Frontaal
Naakt

4 augustus 2016

God (met zijn kinderen) in Spanje

Peter Breedveld

Costa-Natura-beach

Ik zit met mijn kinderen in een liefelijk Andalusisch dorpje met witte huisjes en smalle straatjes en trappen met Andalusische betegeling en van die kleine binnenplaatsjes met fonteinen. Het heet Costa Natura en het is hartstikke nep. Het is een sfeervol klein naturistendorpje, pal aan zee, maar buiten de poort sta je meteen in een lelijk gezwel van een toeristenbadplaats, Estepona aan de Costa del Sol, een soort kolonie van de Britse nouveau riche met haar afschuwelijke, lawaaiige wansmaak.

Na tien keer La Jenny wilden we weer eens iets anders en door onze dagtrips naar Pamplona en San Sebastian vanuit La Jenny was mijn Spanje-koorts weer opgelaaid. Ik wilde al heel lang eens Costa Natura proberen, dat er op de foto’s zo prachtig uitziet. Het is precies wat ik verwachtte: mooi en liefelijk en intiem. Aanzienlijk kleinschaliger dan La Jenny en de gemiddelde leeftijd ligt hier ook behoorlijk hoger dan in La Jenny.

Ik moet zeggen, ik mis het bos en de oceaan en het enorme zwembad met de mooie badjuffen van La Jenny wel een beetje, maar het is hier prettig toeven. Er zijn veel Spanjaarden, op het terras naast het zwembad serveren ze smakelijke tapas voor een redelijke prijs en de sangría’s zijn hier uit de kunst. Verfrissend en barstend van verse watermeloen, ananas, kiwi en sinaasappel. Het is een tikkeltje aan de saaie kant maar daardoor heb ik al wel zeven boeken kunnen lezen.

vak1

vak2

Moskee

Het belangrijkste is dat drie van mijn favoriete Spaanse steden, Sevilla, Granada en Cordoba, hier niet heel ver vandaan zijn, iets meer dan twee uur rijden, en ik wilde mijn kinderen beslist de beroemde moskee van Cordoba, de stad Sevilla en het Alhambra laten zien. Om redenen die ik hier niet ga uitleggen is onze vakantie deze keer wat korter dan normaal, dus ik had twee dagtrips gepland: een dag Cordoba en Sevilla en een dag Granada.

Eigenlijk had ik in Cordoba, waar we ’s morgens vroeg naartoe togen, moeten besluiten de rest van de dag door te brengen en dan een derde dagtrip te plannen naar Sevilla. Cordoba ligt loom te smeulen in de blakende Spaanse zon. Het is er altijd vrij stil in de smalle straatjes die allemaal wel een bijzonder gebouw hebben, dat niet altijd meteen opvalt. Cordoba is witte muren met een poort met een sierlijk hek erin met daarachter vaak een verborgen schat: patio’s, authentieke restaurants, een vele honderden jaren oude synagoge.

vak14

De bekendste attractie is de mezquita, of moskee die daar al staat sinds de achtste eeuw, toen de Marokkanen er de baas waren, of wie het dan ook waren, die bekend staan als de Moren en in de late Middeleeuwen in rook te lijken zijn opgegaan nadat ze eeuwenlang het meeste van Spanje en zelfs een groot deel van Frankrijk beheersten. De moskee in Cordoba is de mooiste moskee die ik ooit ergens heb gezien. Het is een uitgestrekt woud van zuilen en bogen in dat typisch Spaans-Moorse speklaagmotief, verlicht door gaten in het plafond en door hanglampen, nu elektrisch, maar waar vroeger olie in brandde. Je kunt er door dwalen en één worden met God, als je er alleen zou zijn.

vak13

vak15

En als de christelijke keizer Karel V na het verjagen van de moslims er in 1523 geen kathedraal in had geplempt. U leest het goed, een 16-eeuwse, bombastische kathedraal, zo midden in die moskee, zodat je, dwalend door de moskee, opeens tegen een gekruisigde Jezus aanloopt, of een heilige met doorgesneden keel. Ondanks zijn geringe grootte is de kathedraal een megalomaan ding, echt een statement van Karel V, zo van: “En nou kijken wie hier echt de baas is.”

