Frontaal
Naakt
12 augustus 2026

Zigeunertje spelen

Justine le Clercq

We zijn weer massaal vertrokken naar mooie ruim opgezette campings in binnen- en buitenland. Heerlijk die vrijheid! Lekker de natuur om je heen. En al die vertrouwde gezichten van vorig jaar weer ontmoeten bij de barbecue.

De echte zigeuners, die we zo niet meer noemen, dat zijn de Roma, de Sinti en de Reizigers. Beter gezegd, woonwagenbewoners. Hun levenswijze moeten ze stap voor stap inleveren.

Eerst moest men stoppen met rondtrekken. Daarna moest men op grote locaties bij elkaar wonen. Daarna moest men juist weer op kleine locaties wonen (uit elkaar getrokken families). Toen moesten de woonwagenlocaties verdwijnen. En uiteindelijk moest de woonwagenbewoner gewoon een huis nemen.

Over Nederlandse woonwagenbeleid de afgelopen decennia kan ik kort zijn: die woonwagenbewoners moeten normaal doen.

Hoe doe je normaal?

Normaal doen is de kern van het echte Nederlanderschap en wie niet normaal doet, kan rekenen op alle varianten van uitsluiting, discriminatie, repressie en wurgende bestuurlijke besluitvorming. Wij normale Nederlanders weten nu eenmaal beter dan anderen hoe je moet wonen (in een huis zonder wielen), hoe je je moet kleden (zo saai mogelijk), hoe je moet praten (niet te luid!), hoe je moet bewegen (niet met je armen zwaaien als je praat) en vooral hoe je je moet voelen (alsjeblieft geen emoties tonen, dat is zo ongedisciplineerd).

De normale Nederlander speelt een instrument op zaterdag bij de Fanfare (en niet elke avond voor de deur van de wagen), houdt z’n gore schoenen aan in huis (zo ordinair om uit te trekken) en woont alleen in een woonwagen op die brandende Franse camping voor de duur van vier weken – en na het pensioen voor de duur van vier winterse maanden.

Wat vooral steekt, is de leefruimte van woonwagenbewoners.
Die woonwagenlocaties zijn te groot, zo’n wagen staat op een standplaats1 van wel 200 vierkante meter. Om extra standplaatsen wordt al decennia gevraagd. Dezelfde decennia waarin het aanbod aan standplaatsen is gehalveerd door het gevoerde ‘uitsterfbeleid’. Die beleidsterm behoeft geen toelichting. Voormalig wethouder Norder van de gemeente Den Haag zei het zo subtiel voor de camera: “De tijd van Pipo de clown is voorbij.”

Gezellig op de camping

Nou, die tijd is nog lang niet voorbij. Want daar gaan ze weer, de normale Nederlanders met hun sleurhut. Lekker primitief, lekker dicht bij de natuur en toch luxe. Voor je caravan zitten met je biertje en je kruiswoordpuzzel. En dan komt Jan voorbij, en Jan ken je al jaren. Even een babbeltje.

Of zoals Allie vertelt op Omroep West: ‘Daar zat eerst mijn zus en daarnaast zat mijn neef vroeger ook. De hele familie heeft hier zowat gestaan.’ Bij vrijwel iedere caravan hoort wel een naam of verhaal. Als er een ouder stel langsfietst weet Allie ook meteen wie het zijn. ‘Dat zijn Belgen. We hadden vroeger feestavonden en die konden dansen joh, dat stel.’

Leuk hè, Allie, als je met je familie samen op zo’n camping staat, als je iedereen bij naam kent en verhalen met elkaar deelt. Als je gezien wordt door de mensen om je heen en je kan vragen of er nog iemand een biertje heeft staan.

Wat de normale Nederlander op vakantie romantiseert, wordt als onderdeel van de cultuur van woonwagenbewoners niet begrepen. Op de camping heet het ‘gezelligheid, lekker vrij, ons-kent-ons’. Maar voor hetzelfde gedrag van woonwagenbewoners heet het ‘ruimtebeslag, overlast, onaangepast gedrag’.

Landbezetting

Woonwagenbewoners worden beschermd door een uitspraak van het College voor de Rechten van de Mens en dat houdt in dat we in Nederland meer standplaatsen moeten creëren. Het is dus niet zo dat woonwagenbewoners ineens hebben bedacht dat ze recht hebben op een stuk grond. De Nederlandse overheid heeft na decennia van afbouwbeleid zelf moeten erkennen dat er grenzen zijn aan hoe ver je een cultuur kunt wegnormaliseren.

Het echte verwijt is natuurlijk hun grondgebruik. Die standplaatsen nemen zoveel ruimte in. Laten we daar even naar kijken.

Er zijn in Nederland 1169 woonwagenlocaties met in totaal 8875 standplaatsen.
De gemiddelde standplaats is 220 vierkante meter. Dat brengt ons op een totale landbezetting van 1.952.500 vierkante meter.

In Nederland hebben we rond de 3000 campings. 636.000 caravans en campers staan geregistreerd in Nederland. De meesten daarvan staan ergens in een stalling te wachten op de zon. Let op: stacaravans, chalets en lichte caravans zijn hierbij niet opgeteld. De gemiddelde oppervlakte van een caravan is 25 vierkante meter. Dat betekent 15.900.000 vierkante meter landbezetting.

Voor woonwagenbewoners wordt de oppervlakte van hun standplaats als probleem gezien. Voor de normale Nederlander is een caravan plus een stalling plus een campingplek volkomen vanzelfsprekend. En dan hebben ze ook nog een huis!

Waarom vinden we het prachtig als een Nederlander tijdelijk kiest voor een leven in een caravan, maar problematisch wanneer iemand permanent kiest voor een woonwagen en dat leven met zijn familie wil delen?

De normale Nederlander heeft precies dezelfde behoefte aan vrijheid, familie, ruimte en een eigen manier van wonen, alleen noemen we dat bij hen een leuke hobby en bij de woonwagenbewoner een probleem.

Dus beste normale Nederlander: als je werkelijk vindt dat woonwagenbewoners te veel ruimte innemen, dat ze normaal moeten doen en dat hun woonvorm niet meer van deze tijd is, begin dan bij jezelf. Zet je sleurhut op de sloop.

1. [Een standplaats is een stuk kavel van beton met nutsvoorzieningen met een woonbestemming waarop een zware woonwagen mag staan. De kavel is groter dan de woonwagen die erop staat. Een caravan heeft geen kavel nodig.]

Justine le Clercq (1967) is schrijver, tentoonstellingsmaker en hogeschooldocent. Van Justine verschenen twee romans en een verhalenbundel. Ze heeft een LinkedIn pagina.

Nieuwsbrief