Insecticide, seks en jaloezie
Peter Breedveld

Illustratie: Taiyo Matsumoto.
Vorig jaar werd ik gegrepen door de boeken van Yuko Tsushima, die ik niet allemaal achter elkaar aan het lezen ben, want verandering van spijs en zo. Bovendien probeer ik, als ik iets lekker vind, zo lang mogelijk van mijn voorraad te blijven genieten. Ik nam The Shooting Gallery mee naar Tokio, voor de slapeloze nachten die de jetlag me altijd brengen.
The Shooting Gallery is een bundel met acht korte verhalen, allemaal over alleenstaande vrouwen in een patriarchale samenleving. Alle verhalen zijn pakkend en intrigerend, soms hilarisch, soms raadselachtig, maar The Chrystanthemum Beetle steekt er met kop en schouders bovenuit. Het is een knap geconstrueerd verhaal waarin folklore en moderniteit vervlochten zijn. Een psychologisch drama en een spookverhaal, een verhaal over seks en vooral een filosofische beschouwing van jaloezie.
Zelfmoordpoging
De hoofdpersoon, Izumi, legt het aan met een medebewoner van haar flatgebouw, Takashi. Steeds als ze bij hem is, ontdekt ze sporen van een andere vrouw, die hij kennelijk opzettelijk niet uitwist. Haar jaloezie groeit en groeit, totdat ze hem confronteert en hij doet alsof het de normaalste zaak van de wereld is om er twee minnaressen op na te houden, het noemen niet waard. Ze regelt een ontmoeting met de andere minnares, die haar vertelt dat in zijn schooljaren een meisje een zelfmoordpoging heeft gedaan, kennelijk omdat hij meer geïnteresseerd was in haar vriendje dan in haar. In haar afscheidsbrief dreigde ze bij hem te komen spoken.
Izumi ontmoet een voormalige klasgenoot, Kazuko, die een relatie heeft met een getrouwde man, van wie ze een kind heeft. Kazuko fantaseert dat zijn vrouw haar komt vermoorden uit jaloezie, maar een confrontatie is altijd uitgebleven, omdat het die vrouw allemaal weinig boeit. Kazuko bekent dat ze zich door hem heeft laten bezwangeren als laatste poging om zijn vrouw uit de tent te lokken. “Niemand wil worden vermoord uit jaloezie”, zegt ze, maar op zeker moment is dat het enige dat nog rest. En er komt een moment dat je je realiseert dat je het bent…”
Spoken
Kazuko identificeert zich met Okiku, de hoofdpersoon uit een eeuwenoude Japanse legende. Als haar dochter een dode chrystantkever vindt maar daarna kwijtraakt, suggereert haar vader, de minnaar van Kazuko, dat de kever misschien is veranderd in een witte vlinder en daarna weggevlogen. Aan Kazuko vertelt hij het verhaal van de arme maar mooie dienstmeid Okiku, die door haar meester in een waterput is gegooid nadat zijn vrouw, jaloers omdat haar man verkikkerd is op Okiku, haar er vals van heeft beschuldigd een naald in zijn eten te hebben gedaan. Okiku verdrinkt en terroriseert als spook de samurai en zijn vrouw.
De chrysantkever, “kikumushi” in het Japans, is volgens Kazuko’s minnaar het symbool van de naar wraak hunkerende Okiku. Niet alleen omdat hun namen dezelfde zijn, maar omdat de witte lijnen op de vleugels van de chrysantkever kennelijk doen denken aan iemand wier armen met een touw op haar rug gebonden zijn (ik heb foto’s gegoogeld en ik zie het niet).
Insectenmoord
Verschil tussen Kazuko en Okiku is dat Okiku haar transformatie (tot chrysantkever) heeft voltooid. Zij is een tragische heldin omdat haar jaloerse meesteres haar rol als schurk heeft vervuld. De vrouw van Kazuko’s minnaar weigert die rol echter en daardoor zit Kazuko gevangen in het niemandsland tussen mens en insect, tussen levend- en dood zijn. In haar verhaal is zij de slechterik.
De crux van dit alles is dat de personages in het verhaal insecten zijn die op het punt staan te transformeren, maar gevangen blijven zitten in hun huidige onbevredigende situatie.
Onbekommerde naaktheid
Dat gegeven maakt tal van andere details extra saillant. Izumi en Kazuko vermoorden namelijk insecten bij de vleet. Samen met haar moeder sloeg Kazuko zwermen motten dood die het huis binnendrongen nadat daar de lichten waren aangegaan. De afdekkap van de TL-lamp in haar keuken is een massagraf vol dode insecten, waar ze van gruwt (hier komt haar dochters chrysantkever vandaan). Izumi had als student de gewoonte de vliegende mieren die op het licht van haar bureaulamp afkwamen met het uiteinde van haar potlood te vermorzelen en te verzamelen totdat zich een hoopje had gevormd, waarna ze haar dode slachtoffers telde.
Die laatste anekdote doet Kazuko eraan denken dat Izumi tijdens het omkleden voor de gym- en zwemlessen op school geen enkele moeite had om naakt te zijn in het bijzijn van haar vrouwelijke klasgenoten. “Oké, maar wat heeft dat te maken met die vliegende mieren?”, vraagt Izumi. “Ik weet niet, op de eén of andere manier lijkt er een verband te zijn”, antwoordt Kazuko. Yuko Tsushima lijkt dezelfde mening te zijn toegedaan. Meerdere keren in het verhaal verkeert Izumi in staat van onbekommerde naaktheid.
Lijden deze insecticidale vrouwen aan zelfhaat of verzetten ze zich (al dan niet onbewust) tegen hun transformatie? Deel uitmaken van een driehoeksverhouding kan weliswaar frustrerend en onbevredigend zijn, maar ook heel comfortabel, omdat niemand hoeft te kiezen. Liever de sores die je kent dan de onzekerheid die verandering brengt. Izumi bijft bij Takashi, Nobuko ook. Kazuko zal altijd aan de vader van haar kind verbonden blijven.
Verleidster en plaaggeest
Als Izumi na de seks naakt naar de slapende Takashi kijkt, ziet ze hem in een visioen veranderen in een zwerm chrysantkevers die op hun beurt veranderen in witte vlinders. Hij schrikt wakker, ze lacht een beetje gegeneerd naar hem.
Is Izumi’s visioen een wraakfantasie? Is de blijkbaar androgyne Takashi, de bedrieger, de Okiku in zijn verhaal en is Okiku in dat geval misschien niet een tragische heldin maar, als verleidster en plaaggeest van de vrouw van haar meester, de slechterik? Is de jaloerse vrouw van haar minnaar juist de tragische heldin, zichzelf opofferend opdat Okiku eeuwig kan leven?
En doet dat er eigenlijk wel toe in een context die altijd patriarchaal is?





RSS