Frontaal
Naakt
23 augustus 2026

Een lome, luie zomerdag in Lugo

Peter Breedveld

Ons plan was om vanuit Santiago de Compostella de rest van Galicië te verkennen. Google Gemini had een ambitieuze route voor ons samengesteld dat onder andere het einde van de wereld behelsde, dat volgens de Romeinen Cabo Finisterre was, Fragas do Eume, een heus regenwoud, één van de Cies-eilanden, waar ons een Carabische strandervaring werd beloofd.

Maar tussen droom en daad staat een heleboel gedoe in de weg. Voor het eiland moest je van alles regelen en reserveren en onderweg naar het stadje Lugo, ook één van Gemini’s tips, kregen we te maken met wegopbrekingen en omleidingen, wat ons heel wat tijd kostte. Elke dag in het plan van Gemini had twee uitstapjes, een lunch en een diner ergens, maar dat kan alleen als alles meezit en je een Japanse of Amerikaanse toerist bent, vooral geïnteresseerd in het afvinken van bestemmingen en het nemen van wat kiekjes.

Romeinse muur

Galicië is echter groot en wijds, alles ligt ver van elkaar af, en bovendien nemen wij de tijd voor dingen. We blijven een poos in zo’n stad hangen en lunchen rustig twee of drie uur. Lugo is zeer de moeite waard. Het historische centrum is omringd door een dikke intacte Romeinse muur. Die hebben we helemaal bewandeld om vanaf die muur de stad te bekijken.

Halverwege zijn we afgedaald om de plaatselijke kathedraal te bekijken. Het is een mooi gebouw aan een mooi plein. Een mix van stijlen: Gotiek, Renaissance en Barok. Dat komt, lees ik in Rik Zaals Spanje, omdat met de bouw is begonnen in 1129, maar de kathedraal pas in 1768 is voltooid.

Je moet betalen om ‘m van binnen te bezichtigen. Foto’s maken mocht weer niet, dat is de laatste tijd een dingetje in Spanje. Ik heb het stiekem toch gedaan, maar je wordt erg in de gaten gehouden, dus veel foto’s heb ik niet, en sommige zijn scheef.

Deze twee retabelwanden, recht tegenover elkaar, zijn van Cornelis de Hollander, van wie ik nog nooit had gehoord:

Maagd met grote ogen

Dit is de kapel van de Virgin de los Ojos Grandes. De Maagd met de Grote Ogen. Ze geeft Jezus de borst en staart wat verweesd in de verte. Misschien denkt ze aan die knappe Romeinse soldaat met wie ze Josef heeft bedrogen:

Vlakbij de kathedraal zijn we om de hoek wat wezen eten. Garnalen en octopus met knoflook en een reusachtig stuk tonijn met aardappelen. Simpel, maar zo fucking lekker en vol smaak. Zo krijg je het bij Spanjaarden thuis. Althans, ik heb dat wel eens bij Spanjaarden thuis gegeten. Het was erg warm, dus we hebben een poos bij dat restaurant gezeten.

Vervallen huizen

Daarna hebben we onze tocht over de muur voortgezet. Rik Zaal beschrijft Lugo als een wat armetierige stad die zeker 20 jaar nodig heeft om een beetje toonbaar te worden. 25 jaar na het verschijnen van zijn boek is Lugo flink opgeknapt, maar nog wat rafelig langs de randen. Ik vind dat charmant. Nederlandse aangeharktheid past Spanje niet.

Links en rechts zagen we veel prachtige, maar vervallen leegstaande huizen. Ik fantaseer altijd dat ik zo’n huis koop en opknap. Maar ten eerste kan ik dat helemaal niet, want ik ben geen klusser en word al driftig bij de eerste tegenslag. Bovendien zou ik me na een maand in een stad als Lugo kapot vervelen. Het is een wat slaperig stadje. Heerlijk voor een dag, maar natuurlijk niet voor de rest van je leven.

Op zeker moment zag ik een huis dat ik al eerder gezien had, en realiseerde ik me dat we het rondje over de muur voor de tweede keer aan het doen waren. We zijn afgedaald en ik zag een kerk die ik prachtig vond en ook van binnen wilde zien, maar het was de kathedraal, die er van achter heel anders uitziet dan van voren. Ernaast was wat restte van een Romeins bad. Toch leuk. In Zuid-Europa struikel je gewoon over de geschiedenis. In Rijswijk hebben ze in het historische centrum, waar ik woon, een oude waterput blootgelegd. Dik glas eroverheen dat altijd vies en beslagen is en de plaatselijke bevolking gooit er papieren bekers en ijs- en sigarettenverpakkingen in.

Spaanse grappa

In een winkeltje vlakbij de kathedraal heb ik twee flessen Fonte do Frade gekocht, een kwaliteits-orujo. Orujo is zeg maar de Spaanse grappa en wordt ook wel aguardente genoemd, of augardente in het Galicisch. Het wordt gemaakt door de fermentatie en destillatie van druivenpulp, het overblijfsel na het persen van wijn. Dat wordt eerst vergist en dan in koperen alambieken verhit en gedistilleerd.

Ik was al een tijdje op zoek naar Fonte de Frente, waarover ik had gelezen dat het één van de betere orujo’s was. Typisch dat ik het dan weer in een achteraf-stadje in zo’n winkeltje vind. Fonte de Frente is gemaakt van de Albariño-druif, de trots van Galicië. Ik heb ‘m nog niet geproefd. Ik heb in Santiago nog andere orujo’s gekocht. Ik ben een beetje bezeten geraakt van dranken volgens de grappa-methode, sinds ik ontdekte hoeveel ik eigenlijk van grappa hou. Ik dronk die jarenlang als middel tegen een opkomende verkoudheid of griep, dat had ik van mijn vader geleerd. Totdat ik er eens één proefde die zo lekker was dat ik ze ben gaan verzamelen.

Komt-ie weer met z’n Japan

In Japan ontdekte ik dat er shochu’s, een populaire sterke rijstdrank, gemaakt worden van de rijstresten die overblijven van het maken van saké. Japanse grappa dus, in a way. Deze zeldzame kasutori sake’s heb ik nog niet kunnen vinden. In Santiago liep ik toevallig tegen de orujo aan, omdat die in een intrigerende aarden kruik zat. Zeldzaam en gezocht, vertelde Gemini me, dus meteen gekocht. In Marseille ontdekte ik de Franse grappa, maar daarover later meer.

Nieuwsbrief