Frontaal
Naakt
11 september 2026

Madrid en Marseille

Peter Breedveld


Illustratie: Tomoe Gozen door Shitomi Kangetsu.

Vanuit Santiago treinden we naar Madrid. We konden de brandende bossen in het centrum van de stad ruiken. We hebben er gegeten in twee van onze lievelingsrestaurants, Street XO, Origen Taberna en een nieuw restaurant, Sala de Despiece, dat prijzig en interessantdoenerig was en culinair nogal onbevredigend. We hebben er ons vergaapt – zoals we steeds weer doen – aan de bizarre architectuur, de wagenmenners die – schrijft Rik Zaal geloof ik – zich zo vanaf het dak in het drukke straatverkeer lijken te willen gaan storten, de olifanten, de krachtpatserige goden, de voluptueuze godinnen, en iets wat ik maar de barokke zakelijkheid zal noemen. Ik heb, lang geleden, geplaagd door slapeloosheid, dagen achtereen door die stad lopen hallucineren, als een psychotische Nemo in Slumberland.

Verdrinkende hond

Ik moet, als ik in Madrid ben, altijd even naar het Prado-museum om bij mijn Goya’s te zijn. Zijn Zwarte Schilderijen, zo donker angstaanjagend en gewelddadig. De heksen en satanisten, twee mannen die elkaar verrot slaan met knuppels, Saturnus die zijn zoon verslindt. Ik heb een reproductie van de Verdrinkende Hond in mijn woonkamer hangen, ik ben die hond, of ooit was ik die hond. Het gaat, nu ik oud aan het worden ben, veel beter met me. Nog steeds erg ongeduldig en ongedurig, maar ik plooi mezzelf makkelijker naar de omstandigheden.

In de jaren negentig was ik voor het eerst in Madrid. Wat me daarvan nog het meest bijstaat was een prehistorisch skelet in een aardewerken pot in het overweldigende archeologische museum, waar ik sindsdien nooit meer ben geweest. Ik wilde er weer naartoe, dat skelet in die pot zien.

Maar het museum was totaal heringericht, meer een educatieve beleving dan een enorme collectie van dingen om je aan te vergapen. Van de pot geen spoor, behalve een tekening ervan bij een gereconstrueerde prehistorische woning achter glas. Wat me nu, na dit laatste bezoek steeds van dat museum bijblijft, is een soort processie die aan ons voorbijtrok van twee Nederlandse gezinnen met jonge kinderen, voorop een moeder met een peuter in haar armen. Ze schreed als een priesteres met een godenzoon in haar armen, zoals jonge moeders vaak doen, Nederlandse jonge moeders vooral, waarvan vele de neiging hebben zichzelf te vereren en ontzag en bewondering op te eisen van iedereen in hun blikveld.

We hebben door de oude stad gewandeld, daar zagen we, voorbij het koninklijk paleis, voor het eerst de Arabische beginselen van de stad in de vorm van een oude verdedigingsmuur uit de tijd dat Madrid, Majrīṭ (مجريط), nog islamitisch was, een beetje weggestopt in een parkje waar niemand was.

En toen waren onze drie dagen Madrid alweer om. Nog een laatste foto van de Tio Pepe-reclame op de Plaza del Sol (ik zal van streek zijn als ze dát weghalen; ik werd al ongerust toen ik het standbeeld van de beer niet meteen terug kon vinden) en de volgende dag vertrokken we naar Marseille, waar we heel hooggespannen verwachtingen van hadden.

Another think coming

En dat werd dus een teleurstelling. Toen we er arriveerden en per taxi door de stad reden, dachten we dat we in een Frans El Dorado waren aangekomen, het warme zonlicht op de zandkleurige gebouwen, de oude haven, die er precies zo uitziet als in Asterix op Corsica, in de verte op een heuvel een schitterende kerk met een gigantisch gouden beeld bovenop de toren, blinkend in de zon. Ons hotel stond recht tegenover een enorm 18e-eeuws fort. En de multicultuur! We hadden ons culinaire uitspanningen beloofd, vis-couscous! Zeevruchtenplateaus! De verfijnde Franse en Maghrebijnse keuken!

Na drie dagen moesten we constateren dat het eten op z’n best middelmatig was en meestal gewoon kut. We vroegen ons af hoe dat kon, in Frankrijk! Pal aan zee! We hebben een driesterrenrestaurant geprobeerd, AM par Alexandre Mazzia, en ik zal niet zeggen dat het slecht was, het was allemaal heel knap en exquise, maar ik kan me niet één gerecht van al die liflafjes meer herinneren en de bediening was afgemeten snobberig. We hebben er een klein fortuin voor betaald.

