Frontaal
Naakt
27 januari 2012

Opmars

Peter Breedveld


Illustratie: Heinrich Kley

Op maandagavond is er deze weken een interessante journalistieke productie te zien, De Slag om Nederland. Gemaakt door onder andere Teun van de Keuken en Roland Duong. Duong heeft een gekke (Vietnamese) achternaam en een Aziatisch uiterlijk, en daarom vindt Bert Brussen het leuk om het steeds te hebben over ‘Teun van de Keuken en die halve Chinees’.

Teun van de Keuken wordt steeds bij zijn eigen naam genoemd, maar blijkbaar vinden Brussen en GeenStijl dat Duong zoveel hoffelijkheid niet verdient. Duong wordt niet als een volwaardige persoon gezien. Duong mag geen naam hebben. Duong is gewoon ‘die halve Chinees’.

Op het gevaar af om voor een tweede René Danen te worden versleten: ik vind dat niet grappig. Het is weerzinwekkend racistisch. En wat ik nog veel erger vind, is dat ik de enige lijk te zijn die er aanstoot aan neemt. Nog maar een paar jaar geleden wilde geen fatsoenlijke Nederlander dood worden gevonden naast een racist, maar dankzij Pim Fortuyn, Geert Wilders en GeenStijl wordt racisme vandaag de dag gezien als een grondrecht.

Iemand als Willem Vermeend, voormalig staatssecretaris voor de PvdA, ziet er kennelijk ook geen been in om samen met de schuimbekkende racist Brussen een boek te schrijven over ondernemen op het Internet, De onstuitbare opmars van de Digitale Wereld. Het boek ligt net een dag in de winkel, maar volgens de uitgever is het nu al ‘spraakmakend’.

Nu roemt Brussen zichzelf al sinds jaar en dag als ‘internetfenomeen’ en ook door vele anderen wordt hij gezien als een soort internetgoeroe, maar hij heeft helemaal geen ruk verstand van Internet, net zoals trouwens de rest van de GeenStijl-redactie. Blogs en sociale media volkakken met uitzinnig gescheld en anonieme horden mobiliseren voor virtuele lynchpartijen, dat kunnen ze, en verder helemaal niks.

Het is best hilarisch dat Brussen en zijn vrienden al sinds de oprichting het einde inluiden van de ‘dode bomen-media’, van de kranten, de televisie en de radio, omdat op het internet alles eerder te lezen zou zijn, en completer, en eerlijker en kewler en alles, terwijl ze per dag niet één stukkie zouden produceren zonder die dode bomen-media. Het meeste op GeenStijl bestaat uit dommige brulcommentaren op wat de heren in de krant hebben gelezen, op televisie gezien of op de radio gehoord. Als één van hen door zo’n ‘dode bomen-medium’ wordt geïnterviewd, is de hele GeenStijl-redactie zo trots als een aap met zeven lullen.

Het mooiste is natuurlijk dat de oprichter van dat rebelse, vernieuwende, dwarse GeenStijl de eerste de beste kans greep om zich weer aan te sluiten bij het corps van oudmediale journalisten, en ook nog op kosten van Vadertje Staat, terwijl hij altijd schande sprak van ‘subsidiesponzen’. En reken maar dat niet één van de ingezetenen van dat Walhalla van de digitale journalistiek ook maar één seconde zou aarzelen als-ie een aanbod kreeg van de Tros, of de Vara, of de VPRO.

Brussen al helemaal niet, die is de grootste hoer van het stel. Zet zich op GeenStijl af tegen alles wat links is, tegen duurzaamheid en de idee van een Arabische Lente, samen met de linkse Willem Vermeend blijkt-ie opeens belang te hechten aan ‘groene economische groei’ en roemt hij de rol van de sociale media bij het slagen van de revoluties in de Arabische wereld, waarbij ‘Arabische dictators naar de geschiedenisboeken zijn verwezen’!

Het is maar net van welke kant de duiten komen rollen. Voor geld wil Brussen best in de Arabische Lente geloven.

De uitgever van De Onstuitbare Opmars heeft een voorpublicatie op zijn site gezet die al net zo gênant is als de titel van het boek. Het is namelijk net of de lezer met de teletijdmachine van professor Barabas is teruggeflitst naar 1998, waarin de meeste mensen nog moesten worden overtuigd van de potentie van het internet. ‘Deze ontwikkeling zal op allerlei terreinen leiden tot nieuwe manieren van denken, nieuwe uitdagingen, nieuwe vormen van werken, ondernemen en geld verdienen en ander onderwijs waarbij online een centrale plaats zal innemen.’

Nee echt, meneer? Bedoelt u dat we straks boeken en kleren en zelfs levensmiddelen gaan kopen in webwinkels? Dat we mensen geen handgeschreven brieven meer sturen maar emails? En dat ze op universiteiten gaan werken met Blackboard en iTunes U en zo? Gee Whizz!

Op pagina 16 staat een blunder. Het IP-adres (‘vergelijkbaar met een telefoonnummer’) is namelijk niet uitgevonden op UCLA, maar door Vint Cerf op Stanford, in 1974, niet in 1969. Iedere zichzelf respecterende ‘internetgoeroe’ zou dit moeten weten, of dat heb ik me althans laten vertellen door iemand die écht verstand heeft van het internet.

Nogal potsierlijk vind ik de passage over het ‘succesvol gebruik van de sociale netwerken als Facebook, Twitter, Hyves (Hyves! How about ICQ? En chatrooms! Chatrooms gaan het het helemaal worden, in 2012!), LinkedIn, Google+, YouTube en hun toegevoegde waarde op allerlei terreinen.’

Zou Vermeend niet wéten dat zijn co-auteur die sociale media uitsluitend gebruikt om mensen verrot te schelden, te belasteren, te belagen en op te dragen pijnlijk te sterven?

Of zou dat gewoon écht worden bedoeld met ‘succesvol gebruik’ en ‘toegevoegde waarde’?

Overigens vindt Peter Breedveld dat mensen, die andersdenkenden intimideren en bedreigen, geen democratieprijs horen te krijgen.

Peter Breedveld, Roze Khmer
Reageren? Mail de redactie.