Frontaal
Naakt
16 oktober 2026

Verknocht aan je verkrachters

Peter Breedveld


Illustratie: Mike Mignola.

Vrouwe Nijo (1258 – ergens na 1307) was een hofdame in de entourage van de voormalige Japanse keizer Go-Fukakusa (1243 – 1304). Ze werd op 13-jarige leeftijd – 14 jaar volgens de Japanse jaartelling vanaf haar conceptie – door haar eigen vader aan Go-Fukakusa gegeven, die haar ruw ontmaagde. Verkrachtte, als je het mij vraagt, maar daar is in academische kringen discussie over.

Go-Fukakusa begeerde haar al ‘vanaf haar jongste jaren’ – het was haar jong gestorven moeder die hém wegwijs had gemaakt op het gebied van de seks toen hij nog een knaap was – en liet haar vader op haar veertiende verjaardag weten ‘de wilde gans uit jouw rijstakker’ naar hem toe te laten komen. Na een paar mislukte pogingen tot copulatie was Go-Fukakusa er wel klaar mee en ‘behandelde hij me zo meedogenloos dat hij mijn dunne ondergewaad aan repen scheurde. Hij pakte alles af wat ik had; zelfs de ochtendmaan kwam me hatelijk voor’.

De voormalige keizer had natuurlijk een gemalin, maar daarnaast een keur van hofdames waar hij beurtelings de nacht mee doorbracht. Hij had bijna geen nacht zonder seks, hoogstens als hij teveel had gedronken of ziek was. Nijo was zijn favoriet, beweert ze zelf in haar autobiografische boek ‘Getuigenissen van Hofdame Nijo’ dat honderden jaren lang onontdekt lag te wezen in de keizerlijke bibliotheek, daar pas in 1938 werd ontdekt en ergens in de jaren 50 werd uitgegeven.

Meeslepende roman

Sinds een paar jaar ben ik gefascineerd door Japanse Middeleeuwse literatuur. Dat begon met de Genji Monogatari, daarna las ik het Pillow Book van hofdame Sei Shonagon, Ise Monogatari en Heike Monogatari, dat ik in twee verschillende talen las. Een derde vertaling ligt voor me klaar.

Van Nijo had ik tot voor kort nog nooit gehoord en in een maand tijd heb ik het in drie vertalingen gelezen, twee in het Engels en een recente Nederlandse vertaling door Jos Vos, van wie ik ook een vertaling van Heike Monogatari las.

Nijo (oorspronkelijke titel: Towazugatari, ‘Een Verhaal waar niemand om heeft Gevraagd’) is een meesterwerk. Nooit eerder las ik een zo raadselachtige, gelaagde, fascinerende, psychologisch diepgravende, poëtische, meeslepende roman die bij elke lezing meer prijsgeeft en weer verrast. Een roman over een vrouw die door haar keizer werd verkracht, tegen haar zin werd uitgeleend aan een regent, aan zijn broer en zijn halfbroer en daarna psychologisch werd geterroriseerd door zijn jaloerse buien, zijn manipulaties en zijn spel van aantrekken en afstoten. Een vrouw die al haar kinderen moest afstaan om door anderen te worden opgevoed en daar zwaar onder leed. Een diepgelovige vrouw ook die gebukt ging onder haar schuldgevoel over het feit dat mannen tot haar waren aangetrokken, omdat hen dat verhinderde te worden herboren in het boeddhistische paradijs. Moet je nagaan: Schuldgevoel over het feit dat je bestáát.

Scandaleus seksleven

Maar Nijo was ook een vrouw die haar seksualiteit als machtsmiddel gebruikte, hartstochtelijke gevoelens koesterde voor de mannen die haar misbruikten en die er een minnaar op na hield (met wie ze het deed terwijl ze hoogzwanger was van een kind van de keizer) die ze wel zelf had gekozen, een soort van diplomaat die de betrekkingen onderhield tussen het keizerlijke hof in Kyoto en de de militaire regering in Kamakura.