Onze joie de vivre werd snel een gevoel van ennui, want Marseille is ook qua historische bezienswaardigheden en architectuur lang zo interessant niet als ons was verteld. Er is een veel bezongen multiculturele wijk, Noailles, in werkelijkheid een grauwe, grimmige, deprimerende, lelijke, kale zooi. En alles, echt alles is hysterisch duur. Rondom de Oude Haven is alleen maar toeristenmeuk en het soort toeristen dat hier komt is zeg maar niet mijn smaak.

Bejaarde koorknaap

Het fort was alleen op zaterdag open en weer net niet op de zaterdag dat wij er waren. De kathedraal, zag ik tot mijn schrik, is gebouwd in de 19e eeuw, daar wilde ik niet eens heen. Die kerk op die heuvel, de Notre-Dame de la Garde, is ook uit de 19e eeuw. Er was één middeleeuwse crypte, onder de Abbaye Saint-Victor, dat op een Middeleeuws fort lijkt, waar ik mijn hart kon ophalen. Het werd beheerd door een chagrijnige, morsige ouwe knar, waarschijnlijk een bejaarde koorknaap die daar sinds de Eerste Wereldoorlog is blijven hangen en die voor ons geen aardig woord overhad, geen verstaanbaar woord ook trouwens, maar die met de drie ouwe besjes, die daar waren om een kaarsje aan te steken, flirtte alsof hij toch nog enige hoop koesterde ooit ontmaagd te worden.

Maar de crypte was een klein ondergronds, occult paradijsje.

Marseille heeft de reputatie een occulte stad te zijn, en er is een beroemd Marseillaans Tarot-deck dat me leuk leek als facsimile te kopen voor mijn oudste zoon die ook wel van occulte zaken houdt. Daarvoor moesten we naar een occulte winkel in de wijk Cours Julien en dát was een spannende wijk, waar allerlei subculturen zich luid en duidelijk manifesteerden. Daar hadden we het ook naar onze zin.

Marokkaanse tajine

Maar lekker gegeten hebben we ook hier niet. We vonden een Marokkaans restaurant waar we een smakelijke kiptajine kregen, na twee teleurstellende ervaringen bij Tunesische restaurants. Toen ik die kiptajine proefde, wilde ik ook mijn lievelingsgerecht uit Marokko proberen, pastilla, maar dat waren drie loempia-achtige gedrochten met een slijmerige vulling. Had echt niks met pastilla te maken.

Een goede maaltijd kregen we pas weer toen we een dagtrip maakten naar Aix en Provence. Wat een prachtige stad, wat een schoonheid, wat een heerlijk eten, wat een gezellige mensen. Mijn spidey-sense ging af toen we langs het restaurant liepen, Côté Cour in een 18e-eeuws hotel. Ik zweer je, mijn spidey-sense is altijd on the mark.

Getatoeëerd gajes

Terug in Marseille zijn we uit pure verveling toch maar naar de kathedraal gegaan en die is verschrikkelijk mooi. Ja sorry, ik ben Middeleeuwen-fan en alles wat na de Middeleeuwen komt, vind ik te modern. Ik vind de late Middeleeuwen al te modern. Alle mystiek is weg.

Maar moet je dit beeld zien. Allemachtig, wat een drama.

Naast de nieuwe kathedraal staat nog een 11e-eeuwse oude kathedraal. Now we’re talking, dacht ik, maar het ding wordt gerenoveerd en is dicht.

Aangemoedigd door de mooie kathedraal zijn we dan ook maar naar de Notre-Dame de la Garde gegaan, met een schitterend uitzicht over de stad, waar het dus wemelt van de schreeuwerige, egoïstische, onbeschofte en opzichtig getatoëerde toeristen. We konden er niet in, want er was een dienst gaande die pas over een uur zou eindigen. Daar werden sommige toeristen zo boos om dat ze begonnen te schreeuwen tegen de beveiligers die ze buitenhielden. Dat was voor ons het sein: Wegwezen hier!

Toch nog gezellig en leuk!

We daalden af en kwamen in een wijk terecht waar geen toerist te zien was, behalve wij dus, en mijn spidey-sense tinkelde bij verschillende restaurants. Het was ook een gezellig wijkje, waar mensen op bankjes zaten te lezen (iemand las een stripboek, wat me altijd opvalt) en we hebben aangenaam gegeten in een restaurant dat Tomette heette. Geen hemelbestormende maar wel sympathieke gerechten, met een supersympathieke uitbater die enthousiast hele verhalen tegen me begon af te steken toen hij merkte dat ik geïnteresseerd ben ik wijn en in de Franse ‘grappa’ die hij op de kaart had staan, een fluweelzachte Landra no 7.

Ik heb echt niet veel nodig, gewoon een bord eten waar de chef trots op is en een enthousiaste gastheer of -vrouw die blij is dat we er zijn. Maar daar moet je in Marseille echt heel hard naar zoeken.

Nieuwsbrief