Frontaal
Naakt
28 augustus 2026

Middeleeuws genieten in een Spaanse glazen stad

Peter Breedveld


Illustratie: Moyoco Anno.

Ons tweede uitstapje vanuit Santiago de Compostella (na Lugo) was naar La Coruña en wat een leuke stad is dat! We vielen ook nog met onze neus in de boter want er was een Middeleeuws festival gaande, de Feira das Marabillas, met door de hele stad een markt met lokale produkten en lekkernijen en muziek en theater en spel en alles. Groepjes muzikanten liepen in Middeleeuwse uitdossing door de stad, wat was dat leuk.

La Coruña is een historische stad, pal aan zee, met een oude Romeinse vuurtoren helemaal intact, uitkijkend op zee, aan een grillige kustlijn met een mooi strand en baaitjes omgeven door groen. Maar daar komen we straks op.

De stad heeft veel historische monumenten die zeer de moeite waard zijn, maar staat ook vol met gebouwen met van die typisch Galicische galerías galegas, meestal houten balkons achter een venster met tientallen kleine glazen ruitjes die een soort glazen raster vormen die iets uitsteekt ten opzichte van de rest van de gevel. Om die reden, zegt Rik Zaal althans, wordt La Coruña wel De Glazen Stad genoemd. Maar je ziet ze overal in Galicië, die galerias. Ze hebben iets Middeleeuws, vind ik, omdat ze de bovenste verdiepingen wat breder maken dan de begane grond.

 

 

Spel en muziek

Aan de hand van Rik Zaal hebben we door de stad gewandeld, beginnend bij de mooie Plaza Mayor, waar een grote Middeleeuwse markt was.

 

 

We zagen er dit gezelschap, een jongleur met muzikanten. De doedelzak is alomtegenwoordig in Galicië. Het gekke is dat ik die na twee dagen in Edingburgh helemaal zat was, maar hier had ik dat helemaal niet:

 

 

Ik vind dat zo leuk! Ik hou van dit soort feesten. In Japan is er ook altijd wel ergens iets bij een tempel, met dans en muziek en lekkere dingen en mensen in traditionele kleding. Verderop zagen we dit koninklijke paar:

 

 

Een beetje Alice in Wonderland-achtig, maar ik moet ook vaak denken aan Kunt u mij de weg naar Hamelen vertellen, meneer?, een televisieserie voor kinderen die heel populair was toen ik klein was. Ik begreep er niks van, maar het was vreemd en geheimzinnig en donker en een beetje griezelig, heel mysterieus en daar ben ik de Middeleeuwen altijd mee blijven associëren, met mysterie en gekte. En alle Middeleeuwse dingen die ik tegenkom, bevestigen dat altijd.

Middeleeuws mysterie

Het schijnt dat de meeste mannen constant aan de Oude Romeinen denken, maar ik heb daar veel minder mee. Voor mij zijn Middeleeuwers de bom, en Middeleeuwse kunst en poëzie en architectuur en vooral mythologie. Middeleeuwers hadden geen idee hoe de wereld in elkaar stak, wat er achter het bos of de bergen was of aan de overkant van het meer, laat staan wat er in Azië of Afrika allemaal te doen was. Op een gegeven moment hield de wereld voor ze op en schreven ze Hic Sunt Leones op hun wereldkaarten, ‘hier zijn leeuwen’, hier is het een goddeloze bende, wegwezen. En wat daar dan allemaal zou wonen, verzonnen ze gewoon. Bijvoorbeeld mensen met hun gezicht ergens op hun middenrif.

Ik ben daar een heel klein beetje jaloers op, op die onbekendheid met de wereld die je dan maar invulde met je fantasie en waarmee je iedereen om je heen de stuipen op het lijf joeg. Ik ben natuurlijk wel blij dat ik elk jaar naar Japan kan en dat de tandarts nul pijn doet en dat ik geholpen ben aan mijn staar, al schijnen ze dat in de Middeleeuwen ook al te hebben gekund.

Nog één filmpje met Middeleeuwse Galicische muzikanten.

