Frontaal
Naakt
2 augustus 2007

Begrijpend lezen

Traudl de Jonge

FKK14

Lang nadat de meeste sporen van de oude Egyptische cultuur onder het woestijnzand waren verdwenen, bleef het Egypte van de farao’s tot de verbeelding spreken. De piramides en de sfinx waren, en zijn, immers indrukwekkend. In de zeventiende en achttiende eeuw begon men in het westen (waar anders?) wetenschappelijke belangstelling te krijgen voor de oude Egyptische cultuur. Struikelblok, echter, was het feit dat men wel overal geschreven taal in de vorm van hiërogliefen aantrof, maar deze niet kon duiden.

Het zou tot 1822 duren eer Jean-François Champollion, een briljant taalwetenschapper, er in zou slagen de hiërogliefen definitief te ‘kraken’. Champollion had het geluk dat hij ‘de steen van Rosetta’ kon bestuderen. Op deze door Franse soldaten in 1799 gevonden steen, gedateerd 196 voor Christus, staat een dankbetuiging aan het adres van koning Ptolemaeus in Grieks, Demotisch en in hiërogliefen.

Toch vormde de steen van Rosetta, op zichzelf, niet de grote doorbraak. Mede door de kennis die Champollion had van het Koptisch, de uitgestorven taal van Egyptische christenen uit het begin van onze jaartelling, viel alles op zijn plaats. Dankzij noeste wetenschappelijke arbeid van Champollion en opkomst van de archeologie (alweer zo’n westers fenomeen) is nu veel bekend over de oude Egyptische cultuur en pikken de huidige, islamitisch georiënteerde Egyptenaren een graantje mee van de grote westerse belangstelling voor het tijdperk der farao’s.

Mocht de belangstelling voor het oude Egypte afnemen, dan zal alles wat met bloed, zweet en tranen is blootgelegd weer snel onder het woestijnzand verdwijnen of worden vernietigd. Voor Egyptische moslims zijn de oude Egyptenaren namelijk ‘ongelovigen die stevig aan het bier zaten’. De periode voor de komst van de islam interesseert ze geen zier. En waar moslims toe in staat zijn, heeft u met eigen ogen kunnen zien. Vijftienhonderd (1500) jaar oude Boeddhabeelden werden in Afghanistan domweg opgeblazen. Een duidelijke boodschap, daar hoef je geen taalwetenschapper voor te zijn.

Historicus Traudl de Jonge (Heiligerlee, 24 oktober 1973) is als onderzoeker verbonden aan het Stutterheim Del Ferro Instituut te Amsterdam. Aan de Zuid-Afrikaanse universiteit van Witwatersrand promoveerde zij in 1999 op het proefschrift Eyewash and deceit, an introductory study of Maoism and the communist quest for a paradise.

Algemeen