Het racistische gezwatel van Ebru Umar
Hassnae Bouazza

Volgens Ebru Umar moeten journalisten, die twijfelden aan de superheldenvertelling over Jan Roos en de twaalf Marokkanen, zich schamen.
Het is niet verrassend dat juist Ebru Umar het zo hartstochtelijk opneemt voor iemand die leugenverhaaltjes over agressieve Marokkanen opdist. Zij schreef eerder over Marokkanen: ‘Klote Marokkanen. There I said it. Onopgevoed tuig. Waardeloze ouders. Schande voor hun moeders. Drama voor ons burgers. Wat hááát ik die mensen.‘
Vergeef me als ik Umar, die grossiert in dergelijke onderbuikloop, niet serieus neem als moreel anker. Haar enige argument is eigenlijk dat we Jan Roos (die zich ook graag verliest in racistische oprispingen en zich in nazi-uniform liet fotograferen) maar op zijn blank-suprematistische ogen moeten geloven omdat zijzelf nare ervaringen met ‘Marokkanen’ (in Nederland geboren jongeren staan in mijn boekje gewoon aangeschreven als Nederlanders) heeft gehad.
Laag allooi
Eén van die traumatische ervaringen beschrijft ze in haar stuk. Daarbij ging het om drie Marokkanen, die haar herkenden uit de media en met haar op de foto wilden. Dat wilde Umar niet. Dat was de nare ervaring.
Mensen belagen, geweld plegen, het is allemaal verwerpelijk. Daar past geen excuus. Als een journalist wordt belaagd, zelfs iemand van het lage allooi van Jan Roos, past een ondubbelzinnige veroordeling.
Maar als zo’n journalist, die toch al een twijfelachtige reputatie geniet als het aankomt op feitelijkheid, een bij aanvang al ongeloofwaardig verhaal opdist dat hij bij elke volgende vertelling ook nog eens aanpast, moet je niet alleen vraagtekens plaatsen bij Roos zelf, maar ook bij zijn vriendenclub die hem hardnekkig en krampachtig blijft verdedigen.
Roos beweert door twaalf Marokkanen te zijn belaagd die gewapend waren met stokken, staven en stenen die ze uit de grond hadden gerukt. Vervolgens heeft hij die Marokkanen, heldhaftige ’tata’ die hij is, slalommend door een regen van stenen weggejaagd. Zonder zelfs maar een schrammetje op te lopen! Zonder dat er zelfs maar een krasje op zijn auto zit, waar hij pal naast stond toen de stenenregen op hem neerdaalde!
Marokkaanse barbaren
Roos’ verhaal bleef ook niet erg consistent. Zo beweerde hij op Twitter eerst voor zijn leven te hebben gevochten. Een mens zou van minder verward raken: had Tata Roos de wilde groep Marokkaanse barbaren nu met een oerbrul weggejaagd of moest hij vechten voor zijn leven? Het is of het een of het ander.
En dan waren er nog de verklaringen van buurtbewoners en betrokken jongens die wisten te melden dat ’tata’ Roos met een kapmes van wel een meter had gedreigd de ‘kankerkoppen’ van de jongens af te hakken.
Wie had ooit geweten dat er een bloeddorstige IS-strijder in tata Roos schuil ging. Toen dit kleine detail bekend werd, zei Roos erop dat hij dat niet relevant vond.
Lastigvallen en belasteren
Meer dan genoeg redenen om niet alleen te twijfelen aan Roos’ relaas, maar ook te spotten met de op hol geslagen fantasie van deze nepjournalist die zijn brood verdient met het lastigvallen en belasteren van mensen.
Schaamte past degenen die via de media van verschillende getuigen mochten vernemen dat Roos een groepje kinderen, die hem wat wilden vragen, met een kapmes dreigde hun ‘kankerkop af te hakken’ en het toch voor deze gek blijven opnemen. Onbegrijpelijk dat de politie het hierbij laat. Diep verontrustend dat mensen zijn laakbare gedrag verdedigen.
Racistische gezwatel
Zeer beschamend ook dat NRC Handelsblad, ooit een baken van rust en rede in een kolkende zee van populistisch gebrul, een hele pagina inruimt voor het racistische gezwatel van Ebru Umar, nota bene enkele dagen nadat de krant werd afgedroogd door de Internationale pers vanwege een expliciet racistische kop met dito tekening.
NRC zet bij het verhaal van Umar nota bene een tekening die expliciet verwijst naar dat schandaal. Alsof de redactie een dikke middelvinger uitsteekt naar haar critici: wij maken zelf wel uit of we racistische bagger in onze krant plaatsen.
Tot onze verbijstering werd dit stuk niet geweigerd door NRC. Het stond er (ingekort) afgelopen maandag in. Het weekend daarvoor al was het geween en getandenknars van Ebru Umar en haar posse niet te harden.
Hassnae Bouazza, Duistere Kracht van het Internet, is regisseur en eindredacteur van Femke Halsema’s serie Seks en de Zonde, schreef een boek over Arabieren, Arabieren Kijken. En ze heeft haar eigen hedonistische site, Aicha Qandisha. Deze zomer heeft ze in Beiroet de Arouwad Award gekregen voor haar stukken over de Arabische wereld. Daar is in KuKluxland, waar je Arabieren moet haten omdat je anders een landverrader bent, niemand in geïnteresseerd. Lees vooral ook haar relaas over het racisme op de progressieve redacties waar zij heeft gewerkt.





RSS