Frontaal
Naakt
18 november 2006

Om wat er nog komen moet

Peter Breedveld

Porn (107k image)

Dat moslims van geile neukseks houden, weten de trouwe lezertjes van dit fundamentalistisch-secularistische webmagazine al lang. Maar dat de islamieten zo’n rijke traditie van erotische pornografische bellettrie kennen, dat zal bij menigeen verbazing wekken. Nederland is een gezegend land, want wij hebben Hafid Bouazza, die de sleutel heeft van de verborgen schatkamer waar al dat moois en lekkers is verborgen.

In 2002 verscheen van zijn hand al een bundel vertaalde Arabische erotica uit de Middeleeuwen, Rond voor rond of als een pikhouweel en in 2005 verscheen het eerste deel van zijn ‘Arabische Bibliotheek’, Schoon in elk oog is wat het bemint, een verzameling middeleeuwse erotische liefdesgedichten. Een genre dat zijn voorkeur verdient, legde hij me in een interview uit, omdat het goede gedichten zijn en de ‘anarchie tegen de goede smaak’ hem zo aanspreekt.

Afgelopen vrijdagavond bood hij Katja Schuurman in het Betty Asfalt-complex (dat bestaat echt! Ik dacht dat het een verzonnen congrescentrum uit een Wim T. Schippers-stuk was!) het eerste exemplaar aan van het derde deel van zijn Arabische Bibliotheek, Om wat er nog komen moet. Mevrouw Schuurman las er meteen een paar gedichten uit voor, en Jezus! die kan dat echt heel goed. Dichters zouden niet zelf hun gedichten moeten voorlezen maar daar Katja Schuurman voor moeten inhuren, dan zouden er vast meer mensen komen en die zouden ook waar voor hun geld krijgen. Nee, serieus, mevrouw Schuurman belééft die gedichten. Jammer, dat een straalbezopen journalist zonder enig gevoel voor eigenwaarde het later nodig vond haar met zijn bronstige gebrul de stuipen op het lijf te jagen.

(Ik ontdekte op de boekpresentatie trouwens dat Hafid een überleuke zus heeft: Hassnae, die voor de VPRO werkt en in een boekenprogramma zit waar ik nog nooit van had gehoord: De Besprekers (alweer afgelopen). Ik moet echt meer televisie kijken. Ze vertelde me dat ze nu een programma Wintergasten voorbereidt, een winterversie van Zomergasten, en één van de gasten is Iggy Pop!)

Om wat er nog komen moet heeft als ondertitel ‘Pornografica’. In zijn voorwoord schrijft Bouazza dat de gedichten ‘te expliciet’ zijn ‘om erotisch te worden genoemd’. Dat suggereert een hoop liederlijke vunzigheid, maar zo is het niet! Natuurlijk, de bundel wemelt van de gigantische pikken en reusachtige kittelaars en hete flamoezen en ook heel veel puberachtige snoeverij, maar de deprimerende humorloosheid en het fantasieloze gerepeteer van de porno die ik ken (ik heb een grondige hekel aan porno, niet uit principe of zo, maar vanwege de troosteloze lelijkheid) ontbreekt hier geheel en al. Dit is pure, gevoelige, aanstekelijke poëzie.

Neem het gedicht waar de titel, Om wat er nog komen moet, aan is ontleend:

Toen ik het gewaad boven het dakje van haar vagijn optilde
zag ik daar een nauwheid zoals van mijn goed en gemoed
Ik stak hem er voor de helft in – zij zuchtte – ik vroeg:
– Waarom? – En zij antwoordde: – Om wat er nog komen moet

Dat vind ik van een ontroerende schoonheid, en dit ook:

En jij Umāma weet niet
Dat jij alle vrouwen overtreft in nauwheid en gloed
En wat mij bekoort aan jou tijdens de gemeenschap
Is het leven van je tong en het sterven van je blik

Die regels las mevrouw Schuurman ook voor en ze besloot met een zucht: “Dit vind ik zó mooi. ” En dat is het ook. Het is gewéldig mooi en vaak ook grappig. Ik heb heel wat zitten grinniken tijdens het lezen van de bundel. De brutaliteit, de groteske overdrijvingen, het luidruchtig beleden verzet: ‘Ik keer mij af van geneugten die niet zondig zijn’. Die regel komt trouwens uit een zeer curieus gedicht waarin de schrijver stelt dat het de plicht van moslims is om Joden – de moordenaars van ‘de zoon van Maria’ – te neuken. Te neuken! Geweldig! ‘Een zoeternij voor literaire zoetekauwen’ noemt Bouazza de gedichten.

En dit komt uit de achtste, negende, tiende eeuw! Uit de begintijd van de islam, dus. Wat is er de afgelopen eeuwen toch gebeurd met die vrolijke, geile, anarchistische Arabieren? Die voortdurende staat van collectieve uitzinnige woede is toch nergens voor nodig. Alles wat je nodig hebt om het weer net als vroeger naar je zin te hebben, is nog voorhanden: warme vrouwen, prille knapen, wijn en zang. En eventueel geiten, voor wie daar echt aan hecht. Laat de ayatollahs en imams toch links liggen. We maken het weer gezellig.

Om wat er nog komen moet is mooi geïllustreerd door striptekenaar Dick Matena, die de omslagen van de vorige delen van de Arabische Bibliotheek tekende en eerder dit jaar Bouazza’s Het lied van de regen van illustraties voorzag. Matena’s tekeningen, geïnspireerd door de illustraties van vertaalde Arabische literatuur uit de negentiende-eeuw, zijn in complete harmonie met de door Bouazza verzorgde teksten: grotesk, koortsachtig, surrealistisch. Zéér expliciet.

De productie van dit boek heeft veel voeten in de aarde gehad, vertelde Bouazza. Financiers wilden het niet bekostigen en de drukker wilde er aanvankelijk ook niet aan. Ik geloof dat dat de reden is dat er alleen een gelimiteerde (500 exemplaren), genummerde en gesigneerde oplage is uitgebracht. Het boek kost wel wat: 75 euro, maar dat is het waard. Het is een mooi object. Prachtig uitgegeven, gebonden, mooi papier, mooie, verzorgde lettering, bladspiegel, weet ik veel hoe dat allemaal heet. En het ruikt lekker. Nee, echt.

Van mij hadden er wel wat meer verklarende noten in gemogen. Ik vind de informatie over de schrijvers en de context van de afzonderlijke gedichten nu wat summier. Staat tegenover dat er een prachtig en zeer leerzaam essay van Bouazza is opgenomen: ‘Islamitisch neuken’. Eerste regels: ‘Lof zij God, die ervoor zorgde dat het grootste genot van de mannen in de vagina’s van de vrouwen ligt en die het voor de vrouwen in de pikken van de mannen legde…’ (Shaykh Nafzāwī, De geurige tuin en de verrukking van de geest, 16e eeuw).

God is een eikel, maar dit moeten we hem inderdaad nageven: hij heeft wel mooi het bedrijven van de liefde uitgevonden.

Algemeen