Je hoort het afschuwelijk te vinden, die esthetisch perfecte moskee, die zo ruw verstoord wordt door die protserige kathedraal, maar eerlijk gezegd vind ik het wel wat hebben. Het altaar is prachtig en het koor ook, met de houten banken, versierd met oogstrelend houtsnijwerk. Aan de zijkanten van de moskee zijn kapellen met de prachtigste kunst.

vak8

vak9

Mijn kinderen waren zeer onder de indruk. Na de moskee hebben we wat door het historische centrum van de stad gewandeld, daarna vertrokken we naar Sevilla. In de auto zag ik dat dat nog anderhalf uur rijden was vanuit Cordoba, enigszins een tegenvaller.

Sevilla

In Sevilla, een stad waar ik veel tijd heb doorgebracht en die ik redelijk goed ken, hebben we eerst geluncht in de Barrio Santa Cruz, vlakbij de kathedraal. Dit is ook weer zo’n mooie Andalusische wijk met smalle straatjes en witte huisjes en kleine pleintjes. De lunch viel helaas tegen, met matige tapas die veel te duur waren. Toen we opstonden om de stad te verkennen, speelde mijn knie op.

Ik heb mijn knie ernstig geblesseerd tijdens het hardlopen, een paar weken geleden. Het deed zoveel pijn dat ik nauwelijks kon lopen, maar na anderhalve week was alle pijn weg en leek mijn knie weer de oude. Ik besloot weer te gaan rennen maar moest het na 25 meter alweer opgeven. Mijn knie deed nu nog meer pijn dan eerst. Ik heb zo’n knieband van Hansaplast gekocht en in combinatie met de pijnstillers die ik twee jaar geleden kreeg vanwege mijn nierstenen, Diclofenac, kan ik me aardig redden. Maar na een halve dag wandelen wordt de pijn te erg en ben ik tot weinig meer in staat.

We bewogen dus zeer langzaam. Toch wilde ik de kinderen nog zoveel mogelijk laten zien. We zijn daarom door de stad gelopen, langs het statige en rijk versierde gemeentehuis, de winkelstraat Sierpes, we hebben een drankje gedaan op het Plaza Salvador, waar twee van mijn favoriete bars staan, La Antigua Bodeguita en Los Soportales. Daarna zijn we naar La Eslava gegaan, één van mijn favoriete tapasbars met een typisch Andalusische sfeer. Goed eten zonder pretenties en zeer betaalbaar.

vak11

vak12

vak6

vak7

Daar hebben we ons buikje rond gegeten voor een paar tientjes. Uitschieters waren een taartje van boleet met daarop een zachte eierdooier en een ‘sigaar’ van dun, knapperig Brie-deeg met daarin een vulling van inktvis en algen. In Andalusië heb ik nog nooit tapas gegeten die zo innovatief waren als die in Baskenland, maar dit komt aardig in de buurt.

vak5

vak4

Churros con chocolate

Na Eslava kon ik weer aardig lopen. We hebben langs de rivier de Guadalquivir gewandeld, waar ik het liefst ben als ik in Sevilla ben. We liepen door parken waar jongeren in groepjes dronken en spelletjes speelden, of hingen en naar de muziek op hun telefoons luisterden. Elk groepje had zijn eigen sfeer. Mooie, flirterige meisjes, stoere jongens, studentikoze jongens en meisjes en koorballerige jongens met blauwe pantalons en witte overhemden.

Ons doel was de Puente de San Telmo, die het historische centrum verbindt met de wijk Los Remedios, waar ook een paar goede tapasbars te vinden zijn, onder meer La Blanca Paloma. Maar mijn kinderen wilden churros con chocolate, waar ze helemaal gek van zijn sinds ik ze die liet proeven in Pamplona. Op de Puente de San Telmo staat een kiosk waar ik vroeger, na een nacht flink feesten, altijd churros ging eten. Die kiosk stond er gelukkig nog steeds.

vak3

Tijdens de churros begon het te schemeren. Het was ook veel te heet. Met pijn in het hart zochten we de auto weer op en zijn we naar huis, althans naar Costa Natura teruggereden.

Volgende keer vertel ik over Het Alhambra.

Wordt vervolgd.


Reacties gesloten. Reageren? Mail de redactie.

« home