Frontaal
Naakt
11 juni 2026

Yossarian in Tokio

Peter Breedveld


Illustratie: Taiyo Matsumoto.

Altijd als ik in Japan aankom en langs de douane ben, neem ik de Skyliner-trein naar station Ueno in Tokio, vandaar neem ik de taxi naar mijn hotel (meestal de metro, maar nu was ik te moe), altijd hetzelfde hotel in de wijk Minato, vlakbij een oude poort, Daimon, en met uitzicht op de Tokio Tower. In Japan wordt nooit afgeweken van de regels, en in dit specifieke hotel kun je niet voor drie uur ’s middags inchecken, dus meestal laat ik mijn koffer bij de receptie en zwerf dan wat door de wijk, maar nu kwam ik na drie uur aan, kon meteen mijn kamer in, waar ik op bed ging liggen en in een diepe slaap viel.

Het schemerde al toen ik weer wakker werd, ik had nog niets gegeten, nam een douche, trok schone kleren aan en wandelde naar de wijk Roppongi. Best een wandeling, maar lopen is één van mijn lievelings, omdat ik dan de stad echt ervaar. En omdat ik gewoon van lopen hou. In Roppongi is een vestiging van Afuri, mijn favoriete ramenbar, waar ze de noedels serveren in een kom vette, geurige kippenbouillon met rode pepers en yuzu. Althans, dat is mijn favoriete variant. Als ik die soep ruik, dán voel ik me weer senang, dan ben ik echt in Tokio.

Niet heel veel jaren terug moest je voor goede ramen rustig een uur in de rij staan, ik heb ook wel eens twee uur in de rij gestaan, maar de ramen-hype lijkt een beetje over. Bovendien heeft Afuri tegenwoordig minstens één vestiging in elke wijk. Er is dus altijd meteen plek. Je kiest je favoriete ramen op een ticket-apparaat, je favoriete toppings, levert je tickets in en vijf minuten later heb je je kom vol zinnenprikkelende heerlijkheid voor je. Itadakimááásu.

Lily Franky

Twintig minuten later stond ik weer buiten en besloot ik een omweg terug naar het hotel te nemen. Ik liep langs een vestiging van Tsutaya Books en dan moet ik altijd even naarbinnen. Tsutaya Books is het paradijs voor boekenliefhebbers. Je weet niet wat je ziet. Boeken in alle genres, in het Japans én in het Engels, maar ook kunst- en cultuurgerelateerde zaken, van zeefdrukken en foto’s tot keramiek en andere kunstnijverheid, een zeer goed adres voor de betere Japan-souvenirs. Er zijn zithoeken waar mensen zitten te lezen, er is ook altijd een café bij, waar je ook boeken kunt lezen. De winkel in Roppongi is zeer sfeer- en smaakvol ingericht, maar in de sjieke winkelwijk Ginza – overigens steeds meer een patjepeeërskermis, zie hier – hebben ze een prachtige afdeling op de bovenste verdieping van het warenhuis Ginza Six, met altijd een kunstexpositie en een zeer goede manga-afdeling.

Maar ik was dus in de vestiging in Roppongi, waar ik overwoog een boek van Yuko Tsushima te kopen, wat andere interessante dingen zag, uiteindelijk niks kocht en naar de uitgang liep, toen ik langs iemand liep van wie ik me met een kleine schok realiseerde dat het Lily Franky was. Dat is een in Japan bekende acteur, maar hij is ook schrijver en illustrator. Wie weleens naar een Japanse film in het filmhuis gaat, heeft hem beslist een keer gezien. Hij zit in ontzettend veel films en meestal als hij een film binnenwandelt, is dat een soort geruststelling, hij speelt vaak een baken, een houvast voor families in crisis. Hij kan ook een enge psychopaat zijn, maar hij is altijd een genot om naar te kijken. Wie de film Renoir heeft gezien, wie het geloof ik op dit moment goed doet in de filmhuizen: Hij is de ongeneeslijk zieke vader van de hoofdpersoon.

Ik zag hem dus, aandachtig bladerend in een boek, gewoon in een boekhandel in Roppongi, niemand staarde naar hem. Ik vond het wel bijzonder. Ik heb meteen Hassnae geappt: “LILY FRANKY! GEWOON IN EEN BOEKWINKEL!” Nou ja, hij is niet Brad Pitt of zo. Maar elke Japanner moet haast wel weten wie hij is.

Overdadige vrouwelijkheid

De volgende dag ben ik naar Shimokitazawa gewandeld, twee uur lopen. Ik zei toch dat ik van lopen hou. Dat is het mooie van alleen op vakantie gaan. Ik kan doen wat ik wil en lopen zoveel en zover ik wil en ik ben een machine, ik merk pas dat ik moe ben als ik terug in mijn hotel ben.

Shimokitazawa is een vooral onder Tokionezen populaire wijk waar hip en burgerlijk volstrekt met elkaar in harmonie zijn. Je vindt er biologische restaurantjes, koffieshops die niet Starbucks zijn, galeries, ateliers, vintage-winkels en gezellige drukte.