Dat een Middeleeuwse, diepgelovige vrouw zo openhartig schrijft over haar soms scandaleuze seksleven en de verstrengeling daarvan met haar geestelijke leven, is nauwelijks te geloven. Dat het ook nog zo’n gelaagde roman is waarin de gecompliceerdheid van het gevoelsleven van een vrouw aan het Japanse hof in de dertiende eeuw zo overtuigend inzichtelijk wordt gemaakt, ik vind het een wonder. Dat zo’n manuscript dan honderden jaren ligt te verstoffen in de sectie ‘reisboeken’ van de keizerlijke bibliotheek en bij toeval wordt ontdekt – mijn verstand kan er niet bij.

Er schijnen mensen te zijn die betwijfelen of Nijo wel echt heeft bestaan. Ze wordt nergens in officiële documenten genoemd. Maar zelfs als dat zo is, dan is het boek nog steeds een knap meesterwerk.

Vrouwelijke sensitiviteit

De twee Engelse vertalingen die ik heb gelezen, zijn van vrouwen. Die van Meredith McKinney (Lady Nijo, A Tale Unasked) is van vorig jaar en uitgegeven in de Penguin Classics-reeks. Ik moest harder zoeken naar de vertaling van Karen Brazell uit 1973 (The Confessions of Lady Nijo). Uiteindelijk vond ik die in de vorm van een afgedankt (?) bibliotheekboek uit de collectie van het St. Petersburg Junior College, achterin nog een stempelkaart met als laatste uiterste inleverdatum 1 november 1986. Voorin een fraai etiket met daarop een tekening van een lezende vrouw, het opschrift ‘BOOK-WOMAN’ en in handschrift in het daarvoor bestemde veldje de naam ‘D. Page Traynor’.

Totaal irrelevant, ik vind het gewoon leuk om te vertellen, die tastbare lezersgeschiedenis.

Jos Vos (Getuigenissen van Hofdame Nijo) heb ik gelezen omdat ik de twee eerder genoemde boeken wilde bespreken en vond dat ik deze recente Nederlandse vertaling niet kon negeren. Het geeft me de gelegenheid om iets te zeggen over het verschil tussen de mannelijke vertaler en de twee vrouwen, aan de hand van die eerste verkrachtingsscène waarin vijftiger Go-Fukakusa het gewaad van de dertienjarige Nijo van haar lijf scheurt.

Tamelijk genadeloos

Dit is de versie van McKinney, die stond de afgelopen twee weken bovenaan de homepage van Frontaal Naakt:

‘And so I was torn and continued to remain stubbornly silent, and this evening he dealt with me quite mercilessly, so that lying there, knowing my thin gown ripped and all now surely lost, the very thought of my own existence and of the coming dawn filled me with bitterness.‘

Dit is Brazells vertaling:

‘He treated me so mercilessly that my thin gowns were badly ripped. By the time I had nothing more to lose, I despised my own existence. I faced the dawn with dread.’

En die van Jos Vos staat hierboven in de tweede alinea, maar vooruit, de ruimte op het Internet is oneindig, hier is-ie nog een keer:

‘Hij behandelde me zo meedogenloos dat hij mijn dunne ondergewaad aan repen scheurde. Hij pakte alles af wat ik had; zelfs de ochtendmaan kwam me hatelijk voor’.

Mijn favoriet is die van McKinney. Het is een passage die stroomt als water, rolt als een golf, een perfecte eenheid van klank en ritme, waardoor de onthutsende, overdonderende ervaring voelbaar wordt.

