Pinocchio is links
Eddy Terstall

Pinocchio is links. Niet omdat hij van hout is, dus eco, maar je ziet het wanneer hij jokt.
En hij is nogal een jokkebrok. Hij verzint er lustig op los, van halve waarheden tot leugentjes om bestwil. Meestal dat laatste, want een kwaaie is hij niet. Wanneer zijn neus groeit, babbelt hij rustig verder, alsof hij niet beseft dat iedereen zijn neus ziet groeien. En misschien is dat laatste wel helemaal niet zo raar. Veel mensen houden van Pinocchio. Ik vind het zelf ook wel een aardig kereltje en hij meent het niet slecht.
Omdat veel mensen Pinocchio zo leuk vinden, knijpt men ook graag een oogje toe. ‘Ik ben sterker dan een grizzlybeer en schrijf dagelijks een lange brief in het Chinees aan Dikkertje Dap,’ zegt Pinocchio bijvoorbeeld. En dan zeggen zijn vrienden: ‘Goh, Pinocchio, tjongejonge.’ Het maakt ook eigenlijk helemaal niet uit wat hij zegt. Hij is hoe dan ook een leuk ventje en erg sociaal.
Mijn opa was vrachtwagenchauffeur in de haven. En mijn opa was communist. Een echte. Althans, qua eerlijk delen en solidariteit. Uiteraard niet qua strafkampen en staatsterreur. Want dat wist hij niet. Mijn opa las een krant die eenvoudigweg De Waarheid heette, en daar stond het niet in. Dus dat was er ook niet.
In de oorlog hadden de moffen de pest aan communisten. Dat was een flinke aanbeveling. De nazi’s waren de ideale propagandisten voor hun rode tegenhangers. De vijand van je vijand is je vriend. En het communisme… eerlijk delen. Wat was daar zo gek aan? Mijn opa zou ook eerlijk hebben gedeeld als hij meer had gehad. Zo was mijn opa.
Plichtsbesef en billijkheid. Wars van alle pretentie. Toen mijn moeder op school de ‘knapste’ was – dus niet alleen qua uiterlijk, maar vooral qua intelligentie – kwam de meester bij opa thuis. Miepie was te slim voor de huishoudschool. Opa voelde zich gevleid door de komst van de notabel, dat dan weer wel, maar Miepie was ‘niets beter of meer dan de anderen’, dus ze moest gewoon de aanrechtkunsten leren. Zij aan zij met haar gelijken.
Mijn oom Hans, die dertien jaar later de middelbareschoolleeftijd bereikte en ook pienter was, mocht wel. De tijden waren iets veranderd en hij was een man. Dus hij ging naar een hogere school. En werd de bolleboos van de familie.
Mijn moeder trouwde een kruidenier. Ook in het stemhokje communist. Zelfs kleine ondernemers waren in de Jordaan vaak communist. De andere optie was de PvdA.
Maar dat was, ook toen al, voor ‘de hoge heren’. Ze bleef qua stemgedrag communist. De Praagse lente bleef onopgemerkt.
Ze was er ook niet mee bezig. Ze werkte te hard. Toen ik op de lagere school zat, scheidde ze van mijn pa en kwam ze in de hippiewereld terecht. Die wereld was ook links. Als kind zat ik om kampvuren in Italië uit volle borst liederen mee te zingen waarin allerlei totalitaire sujetten en onderdrukkende regimes werden geprezen. Het waren allemaal lieve types, dus ik denk dat het veilig is om te zeggen dat geen van de zingenden besefte wat hij zong. En over wie.
Mao was een held, Fidel Castro, Lenin. Gewoon, het clubje dat het in de ogen van de hippies opnam tegen het agressieve kapitalisme en zelfs, zo geloofde men, voor de vrijheid. De hippies bevonden zich in een wonderlijke eigen wereld. Ze hadden een eigen waarheid, die vrij weinig met deze planeet te maken had. Omdat iedereen een lange neus had, werd veertig centimeter gewoon de standaardmaat voor een neus.
