De Tora is een publieke vrouw
René Süss

Foto: Michael Willems
Middels een voor mijn besef voor de hand liggend experiment probeer ik de Joodse liturgie en het centrale gebeuren daarin, de lezing van de Tora, in erotische termen terug te vertalen. Het bloed kruipt nu eenmaal waar het niet kan gaan.
Anders gezegd, ik wil zo recht doen aan de onverwoestbare en duizenden (!) jaren oude liaison tussen erotiek en religie door die op Joodse wijze vorm te geven en te kanaliseren.
Het experiment wordt uitgevoerd om middels een vergelijking, die natuurlijk in zijn consequenties altijd mank gaat, uit te leggen wat het betekent om in de volle zin van het W(w)oord te leven met een tekst. Daartoe is het introduceren van de metafoor van de Tora als bruid, die JHWH ons schonk, steeds opnieuw veelbelovend.
De bruid tegemoet
De bruidsmetafoor behoort tot de vaste, eeuwenoude bestanddelen van de Joodse traditie. Zo was het – en is het – in Tsfad in Israël gebruik om vóór het aanbreken, bij het naderen van de Sjabbat de bruid letterlijk tegemoet te gaan richting Jerusalem (Kabbalat Sjabbat). Dit onder het zingen van het bekende begroetingsgedicht van de kabbalist Sjelomo Alkabets (1504-1585), Lecha Dodi (Kom mijn vriend…).
Hier volgen enige strofen uit dit lied:
‘Kom mijn vriend, de bruid tegemoet,
Brengen wij de Sjabbat onze welkomstgroet (refr.)
(…)
Schud het stof van je af, sta op
Trek je praalgewaad aan, mijn volk
(…)
Sta op en geef licht!
Ontwaak, ontwaak, zing een lied.
(…)
Kom in vrede, kroon van je echtvriend!
Ja, in vreugde en blijdschap
Temidden van de getrouwen van Gods eigen volk.
Kom bruid! Kom bruid!
Liefde bedrijven
De bruid blijft namelijk niet ‘kinderloos’; tenslotte is de Sjabbat bij uitstek de tijd om de liefde te bedrijven! De bevrediging die in het vooruitzicht wordt gesteld, is voor mijn besef het beste te vergelijken met een erotisch avontuur. Het ‘product’ van dat avontuur, van de ‘bevruchting’, is telkens een nieuwe wereld waarin men terecht komt als men de teksten werkelijk heeft geproefd.
Waar christelijke en Joodse exegeten gemeenlijk de teksten zoveel mogelijk proberen te vergeestelijken, – schoolvoorbeeld is hier het Hooglied – doe ik in mijn opzet veeleer het omgekeerde, namelijk door de lichamelijke aspecten en connotaties van teksten juist te belichten en te waarderen. Niet omdat het zo moet, maar omdat het zo kan en omdat het voor mijn besef verhelderend en vooral inspirerend werkt. De tekst is namelijk – in dit erotisch-liturgische verband – een relationele belevenis, geen substantie om te analyseren (M.-A. Ouaknin).
Geritualiseerde erotiek
Alle liturgische handelingen die wij in sjoel verrichten, blijken naadloos te passen in een erotisch model. Daarom spreek ik over gesublimeerde, geritualiseerde erotiek.
Zoals voor andere belangrijke onderdelen van de dienst is ook voor de lezing van de Tora een minjan – tien volwassen mannen – vereist. Dit ondermeer om het publieke karakter van die onderdelen te onderstrepen. Wij, Joden, zijn geen leden van een geheim genootschap, die dito rituelen bedrijven in besloten bijeenkomsten.
Publieke vrouw
De Tora-lezing is bij uitstek een publiek gebeuren. Men wordt ertoe opgeroepen en men maakt vervolgens een alya, zoals Joden dat doen als ze naar Erets Jisraeel vertrekken, letterlijk: een opgang. In beide gevallen kunnen ons de erotische connotaties niet ontgaan (Zie: Shlomo Sand, Die Erfindung des Landes Israel, p. 273v.).
De bruid die ons als Sefer-Tora is geschonken, is om zo te zeggen een publieke vrouw, te beminnen door ‘Jan-en-alle-man’, uiteraard volgens een bepaalde orde. De Geest bemint, zoals Arnold van Ruler het formuleerde, de buitenkant en men komt nu eenmaal, zeker voor Joods besef, niet anders binnen dan via die buitenkant. Voor Levinas is de verhouding van de – Joodse – mens tot het boek existentieel en ontologisch: G’d, Israël en de Tora zijn één.
René Süss schreef onder andere Luthers Theologisch Testament, zijn proefschrift over het virulente antisemitisme van Maarten Luther. Hij maakte er een paar vijanden mee. Ook schreef hij De Geest Bemint de Buitenkant, over de lichamelijkheid in het jodendom. Zijn meest recente boek gaat weer over Luther en heet Luther, een Sympathieke Potentaat.
Reacties op dit artikel zijn gesloten. Wilt u reageren?
Stuur een e-mail naar de redactie.





RSS