Lelijke verkrachting

Van wat ik weet van de Japanse taal (ik kan die spreken en mijn leesvaardigheid zou een stuk beter zijn zonder die ellendige Chinese karakters) is mijn inschatting dat die het dichtstbij het origineel komt, vanwege de ambivalentie. In het Japans is niet altijd meteen duidelijk wie precies wat ondergaat, wie er spreekt, vanuit wiens perspectief we lezen. McKinney laat het scheuren van het gewaad samenvallen met het ‘scheuren’ van Nijo zelf. Ze is kapot, beschadigd door de ruwe behandeling van Go-Fukakusa. Het wordt haar bij McKinney ook onmiskenbaar aangedaan, zij ondergaat die verkrachting en het trauma onmiddellijk daarna, met het besef dat ze niets meer bezit. Niet haar waardigheid, niet haar naaktheid, haar lichaam en zelfs haar geest zijn publiek bezit geworden.

Brazell is directer en hakt de opeenvolgende gebeurtenissen in stukjes, maar de nadruk ligt nog steeds op Nijo’s beleving. Het is nu wel de keizer die het Nijo aandoet, maar haar gewaad dat aan stukken wordt gescheurd.

Vos laat Nijo haar beproeving niet ondergaan, bij hem is de voormalige keizer de actor die het haar aandoet: Ruw behandelen, dat gewaad aan repen scheuren, haar alles afpakken.

Mogelijk wilde hij die verkrachtingsscène expres zo lelijk mogelijk maken. Vos heeft de lagelandse neiging om zaken terug te brengen naar het barse aardse, in taal die de Vlamingen en Nederlanders van nu meteen begrijpen.

Mannelijk perspectief

Maar ik hou ook ook rekening met het feit dat dit gewoon zijn mannelijke perspectief is. Dat een boek als dit eigenlijk niet door een man zou moeten worden vertaald, niet uit woke overwegingen, maar simpelweg omdat ik denk dat vrouwelijke sensitiviteit onontbeerlijk is bij het begrijpen van wie Nijo is, waarom ze doet wat ze doet en de dingen beleeft zoals ze dat doet.

Ook omdat er de ochtend na de verkrachting iets verbijsterends gebeurt:

‘Seeing him there clad in a hunting costume of springshoot green on saffron red with pale mauve robe over heavy brocade hakama trousers, why was it, how had I come to learn, this feeling I now felt – that he looked suddenly splendid?’

McKinney is dat. Vos schrijft het op als een lezersbrief in Mijn Geheim: ‘Ik kon mijn ogen niet van hem afhouden, zo mooi vond ik hem, en ik snapte er niets van – waar kwamen dergelijke gevoelens nou weer vandaan?’

Pathetische figuur

Vos is niet mijn favoriete vertaler, maar dankzij zijn directheid begreep ik wel veel passages die me in McKinney en Brazell boven de pet gingen. Ook weet Vos ongelofelijk veel van Japan en van Middeleeuwse Japanse literatuur, wat veel zeer leerzame en onderhoudende voetnoten oplevert. Uiteindelijk leest zijn vertaling gewoon lekker, al erger ik me aan uitdrukkingen als ‘Ik schrok me een hoedje’ em ‘jeetje’. Hij lijkt 21e-eeuwse mensen te willen maken van 14e-eeuwse Japanners. Ik wil dat niet. Ik wil in het Japan van de 14e eeuw zijn. Ik wil in het hoofd van een 14e-eeuwse hofdame zitten, haar begrijpen. Taal helpt daarbij. Taal en een vrouw die beter begrijpt wat een vrouw ondergaat dan een man ooit zal kunnen. McKinney slaagt er volgens mij het beste in de ambivalentie en de poëzie van het 14e-eeuwse Japans te behouden en het vrouwelijke perspectief intact te houden.

En dan nog heb je veel empathie nodig om te begrijpen waarom Nijo zo hartstochtelijk veel van haar keizer houdt, én van haar minnaar én van de abt die zich tegen zijn gelofte in haar opdringt, die ze beschrijft als een deerniswekkende, pathetische figuur maar voor wie ze toch tranen plengt bij zijn vertrek. Zelfs voor de broer van Go-Fukakusa, die haar verkracht – ze huilt hartverscheurend – pal naast het bed waarin de voormalige keizer slaapt, koestert ze daarna warme gevoelens. De reden dat Go-Fukakusa dit toestaat is trouwens dat hij zijn zinnen gezet heeft op de dochter van zijn broer. Hij wil naar bed met zijn volle nicht.