 

 

Topless zeemeerminnen

Het oudste religieuze gebouw van La Caruña is volgens Rik Zaal de Iglesia de Santiago, een fraaie Romaanse kerk, niet ver van de Plaza Mayor. Twaalfde-eeuws, prachtige vooringang, mooie zij-ingang ook.

 

 

 

 

De barokke retabel binnen is niks bijzonders, maar ik zag aan de zijkant iets waarvan ik nou niet meer weet of het een stenen doopvont was of een graal-vormige kansel, maar de voet bestond uit vier topless zeemeerminnen en volgens mij heb ik dat niet eerder in een christelijk gebedshuis gezien. Het zal te maken hebben met het feit dat La Coruña een havenstad is.

 

 

 

Kijk, daar heb je Sint Jacobus weer. Ouwe Morendoder. Maar ook de uitvinder van de Sint Jacobsschelpen. Dat zijn één van Hassnae’s lievelings. Dankuwel, Sint Jacobus!

 

 

Beste maaltijd van de zomer

Over eten gesproken! Ik heb een spidey-sense voor goede restaurants. Ik kijk naar een restaurant en weet of het er goed eten is. Vraag maar aan Hassnae, ik heb vrijwel altijd gelijk. Ik weet meteen of het eten er met liefde gemaakt en geserveerd wordt. Let wel, goed eten is niet per se exquise eten, al helpt dat natuurlijk. Goed eten is eten waar ik een fijn gevoel bij krijg en dat heeft te maken met een combinatie van de herkomst van het eten en de zorg die eraan is besteed en de liefde en het respect die gastmens en gast met elkaar uitwisselen.

Vlakbij de Iglesia de Santiago is een restaurant, ‘A Espiga‘ en ik zag het, en de eigenaar stond buiten en het klikte meteen tussen ons en we hebben er – wat mij betreft – de beste maaltijd van de hele vakantie gegeten en we hebben heel goed gegeten, deze zomer. Behalve in Marseille maar dat vertel ik in de volgende aflevering.

Het eten kwam direct van de boerderij en de vissersboot. Het werd praktisch voor onze ogen klaargemaakt en ons met nadrukkelijk plezier voorgezet. Een tomatensalade die barstte van de smaak, een spies met coquille, een paella-achtig rijstgerecht met rode mul, vlees, vis, groenten, allemaal perfect gekookt. Ik weet niet meer wat we allemaal precies hebben gegeten, wel dat ik alles op de kaart wel wilde proberen. Lekkere wijnen erbij (water en Fanta voor Hassepas). Alles barstend van de smaak en de kleur. Smullen was dat.

 

 

 

 

 

 

 

 

En nog eens nadrukkelijk: het eten is niet het belangrijkste. Als ik de gastmensen niet aardig vind, wil ik niet bij ze eten. Het moet klikken, gezellig zijn, dat vind ik het niet erg als een pasta eens te hard of te zacht is en de vis te gaar of niet goed gaar. Maar dit was allemaal perfect eten, warm, vol smaak en liefde en toewijding.

 

 

 

 

Er is nog een mooie Romaanse kerk in de Middeleeuwse binnenstad, de Colegiata de Santa Maria del Campo, maar die was dicht, helaas.

 

 

 

 

 

Naakt onder je kleren

Er omheen was die Middeleeuwse markt en een jonge vrouw achter een van de kraampjes moest naar de wc, zo’n Dixie achter de kerk. Ze had een Middeleeuwse jurk aan, zo’n jurk uit één stuk, maar we konden zien, hoe herinner ik me niet meer, dat ze eronder helemaal naakt was. Hassnae vond het ordinair, wat het ook wel een beetje is, maar ik hou daarvan. Niet omdat ik er geil van word of zo, maar ik hou van die schaamteloosheid, of eigenlijk, preciezer: de afwezigheid van schaamte, de achteloze lichamelijkheid die sommige mensen hebben en die contrasteert met de antilichamelijkheid die we vooral in de christelijke wereld hebben en waar we het lichaam met onze kleding proberen te temmen, af te snoeren, te straffen dat het bestaat, eigenlijk. Onze schaamte te bedekken. Als mensen zich daartegen verzetten, kan ik dat alleen maar intens waarderen.