Ik ging erheen om een tentoonstelling te zien van regisseur en fotograaf Mika Ninagawa, een favoriet van mij. Ninagawa maakt visueel en dramatisch overdadige feministische films. Ze heeft twee manga van Kyoko Okazaki verfilmd, ook een favoriet van mij, en dat begrijp ik. Ninagawa en Okazaki zijn allebei van de feministische uppercuts. Ninagawa heeft een tijd in Shimokitazawa gewoond en de tentoonstelling in de kleine DDDArt art gallery is dus een terugkeer naar haar formatieve jaren.

Alle ruimtes in de galerie waren (de tentoonstelling liep tot 31 mei) volgezet en behangen met foto’s, schilderijen, collages, mini-installaties enzovoort. Dezelfde visuele overdaad als in haar films, maar vaak piepklein. Ninagawa legde er haar ziel in bloot, althans, dat deel van haar ziel dat ze ons wil laten zien, neem ik aan. We zien haar voorkeur voor overdadige vrouwelijkheid, pumps, lipstick, hartjes, vlinders, bloemen, goudvissen, maar zo overdreven dat er ondanks de uitbundige snoep- en fruitkleuren iets duisters aan haar werken kleeft.

Dat wil zeggen als je die werken afzonderlijk bekijkt. Zoom je uit en bekijk je de hele ruimte, dan zie je met bloedrode verf besmeurde muren en de mode-achtige glamourshoots die door de houding van de modellen doen denken aan plaats-delictfoto’s. Dan blijkt al die uitbundige vrouwelijkheid bloot te staan aan uitzinnig geweld. Ninagawa heeft, en dat wist ik niet, ook een fascinatie voor de heilige maagd Maria.

Heel druk was het niet in de galerie. Volgens mij waren we met vijf of zes mensen, ik was de enige gaijin.

Punk en manga

De galerie bevindt zich in een rustige woonwijk, vandaar ben ik naar het gedeelte van Shimokitazawa met de vintage-winkels gelopen en ontdekte een winkel, Village Vanguard, vol undergroundmanga, -muziek en merchandise, ik heb er wel twee uur doorgebracht. Ik had de winkel wel leeg willen kopen, maar dat past niet allemaal in mijn koffer. Ik heb een T-shirt van de band Inu gekocht, één van mijn favoriete punkbands, en een T-shirt met dit personage uit een strip van Yoshiharu Tsuge. Later ben ik nog teruggegaan en heb er de complete Happy Mania-serie gekocht van Anno Moyoco en twee mokken van Astro Boy.

Toen ben ik naar Shinjuku gelopen om mijn andere favoriete ramen te eten, die van Nagi, waar ze een soep maken van varkensbotten en sardine-extract. Zo weldadig hartig, met twee soorten noedels en mijn favoriete toppings nori, gegrild varkensvlees en een gekookt ei.

Nog een beetje door de buurt gelopen, maar ik vind Shinjuku veel te lawaaiig en druk, veel teveel domme toeristen. Ik zag twee gasten met een grote boombox waaruit Sly & the Family Stone klonk, ze zwaaiden met vlaggen tegen haat en racisme en een oproep om Trump te fucken.

Het was warm die dag, en na weer een lange wandeling, een uur en drie kwartier, besloot ik dat het bedtijd was.

Edo en Sushi

De dag daarop heb ik niet heel veel gedaan. Ik heb het Edo-museum bezocht, dat jaren dicht is geweest vanwege een renovatie. Je kunt er zien hoe Tokio er uitzag toen het nog Edo heette, met maquettes en deels nagebouwde bruggen, replica’s van gebouwen en tentoonstellingen van gebruiksvoorwerpen en houtdrukprenten. Ik zag eigenlijk niet wat er nou anders aan was dan voor de verbouwing en vond het al met al een beetje teleurstellend, wat niet wil zeggen dat het museum niet een must is voor wie het nooit eerder bezocht.

Ik heb weer gewandeld en ben geëindigd in Sushi Zanmai, een keten met vestigingen in de hele stad. Ik was in de wat volkse wijk Asakusa, aan de Sumido-rivier. Sushi Zanmai is zelf ook wat volks, met soms wat vage, vaak middelbare types als vaste gasten. De vrouwen hebben vaak wat foutigs en spreken luider dan ik ze op andere plekken hoor spreken. Ze zijn wel heel aardig en hartelijk, geen Haagse patjepeeërs, zeg maar. Gewoon veel directer en wat ruwer dan de Japanners in Ginza.

Ik ben dol op Sushi Zanmai. De sushi en sashimi zijn erg goed, zeer betaalbaar en er zijn niet overdreven veel toeristen. Je kunt er altijd terecht, wat me verbaast. Ik denk dat veel mensen op het verkeerde been worden gezet door het beeld van oprichter Kiyoshi Kimura voor de deur, ook een wat branie-achtige figuur die vooral bekend is om het recordbedrag dat hij eens heeft betaald voor een tonijn op de vismarkt van Tokio, toen nog Tsukiji.

Ik kom later nog terug op Zanmai, want in de vestiging in Ginza ben ik me later kapotgeschrokken.

Nieuwsbrief