De professor en de stationschef
Dave Sim

Er is een column van George Jonas, getiteld Een les van professor en de stationschef’ die ik interessant vind:
‘Het verhaal van de Turkse stationschef is me verteld door de Hongaarse dichter George Faludy, een icoon, nu in de negentig jaar oud. Hij heeft het weer van Rustem Vambery, de bekende advocaat en diplomaat, uit de tijd dat ze allebei in New York woonden, aan het eind van de Tweede Wereldoorlog. Het speelt zich lang geleden af en gaat over Vambery’s vader Arminius, de negentiende-eeuwse oriëntalist. Professor Arminius Vambery was kreupel en liep op krukken. Dat weerhield hem er niet van een bekende ontdekkingsreiziger te worden en de schrijver te zijn van diverse belangrijke boeken over Centraal Azië. In die tijd waren er nog geen privévliegtuigen, maar VIPs reisden vaak in privé-treincoupés.
Toen hij eens, op uitnodiging van de sultan, per trein door Turkije reisde, had hij dus zijn eigen coupé aan de trein gekoppeld. De trein stopte bij een klein station in Anatolië, aan de Aziatische kant van de Marmarazee, en er kwam een Turkse stationschef de coupé binnen. Met een sluwe blik nam hij Vambery op, hij maakte een plichtmatige buiging en informeerde de professor dat de coupé tot zijn spijt moest worden losgekoppeld van de trein.
Vambery had een vriend bij zich. Ze keken elkaar aan. Waarom?, vroeg Vambery.
Regels, effendi, meesmuilde de chef. “We moeten uw coupé op een zijspoor zetten. Tegen een kleine vergoeding kan er echter een uitzondering worden gemaakt.”
En terwijl hij dat zei, hield hij kalm zijn hand op voor een bakshish (smeergeld).
De stationschef was een enorme beer. Zijn reusachtige handpalm was een mooi doelwit. Vambery sloeg er onmiddellijk op met zijn kruk. Daarna worstelde hij zich overeind en hij sloeg de Turk herhaaldelijk met al zijn kracht.
De stationschef die de professor zonder enige moeite in tweeën had kunnen breken probeerde de klappen niet eens af te weren. Effendi, ik wist niet vergeeft u mij ik realiseerde me niet , mompelde hij, diep buigend en achteruit lopend. In uw geval gelden de regels natuurlijk niet.
Zag je niet hoe groot die vent was? vroeg Vambery’s vriend trillend, nadat de reus uit de coupé was vertrokken. Was je niet bang hem te slaan?
Natuurlijk was ik bang, antwoordde Vambery. Maar dit is de Oriënt. Hem niet slaan vond ik nog veel beangstigender”.’
De conclusie die Jonas uit deze anekdote trekt, was vlak na de aanslagen van 9/11 zeer relevant en dat is ze nog steeds, al ging het hem toen specifiek om het belachelijke idee (dat toen her en der werd geopperd) om de Amerikaanse luchtaanvallen op de Taliban op te schorten tijdens de heilige Ramadan:
Vambery’s inschatting van wat gevaarlijker is, standvastigheid of verzoeningspolitiek, is van toepassing op veel delen van de wereld, niet alleen het Nabije- en het Midden-Oosten. Alleen is het daar meer dan alleen een richtlijn. Het is er één van de leidende principes die westerlingen vooral Amerikanen maar moeilijk kunnen bevatten. Wat tot Amerikanen nauwelijks doordringt is dat gebaren van lankmoedigheid niet als zodanig worden gezien in oosterse culturen. Ze hebben juist het tegengestelde effect.
De wanhopige vraag die Amerikanen, en westerlingen in het algemeen, sinds 9/11 stellen is: Waarom haten ze ons toch zo?’ Daaruit komt de ongestelde vraag voort: Waarom hebben ze niet meer respect voor ons?’
Het antwoord zou kunnen zijn dat we nog niet hebben geleerd wanneer we de stationschef een oplawaai moeten geven en wanneer bakshish
Dave Sim (1956, Ontario) is de auteur van de strip Cerebus en één van de grondleggers van het Comic Book Legal Defense Fund, dat het opneemt voor stripmakers, -uitgevers en -verkopers wier vrijheid van meningsuiting wordt bedreigd. Een paar jaar geleden bekeerde hij zich tot de islam. De serie essays Islam, my Islam, waaruit bovenstaande tekst een fragment is, verscheen in Cerebus 276 tot en met 282. Zie ook de delen 1, 2, 3, 4 en 5.





RSS