Plaatsvervanger van God
Hassnae Bouazza

Illustratie: Yana Frank
Wanneer mannen zich beginnen te bemoeien met het hoofddoekendebat, kun je als vrouw net zo goed je biezen pakken. Neem nou student politicologie Izz ad-Din Ruhulessins kolderiek aandoende stuk op de opiniesite van de Volkskrant: ‘Hoezo geen hoofddoek?’
Ruhulessin is niet van het geven en nemen, niet van de twijfel of sterfelijke nederigheid. Nee, hij weet precies wat God bedoeld heeft en hij vertelt het ons wel eens even. Volgens hem is de hoofddoek een verplichting, geen vrije keuze, daarover kan dus geen discussie bestaan, want het is gewoon een feit.
Zo gortig maken zelfs de meest prominente geestelijken het niet. Die houden nog altijd een slag om de arm dat ze het mis kunnen hebben, want: Allahu A’lam – Allah weet het beter. Zo niet Ruhulessin. Hij vindt dat híj het beter weet. Of hij heeft, in navolging van handenweigeraar Mohamed Enait, goed door dat je als moslim iets raars moet doen of zeggen om in de aandacht te komen.
Net als Nora Kasrioui in haar stuk ‘Vrees ons niet’ haalt Ruhulessin uit naar Femke Halsema, die vorig jaar in een interview met De Pers haar mening gaf over de hoofddoek. Ruhulessin vindt het ‘brutaal’ dat Halsema zei dat ze de haren van moslimvrouwen graag in de wind zou zien wapperen.
Heel onbeschoft inderdaad van Halsema, om het recht te verdedigen van iedere moslimvrouw om een hoofddoek te dragen. Dat interesseert moslims als Kasroui en Ruhulessin helemaal niet, Halsema moet van de hoofddoek hóuden. Ze had moeten zeggen dat ze de hoofddoekjes bééldig vindt, zo beeldig dat ze er zelf ook een overweegt.
Anders dan Halsema zul je Ruhulessin geen pleidooi voor de rechten van andersdenkenden zien houden. Integendeel: op de site van de islamitische studentenvereniging van Nijmegen (MSV Nijmegen) somt hij een hele rits moslims op (ondergetekende inbegrepen) die in zijn ogen verderfelijk zijn (bijvoorbeeld wegens het dragen van een bikini op het strand) en die hij uitscheldt voor ‘wolven in schaapskleren’.
Ruhulessin is niet alleen een scherpslijper, hij ziet zichzelf ook als Gods plaatsvervanger op aarde die beslist wie wel en niet deugt als moslim. Voor het gemak vergeet hij hiermee de vele koranverzen waarin staat dat God alleen oordeelt, dat het niet aan de mensen is, en dat er geen dwang mag zijn in het geloof.
Als zelfbenoemd plaatsvervanger lijkt hij bovendien iets te ver boven de realiteit te zijn verheven. In hetzelfde stuk, ‘Hoezo geen hoofddoek?’, heeft hij het namelijk over de strijd die geleverd moet worden om gelijke rechten te krijgen. ‘Krijgen’? Moslims hebben al gelijke rechten. Probleem alleen is dat moslims als Ruhulessin gelijke rechten verwarren met klakkeloze adoratie door niet-moslims.
‘Geloven doe je samen’, schrijft hij verder. Sociale druk om de hoofddoek te dragen, ziet hij als steun om de islam te praktiseren. Zonder dat hij het doorheeft, bevestigt Ruhulessin zo met zijn holle geblaat de argumenten van de tegenstanders van de hoofddoek: dat die opgelegd is door de mannen en dat individualiteit binnen de islam taboe is. Vrije keuze bestaat bij hem niet. Je zou er bijna islamofoob van worden.
Ook gepubliceerd op de Volkskrant-site. Hassnae Bouazza (حسناء بوعزة) schrijft voor Vrij Nederland, De Volkskrant, NRC Handelsblad, en de Arabische site van de Wereldomroep. Tot voor kort was ze te bewonderen in Vrouw & Paard. Dat ze nog tijd heeft om in het geheim voorbereidingen te treffen voor de vestiging van het kalifaat in Nederland, mag een wonder heten. Volg haar op Twitter.
24 april 2010 — Hassnae Bouazza
Reacties op dit artikel zijn gesloten. Wilt u reageren?
Stuur een e-mail naar de redactie.





RSS