegens toeristen.
Voor mensen die echt oprecht geïnteresseerd zijn in Japan, in de mensen, de cultuur, in de ander, heb ik een paar tips.
1) Ga niet in de rijen staan met alleen maar toeristen. Kijk waar Japanners in de rij staan. Daar is wat goeds te beleven.
2) Durf doelloos te dwalen. Je weet niet wat je allemaal ziet en tegenkomt en waar geen toerist benul van heeft. Tempels, eettentjes, festivals, een boeddhistische of shintoïstische processie, een uitzicht, een houten gebouw dat de aardbeving van 1922 heeft overleefd – zeer zeldzaam – een straatje waar de tijd sinds 1963 lijkt te hebben stilgestaan. Een oud vrouwtje dat tegen je begint te praten alsof ze je al jaren kent.
3) Pas je aan aan de plaatselijke mores. Voel aan wat wel en niet kan. Wees empathisch. Dring je niet op. Hou dat ego in toom. Wees dankbaar. Check je privilege.





RSS