 

 

 

 

 

Ruziënde Spanjaarden

We zijn verder gewandeld, hebben de hele route van Rik Zaal gedaan, allemaal leuk en mooi en soms apart en een beetje gek, maar beslist vermeld moet worden het Castillo de San Antón, een zestiende-eeuws fort aan zee waar een archeologisch museum in is gevestigd. Ik herinner me niet meer heel goed wat we daar allemaal hebben gezien, behalve een stenen varken met een enorm kruis dat uit zijn rug groeide (wat me weer deed denken aan die arme laboratoriummuis die een menselijk oor op zijn rug getransplanteerd had gekregen (een oor aangenaaid had gekregen)) en een leren boot uit de Keltische tijd, althans een reconstructie daarvan 1974, waarmee echt is gevaren en waarmee de Kelten vroeger zouden zijn overgestoken naar hun broeders en zusters op de Britse eilanden. Ik kreeg het ding, dat op een soort van hellende oprit naar het dak van het fort stond opgesteld, niet goed op de foto.

Wat vooral bijzonder is, is het fort zelf, waarover we gedwaald hebben, de torens in, over de zee uitgekeken, de haven, de stad vanuit de zee. In één van die kleine wachttorens was een jong stel gaan staan, kennelijk in de waan dat ze daar privacy genoten, om elkaar eens lekker de huid vol te schelden. Maar de toren fungeerde als een soort klankkast, waardoor iedereen op dat fort woordelijk kon verstaan wat er werd gezegd. Aanvankelijk waren mensen bang dat het uit de hand zou lopen, maar daarna werd er vooral gegniffeld. Na een hele tijd werd er niet meer geschreeuwd maar geknuffeld en gezoend.

Hassnae was het opgevallen dat Spaanse stellen ervan houden om in het openbaar luidruchtig ruzie te maken en het was me eigenlijk nooit zo opgevallen, maar het is waar. Altijd als ik in Spanje ben, zijn ruziënde Spaanse stellen vast onderdeel van het straatbeeld. De allereerste keer dat ik Spanje was, in een hotel in Torremolinos, was daar een jong Spaans stel, allebei heel mooi, die er een dagelijks ritueel van maakten: luidruchtig riuzie maken en kwaad op elkaar zijn, daarna weer lief doen en ik neem aan goedmaakseks.

 

 

 

 

 

 

 

 

Romeinse toren

Daarna zijn we naar de Romeinse toren geweest. Daar heb ik in het begin van dit epos over geschreven, ik wil alleen nog zeggen dat die toren daar niet tweeduizend jaar onvernietigbaar heeft gestaan. Het is een reconstructie van de toren op de resten van het origineel, die je binnen in de toren kon bekijken. Maar we waren moe en hebben een beetje om de toren heen gewandeld, het uitzocht bewonderd en toen zijn we weer weggegaan. Het was niet zo heel spannend. Op een steenworp afstand zag ik een groot wat op een 17e-eeuws militair complex leek, heel erg vervallen en afgezet. Het zag er interessant uit, maar ik kon er geen informatie over vinden.

 

 

 

 

Blote borsten

We hebben nog een stadsstrand bezocht, een baaitje, pal aan het stadscentrum waar het best druk was. Er lagen vrouwen topless, dit voor Wierd Duk, die daar altijd buitengewoon in is geïnteresseerd. In Spanje zijn de mensen altijd wat ontspannener geweest met naakt dan in bijvoorbeeld Italië. In San Sebastian, waar ze ook een gezellig stadsstrand hebben, stond eens een hoogzwangere vrouw zich pal voor me helemaal uit te kleden om haar bikini aan te doen. Gewoon midden in de stad is dat. Zelfs ik vond dat opmerkelijk.

We hadden gereserveerd in een Spaans-Peruaans restaurant in Santiago, dus we moesten op tijd naar huis. Althans, naar hotel. Dat restaurant was ook al zo goed. We hebben echt geen slechte maaltijd gehad in Galicië, zelfs geen middelmatige.

Nieuwsbrief