Nijo is beledigd en jaloers als Go-Fukakusa de nacht bij een andere hofdame doorbrengt.

Klooster of bordeel

Ze is ook dader. Op verzoek van de voormalige keizer haalt ze twee jonge vrouwen naar het hof – één een zeer dierbare vriendin – om de nacht met met hem door te brengen (en dat was niet om kersenbloesems bij maanlicht te bewonderen, schrijft Vos ergens in een voetnoot) en daarna te worden afgedankt. Een teleurstellende ervaring voor hem omdat ze zich te makkelijk aan hem gaven.

Nijo heeft simpelweg geen keus. Ze is volkomen afhankelijk van de mannen die zich aan haar vergrijpen. Op zijn sterfbed herinnert haar vader er nog eens aan dat er voor een vrouw als zij twee opties zijn als de keizer haar zou verstoten: Als non het klooster in of het bordeel en in dat laatste geval is ze zijn dochter niet meer.

Haar gedrag doet me denken aan kinderen die door hun ouders worden mishandeld en toch van ze blijven houden – waar ik toevallig ervaring mee heb. Die ouders zijn je enige houvast. Ze zijn het enige wat je hebt. Je bent doodsbang voor ze, maar voor wat er met je gebeurt als ze je het huis uit schoppen of – waar mijn broer en ik vaak mee werden bedreigd – naar een gesticht brengen, ben je nog veel banger.

Liefde en seks in Japan

Daarnaast – en nu begeef ik me op glad ijs – is verkrachting in het Japan van vóór de feministische beweging van de jaren 70 niet wat die in het Westen is. Ik kijk veel oude Japanse films en een veelvoorkomend plot-element is dat van de man die zich aan een vrouw opdringt – met veel geweld en hevig verzet door het slachtoffer – waarna het die vrouw is die hem voorhoudt dat hij zijn verantwoordelijkheid moet nemen en haar zal moeten trouwen ter compensatie van haar verloren eer.

Liefde en seks in Japan zijn niet altijd wat we in het Westen als romantisch zouden zien. In elk geval in het oude Japan leek het normaal te zijn om bij een vrouw door haar verzet heen te breken om haar te bezitten. Vrouwen moesten zich natuurlijk zo hevig mogelijk verzetten om het respect van hun verkrachter niet te verliezen. Ik weet niet of de manier van flirten in het hedendaagse Japan een restant van die verkrachtingscultuur is, maar Japanse mannen flirten dus door vrouwen een beetje af te zeiken en te vernederen.

Verschrikkelijk trauma

Ik wil Go-Fukakusa met dit alles niet vrijpleiten, maar wat hij Nijo aandeed, was in zijn tijd en cultuur vrij normaal. Monogamie was sowieso niet gebruikelijk aan het hof – ook niet voor vrouwen. Je had er ook niet zoiets als een gezin in de CDA-betekenis van het woord. Mannen en vrouwen hadden kinderen met verschillende partners, die weer door anderen werden opgevoed en 14 jaar – de Japanse 14 jaar – was de leeftijd waarop meisjes geacht werden seksueel rijp te zijn.

Niet dat ze als vrouwen werden beschouwd. Go-Fukakusa zegt een aantal keren expliciet dat Nijo nog een kind is. Daarmee verklaart hij haar ‘kinderachtige’ gedrag en ontheft hij haar van de plicht om bepaalde rouwkleding te dragen.

Ook in dit veertiende-eeuwse boek wordt dit niet genormaliseerd. Integendeel, Nijo is misschien wel het eerste boek over het verschrikkelijke trauma van iemand die van kinds af aan is blootgesteld aan zo onnoemelijk veel seksueel en ook psychisch geweld.

Nieuwsbrief