Gelukkig had je ook een ander soort links. Het links dat onvrijheid als onvrijheid herkende, en onmenselijkheid als onmenselijkheid. De Duitse hippie met wie mijn moeder het leven deelde, was daar een exponent van. Maar die had dan ook een voorsprongetje. Die had in Berlijn gewoond. Vlak bij de muur waar burgers werden afgeknald wanneer ze de vrijheid zochten. ‘Door de rode nazi’s,’ zo wist men in West-Berlijn.
De Baader-Meinhofgroep en Rote Armee Fraktion vonden mijn stiefvaders vrienden vreselijk. De Italiaanse en Nederlandse linksen stonden daar heel wat minder negatief tegenover. De ddr was ‘niet slechter of beter’ dan de Bondsrepubliek.
De dissidente Tsjechische of Poolse regisseurs die naar festivals als Cannes kwamen, schrokken zich dood dat hun West-Europese collega’s het systeem waar zij onder leden hartstikke puik vonden en dat niet onder stoelen of banken staken.
Dezelfde verbazing hebben tegenwoordig van oorsprong linkse atheïstische activisten die gebroken hebben met de islam. Die zien vol verbazing aan hoe hun medeprogressieven en vooral ex-feministen zich het vuur uit de sloffen lopen om de islam te verdedigen en hoe die blind smoorverliefd zijn op de hoofddoek, terwijl ze ooit hun bh’s verbrandden.
Daar waar mijn opa niets wist van het reëel bestaande communisme, hadden de studenten uit de hippietijd al veel meer boter op hun hoofd. Het niet-weten van de gruwelen van toen het communisme en nu de politieke islam, was toen en is inmiddels zeker een actieve daad. Het niet-weten is een keuze. De neuzen worden daardoor ook steeds langer. Waren die van de kampvuurzangers in Italië een centimetertje of veertig, inmiddels is die bij de ergste goedpraters tot een flinke meter gegroeid. Van veertig centimeter naar één meter. Zestig centimeter gegroeid.
Het zijn namelijk vaak dezelfde mensen. De mensen die zeiden dat Mao een vrijheidsstrijder was in plaats van een pedofiele megalomane massamoordenaar. Die zeiden dat zelfs de Rode Khmer vrijheidsstrijders waren in plaats van genadeloze wilde horden die een holocaust onder intellectuelen en stadbewoners veroorzaakten.
Die zeiden dat het communisme rechtvaardigheid bracht en geen indoctrinatie, terreur en hongersnood. Dat Noord-Korea niet erger was dan Zuid-, dat de ddr niet erger was dan West-Duitsland, dat Reagan erger was dan Brezjnev, Kohl erger was dan Ceauşescu, dat Bolkestein fout was en Mugabe niet. Dat Khomeini minder erg was dan de sjah. Dat Haile Salassie een rechtschapen heerser was, dat acupunctuur meer kon genezen dan westerse geneeskunde, dat de neutronenbom zou vallen, dat van kruisraketten oorlog kwam, dat macrobiotisch eten goed was voor kinderen, dat de Bhagwan een verlichte goeroe was en geen oversekste oplichter.
Diezelfde mensen verkondigen nu vanuit riante huizen hun verheven mening over het integratievraagstuk. Ook hier zullen ze het wel weer bij het rechte eind hebben. Ze schrijven namelijk met grote regelmaat in kwaliteitskranten of doceren aan universiteiten die de ouderen onder hen meer dan veertig jaar geleden bezet hielden. Vaak zijn ze ook nog ridders in de orde van huppelepup, dus wie ben ik eigenlijk om hun mening deze keer in twijfel te trekken? Dat ze er in het verleden meestal naast zaten, is nog geen garantie dat dat ook deze keer weer het geval is. Bovendien hebben ze de meningen die ze vroeger hadden achteraf nooit gehad, of lag het net even anders. Of was ‘de basis van de ideeën goed’, maar was het ‘door derden verkeerd uitgevoerd’.
Eerste deel van het stuk ‘Pinocchio is links’, uit het onlangs verschenen boek van cineast en luis in de PvdA-pels Eddy Terstall, Ik loop of ik vlieg. Wordt vervolgd.
Reacties op dit artikel zijn gesloten. Wilt u reageren?
Stuur een e-mail naar de redactie.





RSS