Gabagool
Peter Breedveld

Dus ik bestelde een broodje gabagool in zo’n echte authentieke Napolitaanse salumeria in de wijk Montecalvario, in de stellige overtuiging dat het een bekende Zuid-Italiaanse worst was. Gabagool speelt een sleutelrol in The Sopranos, ze hebben het er constant over in die serie, en ik was twee dagen eerder langs een broodjeszaak gelopen waar één van de keuzes volgens een bord op de gevel “gabagool” was.
Maar zowel de man achter de toonbank als zijn vrouw, die de kassa deed, wisten niet wat gabagool was, wat me ietwat van mijn stuk bracht. Die man vuurde allerlei vragen op me af, ik probeerde het antwoord te vinden via Google, maar mijn 5G-verbinding liet me weer eens in de steek. De man werd ongeduldig, hij én zijn vrouw begonnen heel opgewonden te praten en ook Hassnae, die qua uiterlijk én qua temperament makkelijk voor een Napolitaanse zou kunnen doorgaan, verloor haar geduld met me. Nu stonden drie mensen tegen me te schreeuwen, waardoor ik totaal dichtklapte.
Dat zal me leren me over mijn ziekelijke verlegenheid heen te zetten! Het gekke is dat die man geheel op eigen kracht deduceerde wat er met gabagool werd bedoeld, namelijk capocollo, het malse deel van de nek van een varken. Blijkbaar houden ook verbasteringen zich aan vaste taalwetten: ‘capocollo’ wordt ‘capocol’, wordt ‘gapocol’ wordt ‘gabogol’ wordt ‘gabagool’. Een echte taaldetective, deze salumiere.

Hoe Tony het eet
Hij wilde weten wat ik verder op mijn broodje wilde, ik had geen idee, Hassnae zocht het op: Provolone en ingelegde pepers. Dat is althans hoe Tony Soprano het eet. Pepers had de salumiere niet, dus ik koos artisjokken, dat had ik op het plaatje bij die broodjeszaak gezien.

Heerlijk broodje, bijna een halve meter lang, ik heb er drie dagen van gegeten. Op de laatste dag in Napels heb ik in dezelfde salumeria een groot stuk capocollo gekocht (“Wat? Coca Cola?” vroeg de salumiere), plus een half pond dun gesneden, en een stuk Provolone. Om te eten met mijn zoons, ook enorme Soprano-fans. De salumiere wilde me per se buffelmozzarella verkopen maar die vind ik onhandig om mee te nemen en bovendien hebben we die gewoon in Nederland en bovendien vind ik – niet verder vertellen – nep-mozzarella lekkerder dan het buffelorigineel.

Capri
Ik ben drie keer eerder in Napels geweest, de vorige keer beschrijf ik hier en hier en hier. We wilden al heel lang nog een keer, maar of het nou verstandig was om het in juli te doen… Het was er heel heet, meer dan dertig graden, maar het voordeel is wel dat ik het nu in Nederland lekker koel vind.
We zijn er zeven dagen geweest. Eén dag brachten we door op Capri, Hassnae wilde het per se, ik waarschuwde dat het niks aan was. Ze had al spijt toen we voet aan wal zetten. Capri is mooi maar dom en de toeristen, de toeristen zijn afschuwelijk en met bloedverziekend veel. We hebben wel, na een zware, zweterige bergopwaartse en daarna bergafwaartse voettocht (voor de bussen en de kabeltram stonden kilometers lange rijen en ze zaten propvol, taxi’s konden we niet vinden) een copieus maal genoten in een uitstekend restaurant (onder andere zeeëgelpasta), met uitzicht op een mooie baai.

Leven met de doden
Ik hou van Italië en het meest hou ik van Napels, die mooie, smerige, chaotische stad waar het leven én de dood worden gevierd. De dood is overal, in de vorm van een dreigende vulkaan – de toegang tot de hel, geloofden ze vroeger – maar ook vanwege de schrijnende armoede en de snoeiharde criminaliteit die daar steevast mee gepaard gaat. In de middeleeuwen ging de halve stad dood aan pest en cholera maar in Napels stoppen ze de dood niet weg, ze leven ermee samen.
In de Cimetero delle Fontanelle sluiten de Napolitanen vriendschappen met de duizenden schedels die daar liggen uitgestald. Ze stoppen ze in glazen kistjes met een kussentje, poetsen en verwennen ze in ruil voor vervulling van hun wensen.

In het boek The Serpent Coiled in Naples wordt beschreven hoe families al sinds de Romeinse tijd een jaarlijkse maaltijd genieten op het graf van hun overleden dierbaren en de doden worden gevierd in de kunst, de poëzie, de muziek en de tradities van Napels.

In de fraaie Chiesa di San Domenico Maggiore kregen we toegang tot een crypte met twee ruimtes, één met de sarcofagen met de overblijfselen van een adelijke familie, maar het meest tot de verbeelding sprak de andere ruimte, een lege kelder waar, zo vertelde onze gids ons, de lijken werden gelegd om het vlees van de botten af te laten rotten.
In de sacristie liggen 45 dode leden van de Aragonese koninklijke familie, waaronder Ferdinand de Eerste. Ik werd getroffen door de belendende zaal, waar behalve rituele gewaden en bustes en dergelijke in grote laden de kleding van de doden was uitgespreid, 15e, 16e en 17e-eeuwse kleiding van mannen, vrouwen en kinderen. Jurken, kousen, schoenen, laarzen. De botten in de graven werden weer mensen, die ooit probeerden zo goed mogelijk voor de dag te komen.

Ondergronds drama
De vorige keer hebben we zowat alle ondergrondse ruimtes in Napels bezocht, maar de Galleria Borbonia was steeds gesloten. Die hebben we nu gedaan. Het is een lange, onvoltooide tunnel uit de 19e eeuw die het koninklijk paleis met twee kazernes moest verbinden en die ook met een oud Grieks-Romeins aquaduct in contact staat. In de Tweede oorlog fungeerde de tunnel als schuilkelder. Onze gids, een erg mooie Napolitaanse die haar nadrukkelijk geaffecteerde Engels illustreerde met dramatische gebarentaal, sprak vol verontwaardiging over de bombardementen van de geallieerden alsof ze het over Gaza had en er zelf bij was geweest.


Ergens in een hoek waren twee mensachtige figuren van ijzerdraad geplaatst, als de schimmen van mensen die in de oorlog angstig en vol onzekerheid over het lot van hun geliefden dagenlang in die tunnel zaten. Ze deden me denken aan de schaduwen op de muren van de oorlogsruïnes in Hiroshima, de enige herinnering aan de mensen die door de atoombom waren verdampt. Daarna moest ik denken aan de film Pulse van Kiyoshi Kurosawa, waarin mensen, opgesloten in hun eigen eenzaamheid, eindigen als schaduwen op muren.





















RSS